Driestrooksweg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Principe van een driestrooksweg
De N50, de eerste Nederlandse driestrooksweg-nieuwe-stijl bij Zwolle.
Nogmaals de N50, maar dan verderop bij Kampen.
De E20 bij Skara in Zweden, uitgevoerd met een kabelbarrière.
(Onveilige) driestrooks weg in Zuid-Frankrijk: gebruik middelste strook door beide richtingen mogelijk

Een driestrooksweg of 2+1-weg is een weg met drie rijstroken, waarbij de middelste rijstrook (afwisselend) gebruikt kan worden om in te halen. Dit geschiedt waar men verwacht dat verkeer in een bepaalde richting beide stroken nodig zal hebben, bijvoorbeeld vlak na een oprit (dan gaat de invoegstrook over in een tweede rijstrook terwijl aan de andere kant de extra rechter rijstrook overgaat in een afrit) of bij hoogteverschil waarbij de rechterbaan als klimstrook gebruikt kan worden. In Luxemburg geldt voor de gedeelten waar verkeer twee rijstroken er beschikking heeft een verhoogde maximumsnelheid (110 in plaats van 90 km/u).

De beide rijrichtingen kunnen fysiek van elkaar worden gescheiden door middel van vangrails. Op deze manier ontstaat er een weg waarbij de weggebruikers niet op de tegengestelde richting kunnen geraken. Er zijn echter ook varianten (veelal in het buitenland) waar dit niet het geval is en een (dubbele) doorgetrokken streep de enige scheiding is tussen de rijrichtingen. In sommige gevallen, met name op driestrookswegen in Frankrijk en Oost-Europese landen, is de middelste strook voor beide richtingen te gebruiken. Dit wordt als onveilig beschouwd. In sommige landen worden kabelbarrières toegepast. Deze worden echter eveneens als gevaarlijk beschouwd, vooral voor motorrrijders.

Geschiedenis[bewerken]

In diverse landen in Europa ontstond er door het gigantisch toenemen van het autobezit na de Tweede Wereldoorlog grote drukte op de weg. Veel wegen moesten daardoor uitgebreid worden van twee rijstroken naar drie rijstroken. Er kleefde wel een groot nadeel aan dat soort driestrookswegen: de onveiligheid. De middelste rijstrook diende als inhaalstrook van beide rijrichtingen, waardoor de kans op frontale botsingen relatief hoog was. Sporadisch komt dit type weg nog wel voor in Europa. Nederland kent dit oude type driestrooksweg reeds lang niet meer. In België zijn ze nog relatief vaak te zien op oude staatsbanen.

In het buitenland komen driestrookswegen vaak voor in bergachtige gebieden. Het verkeer op de weghelft bergopwaarts heeft een tweede rijstrook, een zogenaamd kruipspoor, waarover vrachtwagens en voertuigen met weinig vermogen langzamer bergopwaarts kunnen rijden zonder het snellere verkeer te blokkeren. Door belijning of een barrière zijn de twee rijrichtingen gescheiden.

De driestrooksweg is sinds 2006 weer terug in Nederland, maar dan in een andere vorm. De nieuwe driestrooksweg heeft een rijstrook in beide richtingen en een middelste rijstrook, die afwisselend wordt gebruikt om in te halen. De ene keer bevindt de inhaalstrook zich naast de heenrichting, na ongeveer een kilometer bevindt deze inhaalstrook zich naast de terugrichting. Dit proces herhaalt zich een aantal keer. De rijrichtingen zijn van elkaar gescheiden met doorgetrokken strepen of door een voertuigkering. In de rest van Europa bestaat dit wegtype al langer en wordt het steeds vaker toegepast. Denemarken en Zweden passen dit concept sinds de jaren 90 met succes toe en ook Duitsland kent dit type al een aantal jaar. De N50 tussen Zwolle en Kampen is de eerste Nederlandse 'moderne' driestrooksweg.

Verkeersveiligheid[bewerken]

Een driestrooksweg met gescheiden rijrichtingen is volgens onderzoek verkeersveilig, en benadert de veiligheid van autosnelwegen.[bron?] In Zweden is na de invoering van dit type weg de veiligheid verbeterd met gemiddeld 50% ten opzichte van standaard tweestrookswegen. In Duitsland is de veiligheid met 36% verbeterd, en in Finland is de veiligheid verbeterd met 22 – 46%. Deze laatste twee landen gebruiken vaak nog geeneens een fysieke middenberm afscheiding. Het succes vertaalt zich in het aantal kilometers van dit wegtype, dat in Duitsland, Zweden en Finland al meer dan 2000 kilometer bedraagt. In Nederland zijn er concrete plannen om een aantal wegen om te bouwen naar dit wegtype, zoals de N340 tussen Zwolle en Ommen.

Ruimtegebruik[bewerken]

Een ander voordeel van de driestrooksweg is het beperkte ruimtegebruik. Bij de driestrooksweg is de benodigde verhardingsbreedte 12,7 meter, dit is inclusief de veiligheidsruimte die nodig is bij de buitenbermen. De driestrooksweg past daardoor binnen het profiel van een standaard tweestrooksweg in Nederland, zodat er geen extra ruimte nodig is om de weg uit te breiden. Dit zorgt ervoor dat er geen parallelwegen hoeven te worden verlegd, er hoeven geen huizen te worden afgebroken die langs de weg staan, natuur en landschapswaarden kunnen behouden blijven, etc.

Een ander voordeel van de toepassing van een 12,7 meter brede driestrooksweg is dat deze precies de breedte heeft van een rijbaan van een autosnelweg met vluchtstrook. De andere rijbaan kan er in een latere fase gemakkelijk naast gebouwd worden zonder dat het verkeer er last van heeft.

De ombouw naar een 2x2-weg neemt veel ruimte in, waarvoor in Nederland een tracéwetprocedure moet worden doorlopen. De driestrooksweg kent dit soort nadelen niet, aangezien deze dus binnen het bestaande profiel past. Hiervoor hoeft (in Nederland) dus niet een lange tracéwetprocedure te worden doorlopen, wat veel tijd scheelt.

Kosten[bewerken]

Hiernaast spelen ook de kosten mee. Veel tweestrookswegen in Nederland zijn redelijk onveilig, maar behoeven nog geen ombouw naar 2x2-weg of een autosnelweg 2x2 omdat veel van dit soort wegen nog niet druk genoeg daarvoor zijn. Uit Zweeds onderzoek is tevens gebleken dat de driestrooksweg het ideale wegtype is voor wegen waar het niet al te druk is, van 5.000 – 22.000 voertuigen per dag. De driestrooksweg is een tussenvorm waarbij meer veiligheid wordt geboden voor minder geld. Een ombouw naar een driestrooksweg is in vergelijking met ombouw naar 2x2-weg of autosnelweg veel goedkoper.

Comfort[bewerken]

Naast de voordelen in de vorm van veiligheid, ruimtegebruik en kosten, heeft de moderne driestrooksweg ook voordelen voor de weggebruiker door verhoging van het comfort. Voor veel mensen is het irritant dat zij kilometers achter een vrachtwagen of een langzame weggebruiker moeten blijven hangen omdat het onmogelijk is om in te halen of omdat het niet mag. De driestrooksweg maakt een eind aan deze eigenschap van traditionele tweestrookswegen door het toepassen van inhaalstroken. Dit zorgt ervoor dat de weggebruiker zonder problemen een vrachtwagen voorbij kan gaan. De weggebruiker ervaart dit als een positief punt voor het comfort, het zorgt voor minder stress en de subjectieve verkeersveiligheid verbetert hierdoor.

Negatieve kanten[bewerken]

Een driestrooksweg is met name geschikt voor gebruik tot ongeveer 25.000 auto's per dag, wat naar Nederlandse en Belgische maatstaven een redelijk lage intensiteit is;[bron?] de meeste grote doorgaande wegen zijn drukker, en daar is dus een vierbaansweg de minimaal benodigde oplossing.

De plekken waar de inhaalstrook ophoudt kunnen een gevaar opleveren, maar volgens onderzoek gebeuren er daar niet noemenswaardig meer ongevallen, zolang er maar tijdig aankondigingsborden gestaan hebben.[bron?]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Terug van weggeweest: De Driestrooksweg, Vakblad Verkeerskunde, 2006/10