Dries van Kuijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Andreas Cornelis (Dries) van Kuijk (Breda, 26 juni 1909Las Vegas, VS, 21 januari 1997) was manager van Elvis Presley onder het pseudoniem Colonel (Tom) Parker. Hij was Nederlander van geboorte, emigreerde zonder papieren naar de V.S. en begon als promotor van circussen. Hij was exclusief manager van Elvis vanaf 1955 tot aan diens dood in 1977. Van Kuijk is zijn hele leven zwijgzaam over zijn Nederlandse achtergrond geweest. Van Kuijk is tevens uitgeroepen tot de beste en grootste manager aller tijden in de wereldwijde muziekgeschiedenis.[1]

Biografie[bewerken]

Vóór Elvis[bewerken]

Dries was de zoon van Adam en Marie van Kuijk. Hij werd geboren aan de Vlaszak in Breda. Vader Van Kuijk was een voormalig militair en werkte als koetsier/stalmeester voor transportbedrijf Van Gend & Loos in Breda, dat in die tijd gevestigd was aan de Veemarktstraat vlak bij de Vlaszak. Het gezin woonde boven de stallen. Hij verdiende geld met allerlei baantjes, onder andere het dragen van bagage voor reizigers op het station, en het lopen met reclameborden van circussen die de stad bezochten. In de stallen van zijn vader ontwikkelde Dries op zondagmiddagen zijn eerste voorliefde voor het circus. Hier demonstreerde hij broers, zusters en vriendjes hoe vaardig hij de paarden kon dresseren.

Toen zijn vader stierf in 1925 moest het gezin verhuizen en raakte het ontregeld. Hij kreeg een baantje op een vrachtschip dat een lijndienst onderhield op Rotterdam. In 1927, op achttienjarige leeftijd, waagde hij illegaal de oversteek naar de Verenigde Staten, waar hij een jaar verbleef, naar eigen zeggen bij een Nederlandse familie, maar na die tijd werd hij door de marechaussee weer teruggebracht naar Breda. Na een laatste bezoek aan Breda vertrok hij in 1929 voorgoed, zijn spullen op zijn kamer in Rotterdam achterlatend. Via de Nederlandse Antillen bereikte hij de haven van Mobile in Alabama aan de Golf van Mexico. Hij meldde zich bij de kazerne, waar in die tijd alle soorten vrijwilligers werden aangenomen, en tekende voor de US Army. Hij trad toe tot het 64e regiment van de kustartillerie in Fort Shafter dat onder meer de taak had de marinebasis Pearl Harbor op Hawaï te beschermen tegen luchtaanvallen. In die tijd hield hij contact met zijn familie; hij stuurde van januari 1930 tot februari 1932 iedere maand vijf dollar naar huis en zijn moeder stuurde pakjes met sokken en ondergoed naar zijn leger­onderdeel.

Dries reisde zonder papieren, dus illegaal, de V.S. in. Daardoor kon hij geen Amerikaans paspoort krijgen. Bovendien verspeelde hij zijn Nederlandse nationaliteit door dienst te nemen in een buitenlands leger. Vanaf dit moment was hij staatloos, wat verklaart waarom hij nooit de V.S. verlaten heeft. Het feit dat hij binnen de V.S. illegaal was heeft nooit directe problemen opgeleverd, maar hij was wel steeds op zijn hoede voor officiële instanties.

Dries verhuisde naar Pensacola in Florida en werd ontslagen uit het Amerikaanse leger wegens psychopathisch gedrag. Dit is pas in 2003 bekend geworden in het boek Elvis and The Colonel van Alanna Nash. Zij slaagde er in het betreffende document van een legerarts terug te vinden en drukte een kopie daarvan af in haar boek.

Hij veranderde zijn naam in Thomas Andrew Parker of kortweg Tom Parker, en leefde verder als Amerikaan, zonder papieren en zonder paspoort. Zijn tweede voornaam, Andrew, is de Engelse versie van zijn echte voornaam Andries/Andreas. Zijn werkelijke afkomst heeft Van Kuijk steeds verduisterd, zelf noemde hij Huntington (West Virginia) als geboorteplaats. Uiteindelijk zou hij in Nederland herkend worden toen hij op foto’s naast Elvis stond. Een van zijn broers en zussen herkende hem begin jaren 60 in het blad 'Rosita', waar hij naast Elvis Presley op de foto staat. Zijn neef Ad van Kuijk jr. schreef Van Kuijk een brief waarin hij hem vroeg of hij zijn oom was. De brief werd beantwoord. Hij was verstuurd door Thomas A. Parker, Box 47, Madison, Tenn. en ondertekend met zijn echte naam 'André'.

In 1961 nodigde Colonel Parker zijn broer Ad van Kuijk uit naar Amerika te komen en deze ging hierop in. Hij was erg gastvrij maar weigerde over privézaken te praten, anders kon Ad van Kuijk direct weer vertrekken.

Onder zijn nieuwe naam werkte hij bij de grote circussen als promotor. Hij reisde enkele dagen vooruit om het circus aan te kondigen met affiches, radio- en perspublicaties. Daarnaast nam hij de ruimte om bezoekers zo veel mogelijk leeg te schudden.

In Tampa (Florida) trouwde hij met Marie Mott. Dat huwelijk is misschien nooit bij de autoriteiten geregistreerd en daardoor niet officieel.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog stapte hij uit het circuswezen omdat daarin de zaken slecht gingen. Hij leidde onder andere een dierenasiel. Naar verluidt schiep hij er genoegen in de verkeerde hond aan een eigenaar te verkopen. Zo kreeg een oude dame die om een klein hondje vroeg een puppy die tot een monsterachtig grote hond bleek uit te groeien.

In de muziekwereld[bewerken]

In 1939 kreeg hij zijn eerste zanger te promoten: Gene Austin. In die jaren werden artiesten nog via een radiostation geboekt, maar de Colonel zag mogelijkheden een artiest volledig onder contract te krijgen. Hij verhuisde naar Nashville, het hart van de countrymuziek, en klom op in het vak. In 1953 zou hij de redelijk bekende Eddy Arnold managen (Eddy ontsloeg hem), en in 1954 Hank Snow. Samen met Snow had hij de onderneming Jamboree Attractions, onder andere voor het opzetten van tournees. Via zijn artiesten kreeg hij contacten met platenmaatschappij RCA, muziekuitgeverij Hill & Range en boekingskantoor William Morris Agency. Precies deze bedrijven zullen later ook Elvis onder contract krijgen van hem.

Inmiddels was een oude kennis van hem, zanger Jimmie Davis, gouverneur van Louisiana geworden (1944-1948). Van hem kreeg Tom Parker de eretitel ”Colonel”.

The Colonel en de carrière[bewerken]

Omdat de Colonel zag dat Elvis sensationeel populair werd, stuurde hij aan op een contract, onder meer door zijn ouders in te palmen. Op 18 augustus 1955 tekenden de minderjarige Elvis en zijn ouders een contract met Colonel Parker. Rivalen werden weggewerkt: het Sun van Sam Phillips werd uitgekocht, kompaan Hank Snow kwam niet eens in het contract voor. De eerste grote bedragen stroomden binnen: hij wist een contract te sluiten met platenmaatschappij RCA Victor voor het enorme bedrag van $ 35.000. Via RCA kon Elvis op landelijke schaal doorbreken met Heartbreak Hotel.

De Colonel kon niet voorkomen dat Elvis in dienst moest – waarschijnlijker is dat hij dat niet wou voorkomen. Rock-’n-roll leek dan nog steeds iets tijdelijks, dus een routewijziging in de carrière was wenselijk. Na een onderbreking in het leger kon Elvis als opvolger van Frank Sinatra gebracht worden. Toen Elvis terugkwam uit Duitsland in 1960 had de Colonel dan ook een televisie-uitzending geregeld met Presley en Sinatra, beiden in het pak.

Ontwikkeling van Elvis z’n talent of interesse was geen onderwerp voor The Colonel. Ook goede smaak stond niet hoog op zijn lijstje. Die rumoerige optredens waren afgelopen, muziekfilm was nu het gekozen medium. Maar dan wel films die snel geld opleverden, liever dan een sterstatus voor langere termijn. En in de platenstudio gold: Elvis mag een liedje pas opnemen als de Colonel een deel van de rechten heeft gekregen en dat is een praktijk waar betere songwriters niet aan mee doen. In de jaren zestig produceerde Elvis Presley zeer veel inferieur materiaal, hij overleefde slechts op de heldenroem die hij had verworven bij eerste generatie rock-'n-rollliefhebbers in de V.S. Slechts enkele keren toonde Elvis zijn rock-'n-rollhart, bijvoorbeeld in de comeback-show van 1968 en de single Suspicious minds.

In de jaren 70 sloot Colonel Parker grotere contracten af met het Hilton hotel in Las Vegas. Ook deze optredens leverden echter geen bevrediging op voor de artiest.

Na Elvis[bewerken]

Na de dood van Elvis in 1977 zei de Colonel: ‘Ik blijf hem gewoon managen’, maar dat liep niet goed af. Lisa Marie Presley (1968) was Elvis' minderjarige erfgename. De rechter die de erfenis moest bevestigen, vond dat de werkwijze van Parker niet geheel in het belang van de erfgename was. Er moest wat rechtgezet worden. Tijdens de rechtszaken die volgden gaf Tom Parker uiteindelijk toe dat hij de Nederlander Dries van Kuijk was, om verdere problemen te voorkomen. Uiteindelijk werd de zaak in 1982 geschikt. De Colonel werd afgekocht en mocht zich niet meer met de Presleys bemoeien.

Parker is nooit teruggegaan naar Nederland en wimpelde vragen af die over zijn verleden gingen. Slechts twee Nederlandse journalisten slaagden er in hem kort te spreken. Constant Meijers van de Volkskrant schreef een artikel over zijn ontmoeting met Parker in een casino in Las Vegas. Regisseur Jorrit van der Kooi maakte beelden van een gokkende Colonel Parker in een casino.

Zover als bekend is er een (stiekem gefilmde) opname van Colonel Tom Parker waar hij enkele woordjes Nederlands spreekt, zoals "meisje" en "Noord-Brabant".[2]

Dries van Kuijk, alias Colonel Tom Parker, overleed in 1997 op 87-jarige leeftijd aan een beroerte in Las Vegas.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Elvis en de Colonel door Dirk Vellenga 1989 (Engels: ISBN 0-440-20392-9), met veel details over het circusleven en de manier van zakendoen van de Colonel.