Drigum Tsenpo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Drigum Tsenpo
Tibetaans གྲི་གུམ་བཙན་པོ
Wylie gri gum btsan po
Andere benamingen Drigum Tsanpo
Portaal  Portaalicoon   Tibet

Drigum Tsenpo was de achtste tsenpo, ofwel koning van Tibet.

De legende [bewerken]

Hij was een van de legendarische koningen en was de eerste van de twee hemelse koningen met de naam Teng (100 v.Chr.-50 v.Chr.). Voor hem regeerden de zeven goddelijke koningen met de naam Tri. Hij de eerste koning van Tibet die zijn sterfelijkheid verloor. Dit verhaal wordt verteld in de Oude Tibetaanse kroniek.

In de boeddhistische geschiedschrijving kwamen Tibetaanse vorsten tot de regering van Drigum via een koord vanuit de hemel naar de aarde en werden ze weer omhoog gehesen wanneer hun tijd was gekomen. Drigum wekte echter de woede op zich van zijn stalmeester Lo-nam, die in zijn furie het koord doorsneed, met de dood van Drigum op aarde tot gevolg. Hiermee werd Drigum de eerste Tibetaanse vorst die op aarde werd begraven.

De eerste boeddhistische geschiedschrijving over deze periode vangt echter pas ruim 700 jaar na Drigum aan.

Historische context [bewerken]

Meerdere tibetologen, onder meer Giuseppe Tucci hebben gezocht naar verklaringen met betrekking tot het verhaal omtrent het hemelkoord. Zij relateren dit verhaal met de kennelijk in die tijd in Tibet heersende gewoonte, dat een vorst van zijn macht afstand diende te doen als zijn zoon de leeftijd van 13 jaar had bereikt. Indirect wordt dat ook bevestigd door Chinese bronnen, die frequent de minachting noemen waarmee oudere Tibetanen behandeld zouden worden. In die bronnen wordt beschreven dat bijvoorbeeld een moeder altijd eerst haar zoon en pas daarna haar echtgenoot diende te groeten; zonen verlieten en betraden een ruimte altijd als eerste.

Uit Tibetaanse bronnen is bekend dat ieder nieuwe koning bij zijn aantreden hofhouding en staf volledig wijzigde en daarin niets van zijn voorganger overnam. Geen enkele nieuwe koning leefde ook in het paleis van zijn vader. Er werd altijd een nieuw kasteel voor hem gebouwd.

Het verhaal van het hemelkoord zou wijzen op het feit, dat iedere koning in feite verbannen dan wel vermoord werd en in die zin spoorloos verdween.

De regeerperiode van Drigum betekent een omslag. Tucci vermoedt dat er in die periode ook een strijd was tussen ministers die aanhanger waren van een verschillende cultus. Dit zou dan ook een "religieuze vertaling" kunnen zijn van conflicterende opvattingen omtrent het regelen van de opvolging van een koning en de wijze waarop deze afstand van de macht diende te doen.

Het handelt dan om de cultus van de hemelse goden tegenover de cultus van de chtonische goden. In de laatste cultus gaat het dan om godheden met betrekking tot de aarde en in het bijzonder de onderwereld.

Er is consensus onder tibetologen, dat vanaf de periode van Drigum de wijze waarop koningen begraven werden fundamenteel wijzigde.

In de geschiedschrijving van de bön [bewerken]

De bön is een eeuwenoude religie in Tibet die gekarakteriseerd kan worden als een eigen vorm van het boeddhisme. De bön werd rond 700 in Centraal-Tibet geïntroduceerd en is daarmee ongeveer even oud als het Tibetaans boeddhisme.

De volgelingen van bön, de bönpo's, geloven echter, dat hun religie in vroeger tijden in vele delen van de wereld werd uitgedragen en beoefend. Het heet dan ook yungdrung bön, de eeuwige bön. Het historische perspectief van de bön is, dat het vele eeuwen voor het boeddhisme in Tibet werd geïntroduceerd en daar de bescherming genoot van de heersers.

Ook in de geschiedschrijving van de bön komt Drigum voor. In tegenstelling tot zijn voorgangers zou Drigum de bön als religie vervolgd hebben. Als gevolg daarvan zou hij door hij door één van zijn minister, een volgeling van de bön vermoord zijn. Dit verhaal is een spiegelbeeld van het verhaal in de boeddhistische geschiedschrijving over Langdarma. Dat is de Tibetaanse koning van 841-846. Langdarma werd in de boeddhistische geschiedschrijving vermoord om dat hij als aanhanger van de bön juist het boeddhisme vervolgde. Beide koningen werden vermoord door een afgeschoten pijl. In beide verhalen transformeert de vermoorde na zijn dood zich in een demon.

De geschiedschrijving van de bön vangt nog iets later aan dan die van de boeddhistische geschiedschrijving. Deze versie kan niet eerder geschreven zijn dan 800 jaar na de periode van Drigum.

Bronnen, noten en/of referenties
  • (en) Giuseppe Tucci1988` The Religions of Tibet University of California Press, ISBN 0520063481
Voorganger:
Siptri Tsenpo
vorst van Tibet
8e koning (tsenpo)
Opvolger:
Jatri Tsenpo