Duitse Democratische Republiek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deutsche Demokratische Republik
 Sovjet-bezettingszone in Duitsland 1949–1990 Duitsland 
Vlag van Oost-Duitsland Wapen
(Details) (Details)
Kaart
1957-1990
1957-1990
Algemene gegevens
Hoofdstad Oost-Berlijn (de facto)
Oppervlakte 108.178 km²
Bevolking 17 miljoen (1989)
Talen Duits
Religie(s) De jure: Atheïsme
De facto: Protestant, Katholiek
Nat. feestdag 7 oktober (Dag van de Republiek)
Volkslied Auferstanden aus Ruinen
Munteenheid Oost-Duitse mark
Regering
Regeringsvorm Volksrepubliek
Staatshoofd Voorzitter van de Staatsraad
Geschiedenis
- Ontstaan DDR 7 oktober 1949
- Duitse Hereniging 3 oktober 1990
Staatkundige geschiedenis van Duitsland

Kelten
Germanen
Grote Volksverhuizing (4e-6e eeuw)


Frankische Rijk (5e eeuw-843)
Oost-Frankische Rijk (843-962)
Banner of the Holy Roman Emperor (after 1400).svg Heilige Roomse Rijk (962-1806)


Rijnbond (1806-1813)
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Duitse Bond (1815-1866)
Flag of the German Empire.svg Noord-Duitse Bond (1866-1871)


Duitse Rijk
Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk (1871-1918)
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek (1918-1933)
Flag of German Reich (1935–1945).svg Nazi-Duitsland (1933-1945)
Flagge Preußen - Provinz Ostpreußen.svg Oostgebieden (-1945)


Na-oorlogs Duitsland
Flag of Germany (1946-1949).svg Geallieerde zones (1945-1949)
Flag of Saar (1947–1956).svg Saarland (1947-1956)
Verdeeld Duitsland:

Vlag van Duitsland Bondsrepubliek (1949-1990)
Vlag van Duitse Democratische Republiek DDR (1949-1990)

Duitse hereniging (1990)

Vlag van Duitsland Duitsland (1990-heden)


Portaal  Portaalicoon  Duitsland
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

De Duitse Democratische Republiek (Duits: Deutsche Demokratische Republik, DDR), vaak ook Oost-Duitsland genoemd, was een communistische staat in Europa, opgericht door de Sovjet-Unie in 1949 in de Sovjet-zone van bezet Duitsland. De staat bestond officieel van 7 oktober 1949 tot 3 oktober 1990. Toen werden de deelstaten op het grondgebied van de DDR opnieuw ingesteld en traden deze tot de Bondsrepubliek Duitsland toe, waardoor Duitsland herenigd werd.

Omdat er een democratisch Duitsland (de Bondsrepubliek) bestond, dat vluchtende DDR-bewoners als staatsburgers accepteerde, besloot de DDR-regering de grenzen te sluiten. Zij liet DDR-bewoners maar zeer beperkt naar Westerse landen reizen. De laatste open grens tussen Oost- en West-Berlijn werd in 1961 gesloten met de bouw van de Berlijnse Muur.

In de DDR was, ook grondwettelijk, bepaald dat de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (de communistische partij) de eigenlijke machthebbende was en niet de staatsorganen, zoals de regering. Oppositieleden werden vervolgd. Alle grote fabrieken waren in handen van de overheid, die mocht bepalen wat er werd geproduceerd en hoeveel het in de winkel mocht kosten. Gebrek aan goederen en de slechte kwaliteit ervan waren grote kritiekpunten onder de DDR-bevolking[1][2], die via de televisie wist hoe het leven er in het Westen uitzag.

In de praktijk fungeerde Oost-Berlijn als hoofdstad van de DDR. Vanaf 1976 golden de wetten van de DDR onverkort ook voor Oost-Berlijn. Volkenrechtelijk gezien was Berlijn (Oost en West) echter een stad die onder het gemeenschappelijk bestuur van de vier bezettingsmachten stond.[3]

Voor de Sovjet-Unie, die dit gebied in 1944/1945 als bezettingszone kreeg toegewezen, was de DDR strategisch belangrijk. Een volksopstand in 1953 werd door Sovjettroepen neergeslagen. Dit ontmoedigde nieuwe pogingen, toch bestond er de gehele tijd een ondergrondse oppositie. In 1989 vluchtten veel DDR-bewoners via West-Duitse ambassades en via Hongarije (dat zijn grenzen naar Oostenrijk had geopend) naar het westen. De regering beperkte derhalve reizen naar Hongarije en trad hard op tegen demonstraties[4], maar stond politiek en vooral economisch gezien met lege handen.[5] Na een communicatiefout op 9 november 1989, waardoor talloze Oost-Duitsers massaal naar de grenzen kwamen, gaf de DDR-leiding in feite op.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van de DDR voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Oprichting 1949[bewerken]

De Sovjet-Unie werkte vanaf 1945 doelgericht toe naar de oprichting van een communistische dictatuur in Duitsland. De sociaaldemocraten werden in 1946 in één partij met de communisten gedwongen (Sozialistische Einheitspartei Deutschlands, SED), de christendemocraten en liberalen moesten hun politiek volledig aan die leidinggevende partij aanpassen. Bij de enige vrije verkiezingen die op het grondgebied van de latere DDR zijn gehouden (de verkiezingen voor de Stadtverordnetenversammlung van Berlijn in 1946) kreeg de SED nog geen 20% van de stemmen. Op 7 oktober 1949 nam het door communisten gedomineerde Deutscher Volkskongress in Oost-Berlijn de grondwet van de nieuwe staat DDR aan.

Ontwikkeling[bewerken]

De eerste drie jaar, tussen 1949 en 1952, was de zogeheten zonegrens tussen de beide Duitslanden nog redelijk normaal passeerbaar zonder grensversperringen. Vanaf mei 1952 begon de DDR de grens echter af te bakenen met prikkeldraad en houten wachttorens, al was deze tot medio 1961 (bouw Berlijnse Muur) met enig risico voor met name voetgangers via sluipwegen nog wel te passeren. Na 1961 werd dit steeds moeilijker en gevaarlijker. De DDR richtte een eigen leger op, de NVA en de Volkspolizei hielden de bevolking en grens scherp in de gaten. Ook voerde de DDR centraal geleide economie in. Mede daardoor ging de heropbouw veel trager dan in West-Duitsland.

Na een verhoging van de arbeidsnormen (in feite een loonmindering) protesteerden eerst Oost-Berlijnse arbeiders, daarna mensen uit alle lagen van de bevolking tegen de communistische regering. Tijdens de volksopstand op 17 juni 1953 konden alleen Sovjet-troepen met tanks de regering nog redden. Vooral na het aantreden van de nieuwe leider Erich Honecker in 1971 probeerde de SED om de bevolking met hogere staatsuitgaven te winnen. De DDR leefde op te grote voet en faalde uiteindelijk ook om economische redenen: ze kon haar sociaal-politieke beloften niet waarmaken. Het consumptieniveau en de leefbaarheid waren in de Bondsrepubliek veel beter, althans waar het de vrijheid en welvaart betrof. Economisch-sociaal bracht de DDR meer zekerheid en geborgenheid, aangezien de DDR geen werkloosheid kende. De DDR had wel een grote verborgen werkloosheid; een studie uit 1990 schatte deze in op 15%.[6]

De bevolking reageerde op de rigide politiek van de SED door een stemmen met de voeten. Tussen de oprichting van de DDR in 1949 en het jaar 1961 hebben zo'n 2,7 miljoen mensen de DDR en Oost-Berlijn verlaten, meer dan 10 procent van de bevolking. Dat was nog mogelijk, omdat de grens tussen Oost- en West-Berlijn nog open was. Op 13 augustus 1961 reageerde de SED door te beginnen met de bouw van de Berlijnse Muur, die de massale vlucht nagenoeg tot stilstand bracht. Het resultaat was dat de DDR-bevolking geen alternatief had en zich meer op een permanent leven in de DDR inrichtte. Toch bleef de ontevredenheid en mensen bleven vluchten (meestal door van een reis naar het Westen niet terug te komen). Overigens waren er ook honderden West-Duitsers die legaal naar de DDR emigreerden, veelal om private of familiaire redenen. Daarnaast werden vanaf 1962 op grote schaal politieke gevangenen door de Bondsrepubliek vrijgekocht. Dit leverde de DDR 3,5 miljard DM aan harde valuta en goederen op. Aan de Duits-Duitse grens kwamen ook 31 DDR-grenswachten om het leven, waarbij de dader in de meeste gevallen een deserterende collega was.

Vanwege de economische problemen en onvrijheid kwam de SED in steeds grotere problemen; de macht en invloed van de oppositie was echter gering. Dissidenten zoals de chemicus Robert Havemann (1910-1982) en de econoom Rudolf Bahro (1935-1997) en ook de zanger Wolf Biermann, kregen in het Westen wel veel media-aandacht, maar de steun voor hen onder de DDR-bevolking was ongewis. Michail Gorbatsjov, de leider van de Sovjet-Unie sinds 1985, probeerde het communisme in zijn land te hervormen door een zekere liberalisering toe te laten, terwijl de SED juist hard in de leer bleef.

In 1988/1989 gaven ontwikkelingen in de andere communistische landen, vooral in Polen en Hongarije, signalen voor een grotere verandering. Vanaf september 1989 vonden er in de DDR, met name in de stad Leipzig, elke maandagavond massale geweldloze protestdemonstraties plaats onder de leus "Wir sind das Volk". Cruciaal was die van 9 oktober 1989 met 70.000 demonstranten toen politie en leger opdracht kregen van de lokale SED niet op te treden, hetgeen de val van de socialistische regering inluidde. Op 23 oktober betoogden in Leipzig al 250.000 burgers, ook in andere steden waren massaprotesten. In Oost-Berlijn vond op 4 november de eerste legale protestdemonstratie plaats met ca. 750.000 betogers. Vijf dagen later, op 9 november, viel de Berlijnse muur. Deels door een communicatiefout van de SED-woordvoerder Günter Schabowski, die alleen makkelijkere regelingen voor reizen naar het buitenland wilde aankondigen, stroomden DDR-bewoners massaal naar de grens die tegen 22.00 uur openging. De dagen erna werden nieuwe openingen in de Muur gemaakt, delen van de Muur werden afgebroken en vooral West-Berlijners sloegen met pikhouwelen stukken uit de gehate Muur. Ook de Duits-Duitse grens zelf werd passeerbaar met nieuwe openingen en grensbewaking en controles bleven nu achterwege. Voor het eerst in 40 jaar liepen burgers vrij rond in de zogeheten 'dodenzone', althans waar geen mijnenvelden lagen.

Op 18 maart 1990 kozen de Oost-Duitsers voor het eerst sinds 1932 een parlement volgens democratische regels. De communisten, hun partij eerst SED-PDS, later PDS geheten, kregen 16 procent van de stemmen (meer dan verwacht), maar de christendemocraten (CDU) kregen met ruim 40 procent de meeste stemmen en vormden een regering met sociaaldemocraten (SPD) en liberalen. Op 1 juli 1990 werd de West-Duitse Mark in de DDR ingevoerd (en hield de DDR-Mark op te bestaan) en op 3 oktober 1990 hield de DDR zelf op te bestaan. Het opvallendste symbool dat uit de DDR-tijd nog rest, is de 365 meter hoge tv-toren in (Oost-)Berlijn, gebouwd in 1969.

Duitse Hereniging 1989/1990[bewerken]

Duitsland verdeeld (boven)
Duitsland herenigd (onder)
Nuvola single chevron right.svg Zie Duitse hereniging voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 3 oktober 1990 hield de DDR op te bestaan en werd samengevoegd met West-Duitsland, de Bondsrepubliek Duitsland. 3 oktober is sindsdien de nationale feestdag van Duitsland (Dag van de Duitse Eenheid). West-Duitsland, dat economisch veel sterker was, investeerde honderden miljarden marken om Oost-Duitsland te helpen. De werkloosheid in de DDR steeg sinds de val van het communisme dramatisch, omdat veel staatsbedrijven verouderd waren en geen bestaansmogelijkheid op de vrije markt hadden. Tot nu toe is er te weinig vervangende werkgelegenheid ontstaan.

De toenmalige bondskanselier Helmut Kohl sprak bij de hereniging wel over de 'wonden van 40 jaar SED-dictatuur, die niet licht geheeld zullen worden', maar stelde ook blühende Landschaften (bloeiende landschappen) in het vooruitzicht en voorspelde dat de welvaart van de nieuwe deelstaten het niveau van de westelijke deelstaten zou bereiken. Dat laatste bleek tegen te vallen. Wel is de infrastructuur aanzienlijk verbeterd, veel privékapitaal is geïnvesteerd en de stadsvernieuwing is ter hand genomen. Een fors deel van de uitgaven wordt echter nog gevormd door werkloosheidsuitkeringen.

De onvrede draagt ertoe bij dat relatief veel mensen in de nieuwe deelstaten op radicaal rechtse of linkse partijen stemmen, vooral op Die Linke, die is voortgevloeid uit de SED. Bij de Duitse Bondsdagverkiezingen 2009 haalde zij 11,9 procent in geheel Duitsland. In de nieuwe deelstaten was dat tussen 24,5 en 32,4 (Sachsen-Anhalt) procent, in de oude tussen 14,7 en 21,2 (Saarland) procent. 72% van de Duitsers vindt, dat de innere Einheit (interne eenheid) nog steeds niet is bereikt en dat er een Mauer in den Köpfen (muur in de hoofden) blijft bestaan.[7] Bovendien bleek uit een onderzoek van het Leipziger Institut für Marktforschung, naar aanleiding van het feit dat de muur 20 jaar eerder gevallen was, dat er in 2011 bij 12,5% van de Duitsers nostalgie bestaat naar het leven vóór de val van de muur.[8]

Politiek[bewerken]

Partijen[bewerken]

DDR postzegel voor de 20ste verjaardag van de SED
FDJ fakkeltocht voor de 40e Verjaardag van de DDR
Pioniersorganisatie Ernst Thälmann op de achtste partijdag van de SED

In 1945 mochten, naast de KPD, behalve de SPD ook de Christelijk Democratische Unie en de Liberaal-Democratische Partij van Duitsland opgericht worden. De SPD moest in 1946 opgaan in een fusie met de KPD, wat leidde tot de communistisch gedomineerde Socialistische Eenheidspartij van Duitsland. Zij ging in 1948 over van een gematigd lijkende koers naar een stalinistische. Het was streng verboden om de SPD opnieuw op te richten.

De christendemocraten en liberalen werden gedwongen om de politiek van de SED te steunen, doordat de Sovjet-bezetter bestuursleden van die partijen arresteerde. Om beide partijen nog meer te verzwakken richtten de communisten twee nieuwe partijen op: Democratische Boerenpartij van Duitsland en de Nationaal-Democratische Partij van Duitsland, de laatste voor voormalige 'kleine nazi's'.

Alle partijen moesten lid zijn van een 'antifascistisch-democratische blok', dat later het Nationale Front werd. Bij dit blok aangesloten waren ook zogeheten 'massaorganisaties': vakbond, vrouwenorganisatie, jongenorganisatie Freie Deutsche Jugend en Kulturbund. De partijen buiten de SED werden 'blokpartijen' benoemd. Toen de SED in 1987 ruim 2,2 miljoen leden telde hadden de overige partijen in totaal 469.000 leden. Ter vergelijking: in de veel grotere Bondsrepubliek had de grootste partij, de SPD, toen minder dan één miljoen leden.

Bij de verkiezingen voor de Volkskammer (het parlement) en ook de andere volksvertegenwoordigingen, traden de partijen en massaorganisaties met maar één gezamenlijke lijst aan. Welke partij hoeveel zetels kreeg werd al van tevoren via het Nationaal Front bepaald. De SED had blijkbaar geen absolute meerderheid in de Volkskammer, toch waren de meeste volksvertegenwoordigers van de massaorganisaties ook lid van de SED. In 1968 werd de leidinggevende rol van de SED zelfs in de grondwet geplaatst. De volgende partijen waren vertegenwoordigd in de Volkskammer:

De belangrijkste massaorganisaties waren:

Bestuursstructuur[bewerken]

Leden van de Ministerrat in juni 1981.

Volgens de grondwet was het hoogste orgaan van de staat de Volkskammer (volksvertegenwoordiging). De SED had 127 zetels in de Volkskammer, de overige vier partijen ieder 52 zetels. De vijf massaorganisaties kregen ieder tussen 14 en 61 zetels.

Het ambt van staatshoofd werd vanaf de oprichting van de DDR in 1949 tot 1960 vervuld door een president, Wilhelm Pieck. Na zijn dood werd een collectief staatshoofd ingericht, de Staatsrat (Staatsraad). Feitelijk staatshoofd was de voorzitter van de Staatsraad. In april 1990 - na de eerste democratische verkiezingen (Volkskammerwahl) - werd de Staatsraad afgeschaft en de functie van president in ere hersteld. Een president werd niet meer gekozen; de taken van het staatshoofd werden tot 3 oktober 1990 waargenomen door de voorzitter van de Volkskammer.

De ministerraad, voorgezeten door een minister-president (voorzitter van de ministerraad), was de uitvoerende raad van de Volkskammer. Er waren ruim veertig ministers, vier van hen waren vertegenwoordigers van de vier blokpartijen. De minister-president was echter altijd lid van de SED. In de realiteit kon het SED-politbureau de ministers en ambtenaren bevelen geven.

Buitenlandse betrekkingen[bewerken]

De DDR is tijdens haar bestaan vrijwel onwankelbaar trouw geweest aan de Sovjet-Unie. Dit ligt wellicht mede aan het feit dat de staat niet alleen zijn ideologische karakter, maar ook zijn zelfstandige bestaan dankte aan steun van de Sovjet-Unie. Massaal gewapend ingrijpen, zoals in Hongarije en Tsjechoslowakije, of dreigen daarmee, zoals in Polen, is nooit nodig geweest. Wel greep het Rode Leger hard in tijdens de volksopstand in 1953. De vriendschap tussen de DDR en de Sovjet-Unie werd dan ook standaard als 'eeuwig en onverbrekelijk' omschreven. Toen Walter Ulbricht rond 1971 een iets onafhankelijker koers ging varen, kon die zonder moeite vervangen worden door Erich Honecker. Pas toen Sovjet-leider Michail Gorbatsjov met zijn glasnost en perestrojka zelf probeerde het Sovjet-Communisme te hervormen, wenste de DDR-regering daarin niet mee te gaan. Toen bleek echter hoezeer de tijden veranderd waren. Gorbatsjov liet in 1989 weten dat ze het zelf maar moesten uitzoeken met de woorden: Трудности подстерегают тех, кто не реагирует на жизнь (onnauwkeurig vertaald bekend geworden als Wie te laat komt, wordt gestraft door het leven)[9].

In haar beginjaren werd de DDR als staat internationaal nauwelijks erkend. De Bondsrepubliek hanteerde tussen 1955 en 1969 de Hallsteindoctrine, die bepaalde dat de Bondsrepubliek geen diplomatieke betrekkingen onderhield met landen die de DDR erkenden. Als enige uitzondering werden diplomatieke betrekkingen met de Sovjet-Unie onderhouden. Een doorbraak werd bereikt met de ondertekening van het Grundlagenvertrag tussen de Bondsrepubliek en de DDR in december 1972. België erkende de DDR diezelfde maand nog en Nederland ging op 5 januari 1973 eveneens over tot de erkenning van de DDR. Op 18 september 1973 werden de DDR en de Bondsrepubliek beide lid van de Verenigde Naties.

Relaties met het Westen[bewerken]

De DDR beschouwde zichzelf als de eerste "boeren- en arbeidersstaat op Duitse bodem". Deze staat heeft echter altijd meer dan enige andere communistische staat te kampen gehad met de verlokkingen die de eigen bevolking waarnam in het kapitalistische westen. Niet alleen was er geen natuurlijke grens met de Bondsrepubliek, ook de West-Duitse media waren vrijwel overal goed te ontvangen en natuurlijk zonder taalbarrière. In de Bondsrepubliek voltrok zich het naoorlogse Wirtschaftswunder, waarmee het zelfs veel andere West-Europese landen in de schaduw stelde. De DDR-bevolking kon zelf waarnemen dat zowel de materiële welvaart als de mensenrechten aan de andere kant van de Duits-Duitse grens op een veel hoger peil stonden. Bovendien beschouwde West-Duitsland migranten vanuit de DDR niet als buitenlanders, maar als Duitsers, die meteen een paspoort konden krijgen.

Een en ander dreigde tot grootscheepse ontvolking van de DDR te leiden, zodat aan de Duits-Duitse grens en tussen Oost- en West-Berlijn draconische maatregelen moesten worden genomen om de eigen bevolking te weerhouden van Republikflucht, zoals het in het DDR-strafrecht werd omschreven. Vanaf augustus 1961 werd de Berlijnse Muur gebouwd en steeds verder geperfectioneerd. De muur werd officieel omschreven als antifascistische beschermingswal tegen het kapitalistische Westen. Er werd een zichtbaar IJzeren Gordijn neergelaten langs de Duits-Duitse grens, bestaande uit prikkeldraad, mijnenvelden en automatische schietinstallaties (Selbstschussanlage; de SM-70). Het doodschieten van vluchtelingen aan de Berlijnse Muur (ongeveer 200 doden) en elders aan de Duits-Duitse grens bezorgde de DDR een slecht imago. Het opheffen van de reisbeperkingen voor de eigen bevolking in 1989 luidde het einde in van de DDR.

Districten[bewerken]

De eerste paar jaar van haar bestaan was de DDR een federale staat, met de deelstaten (Länder) Mecklenburg, Saksen-Anhalt, Brandenburg, Thüringen en Saksen. In 1952 werd deze structuur afgeschaft en vervangen door 15 districten (Duits 'Bezirke'), die tot 1990 zouden blijven bestaan. Deze districten waren vernoemd naar hun belangrijkste stad. Het doel van de nieuwe districtsgrenzen en -namen was om een streep te zetten onder de Duitse geschiedenis en de herinnering aan oude staten zoals Mecklenburg, Brandenburg en Saksen uit te wissen.

Nuvola single chevron right.svg Zie Districten van de Duitse Democratische Republiek voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Godsdienst[bewerken]

De grootste kerk was de Luthers-Evangelische Kerk. Godsdienstvrijheid werd door de grondwet gegarandeerd, maar er waren voortdurende spanningen tussen kerk en staat. De kerk was een in principe onafhankelijke institutie waarin carrière ook mogelijk was voor mensen die zich niet aan de overheid wilden aanpassen. Toch moest ook de kerk compromissen sluiten.

De Lutherse kerken werden nauw gevolgd door de geheime diensten, eveneens als de veel minder beduidende Rooms-katholieke Kerk. Op scholen werd het atheïsme en het geloof in het socialisme gepropageerd. De grote meerderheid van de Duitsers in de voormalige DDR was ook later geen kerklid: in 1990 noemden zich maar 25 procent Christen.

Economie[bewerken]

Een Trabant 601, tot de val van de muur de populairste gezinswagen in de DDR.
Karakteristieke DDR-industrie-architectuur, de Ilmenauer Glaswerke, gebouwd in 1972 en sinds 1992 niet meer in gebruik

Na de oorlog legde de Sovjet-Unie haar bezettingszone zware herstelbetalingen op, terwijl zij de toepassing van het Marshallplan verbood. Daarnaast werd in de Sovjetzone de economie in hoog temp gecollectiviseerd. Ten opzichte van de Bondsrepubliek kwam de DDR op een achterstand te staan die nooit werd ingehaald. Terwijl in de Bondsrepubliek de levensmiddelendistributie op 1 mei 1950 werd afgeschaft duurde deze distributie in de DDR nog tot 1958. Weliswaar waren levensmiddelen in HO-winkels zonder bon te krijgen, maar dan golden zwarte marktprijzen.

De economie van de DDR functioneerde in vergelijking tot andere communistische staten redelijk goed. Maar sinds het einde van de jaren '70 kreeg de DDR te kampen met een steeds slechter draaiende economie.[5] De DDR leed onder de internationale crises zoals de oliecrisis van 1973. Binnen het Centraal Comité van de SED was Günter Mittag van 1976 tot 1989 verantwoordelijk voor de planeconomie.

De productie was te zeer op kwantiteit en niet op kwaliteit gericht, de consumenten reageerden op het teleurstellende aanbod met kopersstakingen, maar daarop reageerde de planeconomie niet of onvoldoende, zodat de winkels volle schappen met ongewenste artikelen hielden.[10] De wel gewenste artikelen bleven schaars. De productie gebruikte veel te veel goedkope energie en exporteren was moeilijk, omdat er een technologische achterstand op het Westen bestond. De productiviteit in de DDR bedroeg minder dan 35% van de productiviteit in West-Duitsland.[11] De DDR ontbrak het aan de deviezen om licenties van de grote (westerse) ontwikkelaars van productiemethoden en materialen te kopen. In 1982 naderde het moment waarop de DDR niet meer aan haar betalingsverplichtingen zou kunnen voldoen[12]. Dit gevaar werd afgewend door twee miljardenkredieten, die de Bondsrepubliek in 1983 en 1984 verstrekte. Deze werden op initiatief van Franz Josef Strauß verstrekt. Als tegenprestatie ontmantelde de DDR de Selbstschussanlagen (automatische schietinstallaties) aan de Duits-Duitse grens.[13] Gesprekspartner van Strauß was Alexander Schalck-Golodkowski, die als hoofd van de afdeling Kommerzielle Koordinierung verantwoordelijk was voor het verkrijgen van deviezen door de DDR. Tussen 1967 en 1989 kwam via deze afdeling 41 miljard DM voor de DDR beschikbaar, waarvan 27 miljard door economische prestaties van de DDR en 14 miljard via betalingen van de Bondsrepubliek.[14] In 1987 bedroeg de buitenlandse schuld van de DDR 34,7 miljard D-Mark, ofwel 138,9 miljard DDR-Mark, terwijl het BBP 334,8 miljard DDR-mark bedroeg.[11]

De productie van de DDR kon jarenlang te veel grondstoffen gebruiken, omdat deze materialen niet tegen marktprijzen aan de kombinaten werden geleverd. De planeconomie slaagde er ook niet in om de benodigde reserveonderdelen te fabriceren of te distribueren, zodat tal van machines, in landbouw en industrie, stilstonden.

De derde industriële revolutie, de digitalisering van de economie en de wetenschap en de dankzij halfgeleiders en chips mogelijk geworden computerbouw ging aan de DDR voorbij, omdat men noch over de licenties, noch over de daarvoor benodigde open informatie-uitwisseling beschikte. De DDR heeft wel computers en automaten gefabriceerd, maar bleef daarin ver achter bij de Bondsrepubliek. Het Oostblok liep zeven tot twaalf jaar achter op het westen[15]. Spionage nam de plaats in van eigen research, al waren er uitstekende wetenschappers, met name wiskundigen, beschikbaar.

Het grote publiek was onbekend met de consequenties van de verslechterende economie. De Volkskammer was na de val van Honecker verrast om te vernemen dat er grote buitenlandse schulden, met name aan de Bondsrepubliek en grote begrotingstekorten bestonden. De DDR was aan het begin van de jaren '90 in feite een failliete staat.[5]

De modernisering en integratie van de Oost-Duitse economie zijn in het hedendaagse Duitsland nog steeds een kostbaar langetermijnprobleem: jaarlijks wordt voor zo'n 70 miljard dollar aan financiële steun van het westen naar het oosten gesluisd. Maar de groei blijft nog achterwege. Tot de erfenis van de industrie van Oost-Duitsland moet ook een enorme milieuverontreiniging worden gerekend.[16]

Woningbouw[bewerken]

Plattenbau in Illmenau.

In de eerste jaren van de DDR was de volkshuisvesting gericht op het herstel van de schade van de Tweede Wereldoorlog. Op de SED-partijdag van 1971 werd besloten tot een grootscheeps woningbouwprogramma, waardoor in 1990 de woningnood opgeheven moest zijn. De staat richtte zich op de grootscheepse aanleg van in socialistische stijl aangelegde satellietsteden rond de industriële kernen. Hoogbouw met prefabonderdelen van cement en beton, de "Plattenbau" stond daarbij voorop. De huizen boden tienduizenden mensen een onderdak dat vergeleken met de woonkazernes van de oude industriesteden geriefelijk, gezond en ruim was. Er waren parken, sportvoorzieningen, kinderopvang en scholen op loopafstand. Omdat de architectuur sterk ideologisch was beïnvloed was er ondanks alle goede bedoelingen sprake van saaiheid. Er was weinig keuze in huisvesting. Volgens de officiële cijfers werd in 1984 de tweemiljoenste nieuwbouwwoning opgeleverd en in 1988 de driemiljoenste woning; in werkelijkheid werd ongeveer tweederde van dit aantal gerealiseerd.[17] De staats-nutsbedrijven voorzagen alle Oost-Duitse woningen van (nagenoeg) gratis gas, water en licht.

De kernen van de oude steden werden ondertussen sterk verwaarloosd.[18] Er waren in de Oost-Duitse planeconomie geen zelfstandige aannemers, loodgieters, dakdekkers en schilders. Men kon de schaarse bouwmaterialen niet in bouwmarkten of doe-het-zelf-zaken kopen. Particuliere woningen, zelfs monumenten, vervielen daardoor. Door de lage huren, die bevroren waren op het niveau van 1936, was er ook geen geld beschikbaar voor de renovatie van woningen. In 1990 was één op de vier woningen in de DDR dringend aan renovatie toe; daarvan gold voor ongeveer 1 miljoen woningen dat de toestand zo slecht was, dat renovatie geen optie meer was.[19]

In b.v. Quedlinburg was een groot deel van de historische bebouwing in 1990 zó vervallen en verwaarloosd, dat deze stad maar ternauwernood van de sloophamer kon worden gered.[20]

Gezondheidszorg[bewerken]

De gezondheidszorg stond op een redelijk hoog peil en was gratis. Tot 1975 was de levensverwachting van de inwoners vrijwel gelijk met die in de Bondsrepubliek. In 1989 werd een Oost-Duitse vrouw gemiddeld 76 jaar en drie maanden oud. In 2009 was dat 81 jaar en 2 maanden. In de Bondsrepubliek worden door het Max Planck instituut de verwachtingen van 79 jaar in 1989 en 81 jaar en vier maanden in 2009 gegeven. Voor mannen in Oost-Duitsland was de levensverwachting in 1989 69 jaar en twee maanden, terwijl zijn West-Duitse landgenoot 72 jaar en 7 maanden mocht verwachten[21]. In 2009 werden mannen in oostelijk Duitsland gemiddeld 74 jaar en 7 maanden en in West-Duitsland 75 jaar en 9 maanden.

De zuigelingensterfte daalde in de ruim veertig jaren dat de DDR bestond gestaag, maar onophoudelijk van 72 naar 8 sterfgevallen per 1000 geboorten[22].

Milieu[bewerken]

In de DDR waren de belangen van natuur en milieu compleet ondergeschikt aan de economie. Oost-Duitsland raakte in haar bestaan zwaar vervuild. Door het gebruik van bruinkool had de DDR de hoogste uitstoot van zwaveldioxide en de hoogste concentratie fijnstof van alle Europese staten. Door de luchtverontreiniging lag het sterftecijfer bij mannen voor bronchitis, longemfyseem en astma meer dan twee keer zo hoog als het Europese gemiddelde. Meer dan de helft van het bosareaal was beschadigd.

In 1989 was welgeteld 1% van de meren en slechts 3% van de rivieren "ecologisch intact". Het overige oppervlaktewater was verontreinigd door landbouw en industrie. Ook werd 42% huishoudelijk rioolwater ongezuiverd geloosd. Meer dan 1,2 miljoen inwoners van de DDR hadden hierdoor geen toegang tot drinkwater van een aanvaardbare kwaliteit.

Milieugegevens werden in de DDR niet gepubliceerd. Vanaf 1970 golden deze als vertrouwelijk en vanaf 1980 als geheim. De milieubeweging werd door de Stasi onderdrukt.[16]

Het Rode Leger had in de DDR 350.000 hectare in gebruik, een gebied groter dan de provincie Zuid-Holland. Toen de Sovjet-troepen zich tegen 1994 terug hadden getrokken, bleek de grond van deze terreinen zwaar vervuild.[23]

Justitie[bewerken]

Vervolging van andersdenkenden[bewerken]

De vraag of de DDR een rechtsstaat, of een "onrechtsstaat" is geweest, is in Duitsland onderwerp van discussie. Zeker is dat de mensenrechten werden geschonden, dat er in het geheim executies plaatsvonden, terwijl de doodstraf officieel was afgeschaft en dat de rechters meermaals een oordeel velden op aanwijzing van de politie en de communistische partij[24]. Burgers die kritisch waren over de regering en zij die wilden emigreren werden vervolgd, gepest en achtergesteld. Dat gold ook voor hun kinderen. Zij werden ontslagen of werd het hun kinderen niet toegestaan, eindexamen te doen.[25]

Kenmerkend voor de DDR was de zware bestraffing van het ontvreemden of beschadigen van collectief bezit: "Entwendung von Volkseigentum". In de ogen van de communistische machthebbers was dit een bij uitstek verwerpelijk delict. Functies in de magistratuur of als advocaat waren niet erg in aanzien en verdienden slecht. In 1952 kwam het nieuwe Wetboek van Strafvordering van de DDR, de "Strafprozeßordnung der DDR vom 2.10.1952, GBl." van kracht. Daarin werden de rechten van verdachten sterk beperkt ten gunste van die van politie en aanklager.[26] De DDR strafte onder andere met het ontnemen van het staatsburgerschap. Dat overkwam dissidenten als Wolf Biermann.

Bij de totstandkoming van de DDR werden ondernemers, waaronder hotel- en pensionbezitters, massaal onteigend of gechanteerd, opdat hun onderneming deel van een collectief bedrijf zou worden. Het grootgrondbezit was al eerder, door de Sovjet-Unie, onteigend. Het kadaster raakte verwaarloosd, zodat eigendomsrechten onduidelijk werden.[27]

Het Ministerie voor Staatsveiligheid, de Stasi, stond boven de wet. Zo kon de Stasi in 1961 en 1962 de kluizen en huurkluisjes van de banken, in een actie die "Staatsaktion Licht" werd genoemd, leeghalen. Sieraden, kunst, goud, verzamelingen en kunst ter waarde van miljoenen verdwenen in de kas van de Stasi. Controle op de bestemming ontbrak en een van de betrokkenen richtte met de ongecontroleerd beheerde opbrengst in een natuurgebied een huis in tot »Sozialwerk zur Befriedigung der Herzenswünsche« van de hoogste staatsfunctionarissen. Minister Erich Mielke maakte aan deze corruptie een einde, maar hij moest de opbrengst verkopen via de KoKo (Kommerzielle Koordinierung) "Kunst & Antiquitäten GmbH" onder leiding van staatssecretaris voor buitenlandse handel Alexander Schalck-Golodkowski. Het bedrijf moest 55 miljoen DMark per jaar opleveren en chanteerde met behulp van de belastingdienst de eigenaren van kunstvoorwerpen. Deze werden afgetroggeld en in het Westen verkocht[28].

De DDR zette haar gevangenen op grote schaal in voor dwangarbeid. De producten die door dwangarbeiders werden gemaakt werden aan een groot aantal westerse bedrijven verkocht, waaronder ook HEMA, C&A, Wehkamp, Shell en Philips.[29] Deze dwangarbeid leverde de DDR jaarlijks 200 miljoen DM aan buitenlandse deviezen op.[30]

Bij de vervolging van andersdenkenden werd gebruikgemaakt van de volgende artikelen van het Strafgesetzbuch (Wetboek van Strafrecht) van de DDR:

  • Hoogverraad (§ 96), Landverraad (§ 97 e.v.) en Terreur (§ 101 e.v.) werden op ruime schaal gebruikt.
  • Contacten met het niet-socialistische buitenland waren strafbaar als Staatsfeindliche Verbindungen (§ 100). Dergelijke contacten waren ook volgens § 219 (Ungesetzliche Verbindungsaufnahme) strafbaar.
  • Hulp aan mensen die de DDR wilden ontvluchten was strafbaar als Staatsfeindliche Menschenhandel (§ 105).
  • Het vluchten zelf (bekend als Republikflucht) was strafbaar als Ungesetzlicher Grenzübertritt volgens § 213. Dit wetsartikel was strijdig met artikel 13 van de Universele verklaring van de rechten van de mens van de VN, waarin de vrijheid om te reizen gegarandeerd wordt.
  • Het uiten van afwijkende meningen was strafbaar als Staatsfeindliche Hetze (§ 106). Hierop stond een straf tot 10 jaar.
  • Het vormen van oppositionele verenigingen was strafbaar als Staatsfeindliche Gruppenbildung (§ 107).

Homoseksualiteit[bewerken]

Homoseksuele handelingen waren volgens het oude Duitse strafrecht van 1871 strafbaar. De nationaalsocialisten hadden deze wetten in 1935 nog aangescherpt. De communistische autoriteiten streden onderling over hoe te handelen. In Thüringen kozen de rechters voor een milde uitleg van de wet, maar in andere deelstaten was men geneigd om de oude wet uit het nationaalsocialisme uit te voeren. Rechters in Sachsen-Anhalt hielden de wet van 1935 voor "typisch nationalsozialistisches Unrecht"[31]. De door de nationaalsocialisten vervolgde homoseksuelen werden niet schadeloos gesteld voor hun lijden. Daarin volgde de DDR een uitspraak van de magistraat in Berlijn.

De rechters in Halle bleven volhouden dat iedere homoseksuele handeling, zoals kussen, die "het gevoel voor fatsoen van de arbeiders kwetste"[32] onder het wetsartikel 175a viel.

In 1957 veranderde de wet in de DDR in die zin dat de rechter rekening moest gaan houden met niet vervolgen wanneer een wetsovertreding niet tot schade aan de socialistische maatschappij had geleid. Daarna kwam het niet meer tot vervolging.[33]

In 1968 kreeg de DDR een eigen strafwet. Seks tussen twee personen van hetzelfde geslacht viel nu onder § 151 StGB-DDR. Seksuele handelingen met minderjarigen waren voor volwassenen verboden.

Op 11 augustus 1987 vernietigde het Hooggerechtshof der DDR een vonnis volgens § 151 StGB-DDR, omdat "homo- en heteroseksualiteit varianten van het menselijk geslachtsverkeer zijn en ook homoseksuele mensen deel van de socialistische maatschappij uitmaken"[34]. Daarop besloot de Volkskammer in 1989 om het nu overbodige § 151 StGB-DDR te schrappen.

Rehabilitering[bewerken]

De DDR had tussen 1960 en 1989 in totaal 280.000 politieke gevangenen.[35] Een groot aantal veroordelingen stond daarbij in verband met de zogenaamde Republikflucht. Na de Duitse hereniging zijn talrijke procedures voor juridische rehabilitering gevoerd; tot 2008 zijn meer dan 200.000 veroordelingen van de DDR-justitie nietig verklaard.

Leger van de DDR[bewerken]

Al in 1949 werd een Kasernierte Volkspolizei opgericht, een eufemistische benaming voor een leger. Het officiële leger werd in 1956 opgericht onder de naam Nationale Volksarmee (NVA). Tot 1962 was de NVA een vrijwilligersleger. Na invoering van de dienstplicht bestond het uit 170.000 soldaten.

De SED had door haar "Politische Hauptverwaltung" (PHV) en een speciale structuur haar plaats in het leger gevestigd. Bijna alle officieren waren lid van de SED, evenals de onderofficieren.

Volgens de SED was het leger het machtsinstument van de arbeidersklasse ter bescherming en beveiliging van de socialistische vooruitgang voor aanvallen van Westerse staten. De NVA heeft nooit deelgenomen aan een oorlog, maar is wel enkele malen voor langere tijd in verhoogde staat van paraatheid geweest, zoals in 1961 tijdens de bouw van de Berlijnse Muur, in 1962 tijdens de Cubacrisis, in 1968 bij de inval van het Warschaupact in Tsjechoslowakije en in de herfst van 1989.

De andere krijgsmachtonderdelen van de DDR waren de Volksmarine en de Luftstreitkräfte der NVA.

Munteenheid[bewerken]

De officiële munteenheid van de Sovjet-bezettingszone en dan de DDR had eerst iets andere namen en was vanaf 1968 bekend als Mark der DDR (afgekort M), in het Westen ook wel 'Ostmark' genoemd. Bezoekers konden de Mark der DDR alleen in Oost-Duitsland kopen en uitgeven, en ze mochten deze niet in- of uitvoeren. De waarde van de Ostmark was officieel gelijk aan die van de Duitse mark uit de Bondsrepubliek, alhoewel op de zwarte markt één Duitse mark evenveel waard was als drie tot vier Mark der DDR.

In de aanloop naar de eenwording werd op 1 juli 1990 een monetaire unie van kracht waarin de Mark der DDR als wettig betaalmiddel vervangen werd door de Duitse mark van de Bondsrepubliek. Per persoon kon tot 4000 Mark der DDR (voor 60-plussers 6000 Mark der DDR) tegen een koers van 1: 1 voor Duitse mark worden ingewisseld, daarboven tegen 50 procent van de waarde. Later werd de Mark der DDR waardeloos verklaard. Het muntgeld was tijdens de overgangsperiode binnen het gebied van de DDR geldig, omdat de nationale bank der Bondsrepubliek niet genoeg kleingeld tot haar beschikking had.

Naam van de DDR[bewerken]

Duitsland in Europa, afgestane gebieden tussen 1919 en 1945. Het latere territorium van de DDR lag historisch gezien grotendeels in centraal- of Midden-Duitsland.

De officiële naam van de Duitse Democratische Republiek werd in de DDR weergegeven of afgekort als DDR. Niet alleen de leiding had het vaak over unsere Republik (onze republiek). In de jaren zestig veranderde haar politiek met betrekking op de hereniging, zodat het woord Deutschland uit veel uitdrukkingen verdween. Bijvoorbeeld de Kulturbund zur demokratischen Erneuerung Deutschlands, vanaf 1958 Deutscher Kulturbund, kreeg in 1974 de naam Kulturbund der DDR. Een uitzondering was de naam van de heersende partij zelf, de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands.

In de Bondsrepubliek gebruikte men, zeker tot de jaren zeventig, liever andere uitdrukkingen dan DDR, vanwege het propagandistisch karakter van die naam (demokratisch):

  • Mitteldeutschland was van oudsher de naam voor de delen van Duitsland, die taalkundig en cultureel niet Noord-Duitsland noch Zuid-Duitsland waren, zoals delen van het Rijnland, Hessen en Thüringen. Na 1945 werd het ook voor de DDR gebruikt, met Ostdeutschland voor de aan Polen en de Sovjet-Unie verloren gebieden. Hedendaags worden Saksen, Saksen-Anhalt en Thüringen Mitteldeutschland genoemd, bijvoorbeeld Mitteldeutscher Rundfunk.
  • Rond de jaren zeventig ging men er toe over om Ostdeutschland wel voor de DDR te gebruiken. Een vaak te horen manier van zeggen was die Deutschen in Ost und West. Na 1990 werd soms het noordoosten van de voormalige DDR (Berlijn, Brandenburg, Mecklenburg-Vorpommern) als Oost-Duits aangeduid. Meestal echter begrijpt men onder Ostdeutschland de voormalige DDR, waarbij het soms onduidelijk is of men het voormalige West-Berlijn ertoe moet rekenen.
  • Vooral vóór de jaren zeventig waren benamingen populair, die minder geografisch bepaald waren en / of die het staatkundig karakter van de DDR ontkenden: Ostzone, Zone, Gebilde (schepsel), Pankow (als synoniem voor de DDR-leiders, want die zetelden in Berlijn-Pankow). Goed begrepen werd ook drüben, "aan de andere kant" (van de Muur).
  • Soms gebruikte men DDR, maar wél in aanhalingstekens. De tijdschriften van de conservatieve uitgeverij Springer (Bild, Die Welt) hielden dat tot 1989 vol.
  • Ook de term „sogenannte DDR“ (zogenaamde DDR) werd in de Bondsrepubliek veel gebruikt. De term werd voor het eerst gebruikt als titel voor een documentaire van de ARD in 1965[36], en was vooral in conservatieve en liberale kringen populair[37].

In de Bondsrepubliek stonden tot 1990 de oude grenzen van 1937 (in stippellijnen) op gewone landkaarten, met de informatie dat bepaalde gebieden onder "bestuur" van Polen of de Sovjet-Unie stonden (meestal in kleur van die staten). Ook de grens tussen de Bondsrepubliek en de DDR verschilde van gewone landsgrenzen.

Grensverkeer[bewerken]

Er waren verschillende mogelijkheden voor buitenlanders om de DDR te bezoeken. Zo was het mogelijk om een (toeristen)visum voor de DDR aan te vragen gedurende een bepaalde periode, in dat geval was overnachting in vooraf opgegeven hotels of campings officieel verplicht, maar in de praktijk kon iedereen met een visum vrij rondreizen in de DDR en ook gewoon bij burgers thuis overnachten zonder last te hebben van volkspolizei-controles. Vanaf eind jaren '70 was voor westerse bezoekers verplicht eerst 13 later 25 DDR-mark per dag uit te geven. Ook waren er speciale visa voor met name West-Duitsers in het kader van economisch noodzakelijk dagelijks grensverkeer. Een voorbeeld hiervan is dat een stad als West-Berlijn afhankelijk was van de DDR in verband met afvalverwerking, hetgeen grotendeels in de DDR gebeurde.

De meeste 'bezoeken' aan de DDR bestonden voor buitenlanders echter uit het passeren van een van de Transitstrecken, bijvoorbeeld tussen Helmstedt en Berlijn. Het verlaten van de Transitstrecke was niet toegestaan, en onderbreken van de reis mocht alleen bij speciale punten.

De tweede relatief eenvoudige mogelijkheid was een bezoek aan Oost-Berlijn vanuit West-Berlijn. Buitenlanders konden de grens passeren bij Checkpoint Charlie en met de S-Bahn bij Bahnhof Friedrichstraße. Men was verplicht 25 West-Duitse Marken om te wisselen in 25 Oost-Duitse Marken ("Mindestumtausch"). Voor de DDR-regering was dit een verkapte manier om aan harde valuta te komen, aangezien toeristen meestal geld overhielden aan hun bezoek aan Oost-Berlijn en de resterende Ostmarken niet mochten inwisselen of meenemen. Er was overigens niet veel controle op het (illegaal) meenemen van de Ostmarken.

Verder moesten toeristen een dagvisum kopen aan de grens voor 5 West-Duitse Marken. Toeristen waren verplicht voor 24.00u. de stad weer te verlaten. Men mocht met dit visum alleen Oost-Berlijn bezoeken en zich niet buiten de stadsgrenzen begeven. Met beperkingen was het overigens wel mogelijk zich aan te sluiten bij een georganiseerde trip naar Potsdam.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Grensovergang Helmstedt–Marienborn

Leiders, partijen en organisaties[bewerken]

Staatshoofden[bewerken]

President

Voorzitter van de Staatsraad

President

Voorzitters van de raad van ministers (1949-1990)[bewerken]

Secretarissen-generaal van de SED (1946-1989)[bewerken]

Blokpartijen (partijen die met de SED samenwerkten)[bewerken]

  • CDUD (christendemocraten)
  • LDPD (liberalen)
  • DBD (boerenpartij)
  • NDPD (nationaal-democraten)

Officiële vakbond[bewerken]

  • FDGB (Freier Deutscher Gewerkschaftsbund)

Officiële vrouwenbond[bewerken]

  • DFB (Demokratischer Frauenbund)

Jeugdbond[bewerken]

  • FDJ (Freie Deutsche Jugend)

Oppositieorganisaties 1989-1990[bewerken]

Zie ook:

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Buckow, Anjana (2003) Zwischen Propaganda und Realpolitik. Stuttgart: Franz Steiner Verlag
  2. Strathmann, Alexandra (2006) Konsum in der DDR - Sind systembedingte Mängel der Regierung der DDR verantwortlich für die mangelnde Qualität der Waren, insbesondere der Textilien? München: GRIN Verlag GmbH
  3. Zippelius, Reinhold (2006) Kleine deutsche Verfassungsgeschichte: Vom frühen Mittelalter bis zur Gegenwart, 7e druk. München, C.H. Beck, p 164.
  4. Süß, Walter (1999) Staatssicherheit am Ende: Warum es den Mächtigen nicht gelang, 1989 eine Revolution zu verhindern. Berlijn: Christoph Links Verlag.
  5. a b c Gerhard Schürer, Gerhard Beil, Alexander Schalck, Ernst Höfner, Arno Donda (1989) Analyse der ökonomischen Lage der DDR mit Schlußfolgerungen, Vorlage für das Politbüro des Zentralkomitees der SED, 30. Oktober 1989
  6. Joachim Gürtler, Wolfgang Ruppert, Kurt Vogler-Ludwig (1990): Verdeckte Arbeitslosigkeit in der DDR. Ifo-Institut für Wirtschaftsforschung
  7. (de) Umfrage: Ostdeutsche halten Mauerbau für falsch
  8. (de) Jeder achte Deutsche will die Mauer zurück
  9. „Wer zu spät kommt, den bestraft das Leben“, Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung, 03.10.2004, Nr. 40 / pg 16
  10. "DDR: Zu viele Ladenhüter", Der Spiegel, jrg. 1985, nr. 38, p 16
  11. a b Schwarzer, Oskar (1999) Sozialistische Zentralplanwirtschaft in der SBZ/DDR. Stuttgart: Franz Steiner Verlag.
  12. Mählert, Ulrich (2004) Kleine Geschichte der DDR 4e druk. München: C.H. Beck Verlag, p. 137.
  13. Milliardenkredite – Hilfe für die DDR, Handelsblatt, 28.07.2006
  14. Schroeder, Klaus (2000) Der SED-Staat. Partei, Staat und Gesellschaft 1949–1990. München: Carl Hanser Verlag, p. 272.
  15. Op
  16. a b Schroeder, Klaus (2009) Ostdeutschland 20 Jahre nach dem Mauerfall – eine Wohlstandsbilanz. Berlin: Freie Universität Berlin
  17. Weber, Hermann (1991): DDR. Grundriß der Geschichte 1945–1990. Hannover, p. 201
  18. "Nur noch Ruinen", Der Spiegel, jrg. 1992, nr. 17, pp. 52-57
  19. Heinz, Ulrike en Kiehle, Wolfgang (2003): Die Wohnungspolitik der DDR in "Handwörterbuch des politischen Systems der Bundesrepublik"
  20. Kowa, Günter (2011)Welterbe Quedlinburg Stoppt den Verfall Frankfurter Allgemeine Zeitung
  21. Demografische Forschung Aus Erster Hand. 2009
  22. Promotieonderzoek van Dr. Sabine Major op
  23. Umweltverschmutzung in der DDR, MDR
  24. http://www.stern.de/politik/geschichte/todesstrafe-in-der-ddr-der-scharfrichter-kam-von-hinten-592953.html
  25. Angela Merkel in ZDF heute, het journaal van de ZDF,zaterdag 8 november 2014
  26. http://www.ddr-diktatur.de/Download/Forum_Stasigold-HG-43-S55.pdf
  27. Ingo Gennat en Andreas Wölke (1998): Vermessungsunterstützung Ost am Beispiel des Landes Brandenburg
  28. Obskure Geschäfte mit Kunst und Antiquitäten, Chr. Links Verlag, Berlin 1994 en het "Bericht vom 27.5.1994 des Schalck-Golodkowski-Untersuchungsausschusses des Deutschen Bundestages" (Drs. 12/7600, S. 49, 131, 515).
  29. Nederlandse producten 'Made in DDR', EenVandaag, 23-01-2014
  30. Tobias Wunschik (2014): Knastware für den Klassenfeind. Häftlingsarbeit in der DDR, der Ost-West-Handel und die Staatssicherheit (1970-1989) Vandenhoeck & Ruprecht
  31. Christian Schulz: § 175. (abgewickelt).: und die versäumte Wiedergutmachung. Hamburg 1998. ISBN 3-928983-24-5
  32. "jede zur Erregung der Geschlechtslust vorgenommene Handlung, die das Sittlichkeitsgefühl unserer Werktätigen verletzt".
  33. Hans-Georg Stümke: Homosexuelle in Deutschland: Eine politische Geschichte. München 1989. ISBN 3-406-33130-0
  34. „Homosexualität ebenso wie Heterosexualität eine Variante des Sexualverhaltens darstellt. Homosexuelle Menschen stehen somit nicht außerhalb der sozialistischen Gesellschaft, und die Bürgerrechte sind ihnen wie allen anderen Bürgern gewährleistet.“
  35. Best,Heinrich en Hofmann,Michael (2008): Zur sozialen Lage der Opfer des SED-Regimes in Thüringen. Thüringer Ministerium für Soziales, Familie und Gesundheit, Jena, p. 9.
  36. ard.de
  37. der Spiegel

Beluister

(info)