Drommedaris (Enkhuizen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Drommedaris
De zuidwestzijde van de Drommedaris
De zuidwestzijde van de Drommedaris
Locatie Paktuinen 1, Enkhuizen
Oorspronkelijke functie Verdedigingstoren
Huidig gebruik Horeca, zaalverhuur, cultureel centrum
Start bouw 1540
Bouw gereed 1649-1657 (verhoogd)
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 464878
Detailkaart
Drommedaris (Enkhuizen)
Drommedaris (Enkhuizen)
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De Drommedaris is de zuidelijke toegangspoort van de stad Enkhuizen. Het is het bekendste gebouw in Enkhuizen.

Ontstaan[bewerken]

De Drommedaris is de zuidelijke toegangspoort van de stad Enkhuizen. Het gebouw is neergezet als verdedigingswerk bij de ingang van de Oude Haven, en bevond zich oorspronkelijk op de Westfriese Omringdijk; deze liep vanuit het noorden via de Breedstraat verder langs de Zuiderdijk. Het stuk dijk vlak bij de Drommedaris is later afgegraven voor de aanleg van de Buitenhaven. De geschutskelder en de ruimte op de begane grond dateren uit 1540 en waren het oorspronkelijke bouwwerk. De beide ruimtes bevatten kanonsgaten langs de wanden in nissen waar kanonnen stonden die de havens konden bestrijken. De bovenste ruimte heeft een ribgewelf. Boven het gebouw op het dak stond een bouwsel met daarin gevangeniscellen die nog steeds op de eerste etage in het huidige gebouw zijn terug te vinden. Boven de poort is een cel voor ter dood veroordeelden waar in het eikenhouten beschot jaartallen en soms gedichten zijn gekerfd. Buiten boven de ingang van deze poort was in witte steen het wapen van de Keizer uitgehouwen met eronder de tekst: "Salig is de Stad en hoog gepresen, die peist om oorlog in tijdt van vrede." In een houten klokkenstoel op het dak hing een luidklokje om het sluiten van de poort aan te kondigen.

De oude naam van het gebouw is Zuiderpoort of Ketenpoort en later ook Wilgenburg (voor het bolwerk waar de toren bij hoorde). De benaming Ketenpoort verwijst naar de zoutketens ten zuiden van de stad langs de Zuiderdijk, die via deze poort konden worden bereikt. Hier werd zeewater verdampt om het zout te verkrijgen waar haring mee werd geconserveerd. In de 19e eeuw wordt de naam Drommedaris of Domburg gebruikt.

Verhoging[bewerken]

Na de Tachtigjarige Oorlog werd het gebouw verhoogd tot de vorm die we nu kennen. Deze bouw duurde van 1649-1657. In de loop der eeuwen was het gebouw in gebruik als opslag van buskruit, gevangenis, wachtkazerne, accijnskantoor, spinnerij/weverij, als telegraafkantoor (onder de poort) en ook de eerste tentoonstelling van het Zuiderzeemuseum vond plaats in het gebouw in de zomer van 1949.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd bij een bombardement op de naastgelegen scheepswerf het gebouw ernstig beschadigd. Vooral de poort aan de stadszijde zat vol granaatinslagen. Zie afbeelding in fotogalerij.

Omstreeks 1960 kwam er een studentencentrum in de Drommedaris met op de begane grond een bar. Er werd in de gevangeniscellen en op de zolder geslapen door de studenten, onder wie ook Prinses Beatrix. Later kwam er op de eerste verdieping een café-restaurant en werd de ruimte beneden, net als de tweede etage, een kleine gehoorzaal voor allerlei activiteiten zoals concerten, toneelvoorstellingen en expositieruimte van kunstobjecten. Tegenwoordig is het gebouw alleen in gebruik als cultureel centrum.

Restauraties aan het gebouw zijn verricht in 1914-1915, 1956-1968, 1963 en 1973. In 2012/13 wordt het gebouw en de toren met carillon opnieuw gerestaureerd. Fotoserie hiervan: [1]

Ophaalbrug[bewerken]

Voor de Drommedaris staat een witte ophaalbrug (rijksmonument) die rond 1900 versmald is. (zie de bruine foto's in de galerij waar de brede brug nog deels op staat) De ophaalbrug geeft de schepen toegang tot de Oude Haven tussen de Paktuinen en de Dijk.

Het carillon[bewerken]

In de jaren 1649-1657 werd het gebouw met twee etages verhoogd en kreeg het rondeel een spits dak met een open koepeltoren, waarin zich vandaag de dag een carillon van 39 klokken bevindt van diverse klokkengieters: Geert van Wou uit Kampen, Pieter Hemony uit zijn Amsterdamse tijd, A.H. van Bergen uit Heiligerlee en van Eijsbouts uit Asten. De klokkenreeks is gestemd in middentoonstemming. Dit deed Pieter Hemony op basis Es2 (±160kg).

Oorspronkelijk hing in het torentje sinds 1659 een kleine voorslag van ± 10 klokken die gegoten was door de Kamper klokgieter Geert van Wou. Deze had hij omstreeks 1524 gegoten voor de Zuider- of St. Pancrastoren. De klokken waren daar weer verwijderd met de komst van de Hemonyklokken in 1649. Samen met de speeltrommel en wat verder nog aan onderdelen voorhanden was werden deze klokken bewaard, mogelijk met het doel ze in de toren van de verhoogde Ketenpoort te hangen. Een van de grootste klokkken had men in het klokhuis bij de Westerkerk gehangen en deze werd vandaar ook naar de Drommedaris verhuisd omdat deze stemde (accordeerde) met de overige klokken. [2] Dit alles beschrijft Gerard Brandt, de geschiedschrijver van Enkhuizen. Peter Bakker beschrijft in het artikel in Steevast ook dat het carillon hoofdzakelijk ten dienste was van de scheepvaart bij mistig weer. Hij kwam hierbij tot de conclusie dat om die reden het gebouw werd verhoogd. Hierover verder meer in dit artikel.

Drie klokken van deze van Wou-voorslag bestaan nog steeds, waarvan twee in het huidige carillon en de grootste nog bestaande, die dus ooit luidklok van de Westerkerk was en uurslagklok van de Drommedaris, met als opschrift IHESUS - MARIA - IOHANNES Gherardus de Wou me Fecit anno Domini MCCCCCXXIII. Deze luidklok werd rond 1960 door de gemeente Enkhuizen uitgeleend en hangt tegenwoordig in de Ontmoetingskerk aan de Klopperstraat waar de Gereformeerde Gemeente deze klok regelmatig luidt voor de eredienst.

Rond 1677 leverde Pieter Hemony voor de Drommedaris een van zijn laatste werkstukken en bovendien het lichtste spel dat hij ooit gemaakt heeft. Het bestond uit 24 klokken (incl. de uurslagbel) waarvan drie van Geert van Wou, die Pieter Hemony bijstemde om bij het nieuwe klokkenspel te kunnen gebruiken. De grootste Hemonyklok heeft als opschrift: Et Fidium Modulos Et Acuti Carmina Phaebi Vincimus P. Hemony me fec. A. 1675 (Wij (d.w.z. de klokken) overwinnen/klinken luider dan (= vincimus) het gezang van de godsgetrouwen (= fidium modulos) en de verzen (psalmen?) van de doordringend klinkende Phoebus (= carmina acuti Phaebi)[3]) Op de andere klokken staan geen teksten m.u.v. een jaartal, de naam van P. Hemony en de A. voor Amsterdam. Op één van de grotere klokken schrijft hij zijn naam fout. Er staat Peturs in plaats van Petrus. (Halfuur bel) Pieter Hemony stelde het carillon samen uit klokken die in voorraad waren in zijn gieterij want hoewel het spel geleverd werd in 1677 dragen zijn klokken verschillende jaartallen vanaf 1671. Het Hemony-carillon werd door ruil met de overige (wellicht veel zwaardere) Van Wou-klokken verkregen. De metaalprijs was in verhouding met het arbeidsloon erg hoog, vandaar dat er kon worden geruild, zodat de stad niet te veel voor het spel hoefde uit te geven.[4]

Er veranderde in de loop der tijd weinig aan dit Hemony-klokkenspel. Er zijn berichten dat het spel zeer zuiver klonk. In 1816 was het aan een revisie toe; de tand des tijds had toegeslagen, en we lezen in de resoluties van de Burgemeester en gemeenteraad op 15 maart van dat jaar, dat vanwege de slechte financiële staat van de gemeente er een beroep zou moeten worden gedaan op geld uit het paalkistrecht; dit was een belasting die Enkhuizen mocht innen voor de bebakening van de Zuiderzee. Het klokkenspel had immers hoofdzakelijk tot doel de scheepvaart in goede banen te leiden bij mistig weer. Het uurwerk liet de speeltrommel met de klokken immers het hele etmaal acht keer per uur klinken in die tijd.

In 1951 werd dit klokkenspel door klokkengieter A.H. van Bergen uit Heiligerlee uitgebreid tot drie octaven (36 klokken) en werd de uurslagbel van Geert van Wou verwijderd om ruimte te maken voor het derde octaaf en logischer bedrading. Nadat de klokken in 1974 opnieuw waren opgehangen door Petit & Fritsen uit Aarle-Rixtel, is het carillon in 1982 opnieuw gerestaureerd na een inzamelingsactie onder de Enkhuizer bevolking en het bedrijfsleven met als motto "Een ton voor het Carillon". De oude uurslagklok van Van Wou kwam bij deze werkzaamheden nog niet terug vanuit de kerk aan de Klopperstraat. In plaats hiervan kwam er in 1982 een nieuwe uurslagbel van Eijsbouts. Een bronzen herdenkingsplaat op de eerste verdieping herinnert aan de restauratie van 1982. Hierop staan de namen van de schenkers van de toen vernieuwde klokken. De oude overtollige meest kleine klokjes van A.H. van Bergen die niet zuiver van toon waren, werden bij opbod verkocht ten bate van een fonds dat ondergebracht werd bij de Enkhuizer Klokkenspel Vereniging. De grootste klok hiervan, met slagtoon g3 (klaviertoon e3) van ±29 kg, is later geschonken aan een kerk in Indonesië. Tijdens de restauratie van het gebouw en de koepel in 2013 wordt ook het carillon weer gereviseerd. De stadsbeiaardier bespeelt de klokken elke donderdag rond de middag. Daarnaast vervangt hij twee maal per jaar de melodieën op de speeltrommel. Tegenwoordig speelt de 17e-eeuwse speeltrommel elk kwartier, waarna op het hele uur en halve uur de slagen volgen op verschillende klokken. Het is sinds de ingebruikname in 1659 traditie dat dit het hele etmaal gebeurt.

Luidklokje[bewerken]

Aan de buitenkant hangt boven de oostelijke wijzerplaat het beurtschepen- of veermansklokje uit 1775 gegoten door Jan Verbruggen. Op de rand van deze luidklok staat de Latijnse tekst Labor Vincit Omnia. Jan Verbruggen me fecit Enchusae 1775. (Arbeid/inspanning/inzet overwint alles. Jan Verbruggen maakte mij te Enkhuizen 1775.) Het klokje werd bij de revisie van het carillon in de zeventiger jaren van de 20e eeuw weer luidbaar gemaakt. De klok luidt met een rechte as boven de klok en heeft daardoor een vliegende-klepelsysteem, in tegenstelling tot de meeste andere luidklokken in de torens van Enkhuizen die met een vallende klepel en een krukas boven de klok worden geluid. Jan Verbruggen was één van de gieters die werkten in de stadsklokkengieterij aan het tegenwoordige Donkerelaantje bij het Emmaplein in Enkhuizen, op de plek waar nu de grafkelders van de begraafplaats zich bevinden. Later heeft hij als geschutgieter gewerkt voor de Engelse koning. Van zijn hand is nog een klein kanon in de collectie van het Zuiderzeemuseum. Dit bronzen kanon werd in de tachtiger jaren van de vorige eeuw in de wateren bij Indonesië terug gevonden en draagt het wapen van de VOC en drie haringen zijnde het wapen van Enkhuizen.

De ankers[bewerken]

Aan de zijkant van de Drommedaris hangen twee ankers aan de muur (zie de afbeelding in de fotogalerij). Volgens een legende zouden deze zijn buitgemaakt op de Geldersen bij een mislukte aanslag op Enkhuizen in 1537 (tijdens de Gelderse Oorlogen). De Enkhuizers kregen de vijf Gelderse schepen, die 's nachts voor anker lagen, in de gaten en verjoegen hen, waarbij de Geldersen de ankerlijnen moesten kappen. De ankers zijn vervolgens opgevist en als zegetekenen aan de Engelse Toren (ook wel Oost-Indische Toren genoemd) gehangen. Deze toren werd echter in 1829 gesloopt, waarna de ankers samen met de gedenksteen zijn verplaatst naar de Drommedaris.

De bovenste inscriptie op de gedenksteen is een jaardicht (chronogram), en luidt

enChVsaM InsIdIIs taCItIs sVb noCte sILentI obrVere adnIXa est geLrICa perfIdIa

De Romeinse cijfers hierin (waarbij de D niet wordt gebruikt) vormen opgeteld het jaartal van de overval, 1537. Een vrije vertaling op rijm hiervan is:

De Geldersche ontrouw zocht Enkhuizens strijdb're wallen
Bij nacht met hare list van buiten te overvallen [5]

Fotogalerij[bewerken]

Veel bezongen[bewerken]

Het carillon en de toren werden veel bezongen in het verleden. Zo komen de klokken van de Drommedaris uitgebreid aan bod in het refrein van het 'Henkuzer lied' op melodie van Jan Gorrissen. Ook Astrid Nijgh bezong de Drommedaris in 1979 op haar plaat: De Razende Bol in het slotlied: 'Welterusten Goede nacht', waarbij de toenmalige stadsbeiaardier Jenke Kaldenberg het carillon bespeelde met een melodie van W.A. Mozart uit de Zauberflöte. In 1998 bracht Frank Boeijen het album De ballade van de Dromedaris uit waarop hij het nummer "Dromedaris" bezingt, het is een ode aan zijn moeder (geboren in Enkhuizen) en aan de Drommedaris. Een tekening van de Drommedaris hing bij de familie Boeijen, in Nijmegen, in de keuken.

Referenties[bewerken]

  1. klik hier voor fotoserie van de restauratie 2013
  2. Resolutie van 1 Augustus 1657: "In omvrage gebracht off de clocken in de Zuyder Toorn gehangen hebbende ende jegenwoordich niet gebruykt werdende, niet behoorden te werden gebracht op de nieuwe Toorn beneffens de clock uyt de Westertoorn, die accordeert met de toon van de voorz. clocken te meer dewyle de ton ende meest alle toebehoorten tot het speelwerck noch voorhanden is. Is naer omvrage bij meerderheyt van stemmen verstaen de voorz. clocken beneffens de clocke uyt de Westertoorn op de nieuwe Toorn tot een speelwerck te brengen ende een nieuwe clock in de Westertoorn te doen gieten."
  3. Met Phoebus wordt Apollo bedoeld, de god van de poëzie in de klassieke wereld. Phoebus/Apollo wordt als god van het licht (de zonnegod) ook wel met Christus vergeleken en zou in dit verband dus de priester/dominee als plaatsvervanger/voorganger kunnen zijn. Waarmee dan zowel de gelovigen als de voorganger overstemd worden als de klokken roepen. (met dank aan drs. B. Leek die de vertaling maakte.)
  4. Resolutie van 31 mei 1677:"In deliberatie geleyt zijnde (Tijdens het beraad kwam naar voren), of men in plaatse van de klocken op de toorn in de Paktuynstraat niet soude konnen hangen, seecker klockwerck werdende te koop gepresenteert bij Hemony, klockgieter tot Amsterdam, mits de tegenwoordige klocken souden werden verkocht, ende geconsidereert (overwegende), dat de stadt daar uyt soude konnen profiteeren, alsmede gedient zijn van veel aangenamer speelwerck is geresolveert (vastgesteld), d'Hrn Burgemeesteren daartoe te authoriseeren (machtigen), ingevalle hetzelve buyten belasting van de stadt soude konnen werden gedaen"
  5. Het Leeskabinet, jrg. 1852, tweede deel, p. 118

Bibliografie[bewerken]

  • Bakker Peter - Van geschutstoren tot klokketoren Waarom de Drommedaris werd verhoogd. Artikel in Steevast uit 1983 het jaarboek van de vereniging 'Oud Enkhuizen'
  • Spoelstra Sjoerd - Artikel in de 22e bundel 'Westfrieslands Oud en Nieuw 1955' over de Enkhuizer Carillons in de historie blz. 50
  • Keppel, Jaap - De Zuidertoren het gezicht van Enkhuizen uitgegeven ter gelegenheid van de ingebruikname van het gerestaureerde carillon door Gemeente Enkhuizen 1992 .
  • Lehr, Andrë - Historische en muzikale aspecten van Hemony-beiaarden (Amsterdam 1960)
  • Rinus de Jong, André Lehr & Romke de Waard - De zingende torens van Nederland -Losbladige uitgave der Nederlandse Klokkenspel Vereniging rond 1980.
  • André Lehr - De klokkengieters François en Pieter Hemony. uitgave door B. Eijbouts Asten mei 1959.
  • Loosjes Mr. A - De Torenmuziek der Nederlanden uitgave 1916 door Scheltema en Holkema boekhandel Amsterdam.

Externe links[bewerken]