Dreyfusaffaire

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit artikel maakt deel uit van de serie over de
Dreyfusaffaire
Degradatie van Alfred Dreyfus.
Hoofdartikelen

Chronologie · Leger · Rechts ·

De pers
Documenten
J'accuse
Personen

Alfred Dreyfus · Mathieu Dreyfus ·
Ferdinand Esterházy ·
Hubert-Joseph Henry ·
Bernard Lazare ·
Auguste Mercier ·
Georges Picquart ·
Joseph Reinach ·
Auguste Scheurer-Kestner ·

Émile Zola
Verwante artikelen

Antisemitisme (in Frankrijk) ·

Categorie
Categorie:Dreyfusaffaire
De open brief van Emile Zola over de Dreyfusaffaire aan de president van de Franse Republiek, Félix Faure, getiteld J'accuse! (Ik beschuldig!).

De Dreyfusaffaire was een juridisch schandaal dat rond 1900 grote gevolgen had in de Franse politiek. Het draaide om de onterechte veroordeling van de joods-Franse officier Alfred Dreyfus (1859-1935). Dreyfus werd er valselijk van beschuldigd een spion voor Duitsland te zijn. De doorslaggevende rol in de openbaarmaking van het schandaal werd gespeeld door de schrijver Émile Zola.

Dreyfus' veroordeling op 15 oktober 1894 bleek achteraf gebaseerd op valse verklaringen en op documenten die door de werkelijke spion – Ferdinand Walsin-Esterhazy – geformuleerd waren (op grond hiervan meende men dat hij een spion zou zijn voor Duitsland). Dreyfus werd uit zijn rang gezet en op 5 januari 1895 tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld, die hij op Duivelseiland moest uitzitten.

Het nieuw benoemde hoofd van de inlichtingendienst van het leger, Georges Picquart, kwam in zijn onderzoek naar de zaak achter de werkelijke gang van zaken. Hij ontdekte de rol van Esterhazy en gaf dit door aan zijn superieuren. Binnen de militaire top was dit een niet gewenst bericht. Officieren hebben zelfs valse documenten opgesteld om Dreyfus' schuld te bewijzen. Alles is er aan gedaan om herziening van het proces te stoppen en het geheel in de doofpot te laten verdwijnen. Picquart werd op dienstreis gestuurd en later zelfs ontslagen en gevangengezet.

De schrijver Émile Zola bracht dit echter in de openbaarheid in de literaire krant L'Aurore. Daar publiceerde hij zijn beroemd geworden open brief aan de president van de Franse Republiek, Félix Faure, getiteld J'accuse..! (Ik beschuldig..!). Deze brief verscheen op 13 januari 1898. Zola werd aangeklaagd en veroordeeld, hij vluchtte zelfs tijdelijk naar Engeland.

Op 19 september 1899 kreeg Dreyfus amnestie en werd hij vrijgelaten. Ook Picquart werd weer vrijgelaten. Pas op 12 juli 1906, in het derde proces tegen hem, werd hij helemaal vrijgesproken. Beiden werden weer in het leger aangenomen, Dreyfus als majoor en Picquart als brigadegeneraal.

De affaire nam de politiek in Frankrijk voor lange tijd in beslag. Niet alleen omdat er sprake was van antisemitisme tegen de vele joden in het Franse leger, maar ook omdat er ontevredenheid uit sprak over het Franse politieke regime. Antisemitisme en nationalisme werden door de machthebbers ingezet om de publieke opinie tegen de Dreyfusards in te nemen. Eén van de gevolgen van deze haatcampagne was de aanslag op Dreyfus. In 1908 werd hij door journalist Louis Grégori in Parijs neergeschoten.

De affaire had belangrijke politieke gevolgen. De positie van de linkse partijen, die Dreyfus gesteund hadden, werd sterker. De rechtse, nationalistische monarchisten en kerkelijke partijen, die de monarchie in ere wilden herstellen, hadden de kant van het leger gekozen en verloren aan invloed. Daarmee werd de positie van de Derde Republiek enorm versterkt.