Drentsche patrijshond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Drentsche patrijshond
Hondenras
Drentse Patrijshond.jpg
Basisinformatie
Andere namen Drent’scher Hühnerhund, Drentse Partridge Dog, Dutch Partridge Dog
Oorsprong Nederland
Classificatie FCI: Groep 7 Sectie 1.2 #224
Zie ook de lijst van FCI-nummers
Lijst van hondenrassen

De Drentsche patrijshond is een oud, Nederlands,staand jachthondenras dat mogelijk afstamt van de spioen en/of spanjoel, en gezelschaps- en jachthond type dat met de Spanjaarden in de 16e eeuw naar de Nederlanden is gekomen.

Het ras werd vaak afgebeeld op oude schilderijen. Elders zijn deze honden gekruist met andere rassen, maar de honden die in Drenthe terecht kwamen zijn eeuwenlang enkel onderling gekruist. De Drent (zoals hij ook wel genoemd wordt) is verwant aan een aantal andere rassen, waaronder de Franse Epagneuls, de Friese Stabij, de Duitse staande hond langhaar en de grote Münsterländer.

Het ras werd in 1943 erkend door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland en in 1948 werd de rasvereniging "Vereniging De Drentsche Patrijshond" opgericht. Dat het ras als zodanig nog bestaat is eigenlijk te danken aan drie mensen die zich daar voor hebben ingespannen, namelijk M.C.S. Baronesse van Hardenbroek van Ammerstol, P.B.V. Quartero en G.J. van Heek jr.

De Drent is een over het algemeen gezonde hond, maar er komen een aantal erfelijke ziekten voor PRA (progressieve retina-atrofie), HD (heupdysplasie) en epilepsie. Deze problemen kunnen teruggedrongen worden door een actief testprogramma en dna-onderzoek. Verantwoordelijke fokkers fokken enkel met geteste ouderdieren.

De Drentsche patrijshond is een goede jacht- en huishond die veel aandacht en consequentie behoeft om hem tot een stabiel gezinslid op te voeden. Voldoende lichaamsbeweging en duidelijk zijn is hierbij belangrijk. Het karakter is wat gevoelig en aanhankelijk.

literatuur[bewerken]

(nl) Janny Offereins-Snoek, De Drentsche Patrijshond in verleden en heden : "Ze waren er gewoon...", Offereins-Snoek, [Ermelo], 2005, 464 p. ISBN 978-90-9019959-7.

Externe links[bewerken]