Drongengoedbos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Drongengoedbos
Herstel van het natte heidelandschap bij het Spiegelaereven
Drongengoedbos op Openstreetmap

Het Drongengoedbos is het grootste bos van de provincie Oost-Vlaanderen. Het bos is 550 hectare groot en ligt vooral op het grondgebied van Ursel (Knesselare). Een groot stuk van het bos is ontstaan door aanplantingen in de negentiende eeuw op een oud heidegebied, het Maldegemveld. Nu is Natuurpunt bezig een deel van het Drongengoedbos terug in zijn oorspronkelijk staat te herstellen. Vroeger was het grotendeels heide en venen en die worden nu terug aangelegd.

Het terrein ligt tussen Knesselare, Ursel, Aalter en Maldegem, en is deels in privaat bezit, en deels militair terrein. Een ander deel is eigendom van het Vlaamse Gewest.

Midden in het Drongengoedbos ligt de Drongengoedhoeve.

Geschiedenis[bewerken]

In 1242 schonk of verkocht gravin Johanna Van Constantinopel en graaf Thomas van Savoye de woeste heidegronden van het Maldegemveld aan drie verschillende abdijen. De abdij van de Norbertijnen van Drongen, de Sint-Baafsabdij in Gent uitgebaat en de abdij Ter Doest in Lissewege.

De ontginning van die woeste gronden verliep moeizaam en kwam pas op kruissnelheid onder het bewind van abt De Stoop in 1740. Deze abt stapte af van het plan om van het Maldegemveld een landbouwgebied te maken, dat bleek onmogelijk door de harde kleigrond. Hij liet de dreven, die er vandaag nog zijn, volgens dambordmotief aanleggen voor bosontginning. In 1746 bouwde hij de nieuwe Drongengoedhoeve. Het bewijs daarvoor kan men nog altijd lezen in de twee wapenschilden boven de poort. Enerzijds de spreuk van de abdij van Drongen: vita brevis (het leven is kort), anderzijds het persoonlijke wapenschild van abt De Stoop: corda juncta cordibus (laat de harten verenigd zijn). De hoeve en het gebied valt in privéhanden na de Franse revolutie. Vanaf dan moet het bos stilaan weer plaats maken voor landbouwgrond.

In 1955, in volle Koude Oorlog, legde de NAVO midden in het Drongengoedbos een vliegveld aan om mogelijke aanvallen van het het Sovjetblok af te slaan. In de praktijk werd het vliegveld al snel een reservevliegveld en dit tot 1993. Na 1993 werd het eigendom van het Belgische leger dat het als oefenveld en oefenterrein gebruikt, en het verhuurt voor privé-gebruik. De laatste jaren[bron?] wordt het vliegveld enkel nog gebruikt voor recreatieve sportvliegerij. Op het vliegveld wordt ook jaarlijks Wings & Wheels georganiseerd: een openluchtexpositie van tanks, militaire voertuigen en vliegtuigen.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Hét Meetjesland - Auteur: Marc Van Hulle - Uitgegeven door Davidsfonds NV, Leuven - 2008, pagina 69 - 77