Drieslagstelsel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Het drieslagstelsel is een landbouwmethode uit de Middeleeuwen, die door Karel de Grote werd ingevoerd. Hierbij werden de akkergronden of "kouters" in drie stukken verdeeld, in plaats van twee, zoals daarvoor gebruikelijk was. De Coutereel was verantwoordelijk voor de verdeling onder de dorpelingen. Het was een vroege vorm van dorpsgezag. Op een stuk grond werden het ene jaar wintergranen (tarwe of rogge) verbouwd, het jaar erna zomergranen (gerst of haver) en het derde jaar lag het braak. De andere twee stukken grond volgden met steeds een jaar verschil, zodat misoogsten opgevangen konden worden met meer verschillende opbrengsten. Daarnaast waren er nateelten van onder andere groenten, waardoor het menu gevarieerder werd. Ook was het belangrijk voor de bodemvruchtbaarheid, de bodemstructuur en het onderdrukken van onkruid. In later eeuwen werd de vruchtwisseling steeds ingewikkelder, doordat er meer gewassen kwamen en men het land ging bemesten. De bemesting zorgde voor een betere bodemvruchtbaarheid.

Inhoud

[bewerk] Efficiëntie

Naar de huidige maatstafen is het een inefficiënte benutting van de bodem, maar er was op dat moment geen alternatief om de vruchtbaarheid van de bodem te verhogen. De zaaizaadfactor bedroeg in de 9e eeuw nog 1 op 2,5 en verbeterde daarna tot 1 op 14. Hierdoor was er een overwicht aan graanteelt. Er was weinig productie van andere gewassen. Kleine boerderijen produceerden weinig meer dan voor eigen gebruik, zodat de commercialiseringgraad van de landbouw zeer laag lag. Samen met het ontstaan van het drieslagstelsel ontstonden ook nieuwe methodes om de grond te bewerken, zoals de keerploeg. Ondanks de nadelen zorgde dit er met de verhoging van de zaaizaadfactor voor dat hongersnoden voorkomen konden worden, tenzij opeenvolgende jaren van misoogsten de voorraden lieten slinken, zoals tijdens de hongersnood van 1124-1126 en de hongersnood van 1196-1198.

[bewerk] Sociale en economische effecten

De grotere productie maakte het mogelijk dat meer mensen zich onttrokken aan de voedselproductie. Dit maakte een groei van de steden en de handel mogelijk. Zo kon Vlaanderen in de 12e eeuw het meest verstedelijkte gebied van Europa worden na het noorden van Italië.
Heel wat dorpspleinen van dorpen die toen ontstaan zijn hebben daardoor nu nog een driehoekige vorm, zoals in Stevoort of Schoonbroek.

[bewerk] Vierslagstelsel

Rond de Vlaamse steden werd al in de 16e eeuw het drieslagstelsel vervangen door het vierslagstelsel, waardoor het knelpunt van het drieslagstelsel, namelijk de braakliggende gronden, werd uitgeschakeld. Rapen, klaver, wortelgewassen en grassen gingen de graanteelt afwisselen en de braak vervangen. In de 18e eeuw prees de Engelse agronoom Richard Weston deze Dutch Husbandry aan in zijn A Discourse of Husbandrie used in Brabant and Flanders. Dit werd de basis van de Britse agrarische revolutie in de 18e eeuw.

[bewerk] Referentie

  • Blom, J.C.H., Lamberts, E., redactie (2006): Geschiedenis van de Nederlanden, HBuitgevers, Baarn, ISBN 90-5574-474-3.
 
Persoonlijke instellingen