Driepuntsophanging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Front driepuntsophanging aan een John Deere tractor.
Driepuntsophanging aan de achterzijde van een John Deere tractor

Een driepuntsophanging is een onderdeel van een moderne tractor om snel werktuigen aan te koppelen. Deze ophanging voor werktuigen kan zich zowel aan de voor- als achterzijde van de tractor bevinden.

Het bestaat uit twee hydraulisch bediende hefarmen en een (in de lengte verstelbare) topstang om werktuigen op te lichten en weer te laten zakken. De draagarmen vormen parallellogrammen die ervoor zorgen dat het werktuig meer of minder recht achter de tractor hangt. Zijdelings heeft het werktuig nog wel enige bewegingsvrijheid. Deze wordt indien gewenst op een andere manier begrensd met extra staven of kettingen.

De topstang heeft een cruciale rol in de diepteregeling van grondbewerkingsmachines als ploeg, eg en cultivator. De topstang bedient de hydrauliek van de tractor om te zorgen voor een constante trekkracht en dus in eenzelfde grondsoort voor een gelijke diepgang van de bewerking. Dit is een goede oplossing voor percelen met hoogteverschillen, een overgang van zware naar lichte grond (of omgekeerd) is nog een probleem. De ware bewerkingsdiepte varieert toch te veel. Dit kan voor een deel gecompenseerd worden met een aanvullende diepteregeling.