Drogo van Metz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Drogo van Metz (17 juni 801 - Luxeuil, 8 december 855), ook bekend als Drogo of in het Frans: Dreux was een onwettige zoon van Karel de Grote en een van diens latere bijvrouwen Regina.

Als een van de weinige kinderen van Karel de Grote die zijn vader overleefde waren de vooruitzichten van Drogo op politieke macht zeer gunstig. In 818 dwong zijn veel oudere halfbroer Lodewijk de Vrome hem echter om priester te worden. Vanaf 820 was hij abt van de abdij van Luxeuil en rond diezelfde tijd waarschijnlijk ook abt van Sint-Truiden. Na zijn verzoening met Lodewijk in 822 of 823 werd Drogo vrijwillig priester, waarna op 28 juni 823 zijn benoeming tot bisschop van Metz volgde. In die functie wijdde hij Ansgarius tot eerste (aarts)bisschop van Hammaburg (Hamburg). In 834 werd hij aartsbisschop van Metz, welke positie hij voor de rest van zijn leven zou blijven bekleden. Zijn jongere (volle) broer, Hugo, trad ook toe tot de kerkelijke stand. Hij werd abt van de abdijen van Saint-Quentin, Sint-Bertinus en Lobbes. Drogo bleef tijdens diens regering loyaal aan zijn halfbroer, Lodewijk de Vrome en vergaarde tijdens diens regering grote macht. Na de dood van Lodewijk de Vrome begon Drogo's macht te tanen. Deze afname aan macht werd in 844 nog versterkt door de dood van zijn broer Hugo.

Onder Drogo bewind werd het naar hem vernoemde Drogo Sacramentarium vervaardigd. Drogo ligt begraven in abdijkerk van Sint Arnulf in Metz.

Informatie over Drogo kan men terugvinden in de Annales Bertiniani. In de bijdrage anno 839 staat:

Aanhalingsteken openen

Dominicae nativitatis festum hilariter, een Drogone Fratre suo et Metensis Urbis Episcopo decentissime susceptus, in eadem Civitate caelebravit

Aanhalingsteken sluiten