Drie act-structuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De drie act-structuur is een model dat wordt gebruikt bij het schrijven en evalueren van verhalen met een scenario in drie delen of acts: setup, confrontatie en ontknoping.

De drieledige structuur wordt met name in verband gebracht met het paradigma dat Syd Field, de vader van de moderne scenariotheorie, beschreef, een scriptmodel dat aan de basis zou liggen van succesrijke films. In essentie volgt het de klassieke opbouw zoals reeds voorgestaan door Aristoteles in zijn Poetica, waarbij een drama een begin, midden en einde heeft.

Paradigma Syd Field.jpg

Een scenario voor een fictiefilm bestaat uit zo'n 90 tot 120 pagina's, waarbij 1 pagina ongeveer overeenkomt met 1 minuut film. De klassieke indeling van een langspeelfilm is een drie act-structuur, waarvan de Amerikaanse scenarist Syd Field de bekendste voorstander is: act 1 voor de setup, act 2 'confrontatie' of 'ontwikkeling' draait om het conflict, en act 3 of 'ontknoping' gaat over de oplossing van het conflict.[1] Een van de vernieuwingen die de moderne scenariotheorie naast bestaande narratologische inzichten bracht, zijn de plotpoints. Deze plotpoints zijn belangrijke tijdstippen in de plot waarop gebeurtenissen het verhaal een andere wending geven: één aan het einde van de eerste act (plotpoint 1) en één aan het einde van de tweede act (plotpoint 2).

Fields model wordt tegenwoordig door critici te rigoureus bevonden. Volgens prof. Cattrysse, schrijver van "Handboek Scenarioschrijven", moeten scenaristen Fields paradigma "niet zien als een dwangbuis of als de enig mogelijke formule. Plotpoints en narratieve wendingen moet je beschouwen als technieken, als middelen die je kunnen helpen om de vertelling op een bewuste manier te ordenen." (Cattrysse, 1995:91)

Bronnen[bewerken]

  • S. Field, The Screenwriter's Workbook, 1984
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Ook in Nederlandstalige handboeken, zoals het Handboek Scenarioschrijven van Patrick Cattrysse maakt men onderscheid tussen "akte", bedrijf, voor een toneelstuk, en "act" als eenheid binnen de scenariostructuur.
Genres epiek: anekdote · ballade · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · mythe · novelle · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop en verhaallijn: catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina · drie act-structuur · epiloog · expositie · fabel · plot · plotpoint · proloog · startplotscène · rode draad · scenario · setup · synopsis · verhaallijn
Begin en einde: ab ovo · in medias res · in ultimas res · incipit · openingsscène · openingszin · post rem · terminus
Personage: aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · karakter · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning: cliffhanger · spanning
Vertelperspectief en vertelinstantie: afwisselend perspectief · auctoriële verteller · focalisatie · gedramatiseerd · homodiëgetische vertelling · heterodiëgetische vertelinstantie · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · point of view · rhema · voice-over
Motief & thema: abstract motief · concreet motief · leidmotief · motto · thema · topos
Tijd & ruimte: eenheidsconventie · flashback · flashforward · kalendertijd · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl: directe rede · dramatische ironie · indirecte rede · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek · vrije indirecte rede
Scenariotermen: premissesynopsistreatmentscenariofilmdraaiboekstoryboard
Stijlperiode: middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie: driehoek van Petersen · literaire kritiek · narratologie · topische vragen · verhaalanalyse