Duitse bezetting van Tsjecho-Slowakije

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Situatie in Bohemen aan het begin van de twintigste eeuw, nog onder het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. In de zwart gemarkeerde gebieden vormden de Sudeten-Duitsers ruim 90% van de bevolking, in de overige delen gemiddeld 10%.

De Duitse bezetting van Tsjecho-Slowakije begon na de Anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland in maart 1938. Tsjecho-Slowakije was het volgende doel van Adolf Hitler. In het multi-etnische land en meer bepaald Sudetenland woonden meer dan 3 miljoen Sudeten-Duitsers, die er na de Tsjechen de op een na grootste etnische groep vormden. Ze maakten een kwart van de bevolking uit, maar waren vooral sterk geconcentreerd in de grenzen van het gebied.

Eis voor Sudeten-autonomie[bewerken]

Toen Konrad Henlein, de leider van de Sudetenduitse Partij (SdP), op 28 maart 1938 in Berlijn was, vroeg Hitler hem om eisen te stellen die niet aanvaardbaar waren voor de Tsjecho-Slowaakse regering. Op 24 april werden de besluiten van Karlsbad genomen, die autonomie eisten voor Sudetenland en de vrijheid om de nazi-ideologie te prediken. Als de eisen van Henlein ingewilligd werden, dan zou Sudetenland een bondgenoot worden van nazi-Duitsland.

Verdrag van München[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Verdrag van München voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De regeringen van zowel Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk wilden een oorlog met Duitsland vermijden. De landen raadden de Tsjecho-Slowaakse president Edvard Beneš aan om in de stemmen met de eisen van de SdP. In september 1938 werd besloten dat Tsjecho-Slowakije het Sudetenland moest afstaan aan Duitsland. Tegen 10 oktober had Duitsland het hele Sudetenland bezet. Enkele dagen eerder had Beneš zijn ontslag ingediend.

Eerste Scheidsrechterlijke Uitspraak van Wenen[bewerken]

Op 2 november 1938 werd Tsjecho-Slowakije na de Eerste Scheidsrechterlijke Uitspraak van Wenen gedwongen om het zuiden van Slowakije, een derde van het land, af te staan aan Hongarije, ook Polen kreeg kort daarna enkele territoriale aanwinsten, zij het in mindere mate. Bohemen en Moravië stonden zo'n 38% van hun grondgebied af, met daarin 3,2 miljoen Duitsers en 750.000 Tsjechen.

Hongarije kreeg 11882 km² in Zuid-Slowakije en Zuid-Roethenië. Volgens de census van 1941 was 86,5% van de bevolking uit het gebied Hongaars. Polen kreeg de stad Těšín en omliggend gebied, zo'n 906 km² met 250.000 inwoners die voornamelijk van Poolse afkomst waren en ook twee kleine grensgebieden in Noord-Slowakije (226 km², 4280 inwoners, waarvan slechts 0,3% Polen waren). De Tsjecho-Slowaakse regering had verder hoofdbrekens over de 115.000 Tsjechische en meer dan 30.000 Duitse vluchtelingen die naar het overgebleven gedeelte van het land gevlucht waren.

Tweede Republiek[bewerken]

Na het Verdrag van München werd op 1 oktober 1938 de Tweede Tsjecho-Slowaakse Republiek uitgeroepen. Subkarpatisch Roethenië werd autonoom en noemde zichzelf vanaf nu Karpato-Oekraïne. Emil Hácha werd president van de tweede republiek. Er waren geen natuurlijke grenzen en gezien het grondverlies waren er ook geen verdedigingspunten aan de nieuwe grenzen van het land, waardoor het onverdedigbaar werd. In januari sprongen onderhandelingen tussen Hitler en Polen af, reden voor Hitler om een oorlog tegen Polen voor te bereiden. Maar eerst wilde hij Tsjecho-Slowakije elimineren.

Hitler plande een invasie voor 15 maart 1939. Eén dag eerder riep Slowakije de onafhankelijkheid uit. Ook Karpato-Oekraïne riep de onafhankelijkheid uit, maar werd na enkele dagen al bezet door Hongarije. Onder dreiging van een luchtaanval op Praag gaf president Hácha zich over. Op de ochtend van 15 maart 1939 vielen de Duitse troepen het land binnen en ondervonden geen tegenstand. Op 16 maart kwam Hitler naar Praag en riep vanuit de Praagse burcht het protectoraat Bohemen en Moravië uit.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Deling van Tsjecho-Slowakije[bewerken]

De deling van Tsjecho-Slowakije

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hield Tsjecho-Slowakije op te bestaan en werd verdeeld in het Protectoraat Bohemen en Moravië en de nieuw uitgeroepen (eerste) Slowaakse Republiek.

De Duitse economie, die belast werd door de zware militarisatie, had dringend nood aan buitenlands geld. De wisselkoers tussen de koruna en de Reichsmark werd kunstmatig hoog gehouden en er kwamen al snel tekorten in Tsjechië. In de Škoda-fabriek werden vele machinegeweren, tanks en andere oorlogsmaterialen vervaardigd. De fabrieken bleven nog een tijd Tsjechische wapens maken tot ze geconverteerd werden naar Duitse bedrijven. Er waren ook staal- en chemische bedrijven die verhuisd werden naar het Oostenrijkse Linz.

Tsjechisch verzet[bewerken]

Beneš, de Tsjecho-Slowaakse leider in ballingschap, organiseerde samen met František Moravec het verzet tegen de nazi-bezetter. Het belangrijkste wapenfeit van het verzet was de moord op Reinhard Heydrich tijdens Operatie Anthropoid. De moord op deze afgevaardigde van SS-leider Heinrich Himmler en plaatsvervangend Reichsprotektor leidde tot zware represailles. Het dorp Lidice werd volledig verwoest door de nazi's. Alle mannen boven de 16 werden vermoord en de rest van de bevolking werd naar concentratiekampen gestuurd, waar vele vrouwen en nagenoeg alle kinderen overleden.

Slowaakse opstand[bewerken]

De Slowaakse opstand was een gewapend gevecht tussen het Duitse leger en de Slowaakse rebellen aan het einde van de oorlog van augustus tot oktober 1944 en speelde zich af in Banská Bystrica.

Het Slowaakse rebellenleger telde 18.000 soldaten in augustus. Dit aantal groeide in september tot 47.000, na mobilisatie en later zelfs tot 60.000 en nog eens 20.000 partizanen. De Duitse troepen konden het Oost-Slowaakse leger, dat het best uitgerust was, ontwapenen en hierdoor werd de kracht van het Slowaakse leger veel minder. Vele soldaten werden naar concentratiekampen in het Derde Rijk gestuurd en anderen vluchtten.

De Slowaken werden bijgestaan door soldaten en partizanen uit de Sovjet-Unie, Frankrijk, Tsjechië en Polen. In totaal vochten 32 naties in de opstand.

Regering in ballingschap[bewerken]

Edvard Beneš vluchtte het land uit naar Parijs en leidde daar de Tsjecho-Slowaakse regering in ballingschap. Doelstelling was onder andere het Verdrag van München ongedaan maken en terug te gaan naar de grenzen uit 1937. In juni 1940 verhuisde de regering naar Londen. De Sovjet-Unie en de Verenigde Staten erkenden de regering in respectievelijk de zomer en de winter van 1941. Beneš wilde zijn land versterken en ging een bondgenootschap aan met Polen en de Sovjet-Unie. Deze laatste wilde Polen erbuiten houden en uiteindelijk kwam er enkel een verdrag met de Sovjets.

Einde van de oorlog[bewerken]

Het Rode Leger van de Sovjet-Unie bevrijdde het grootste deel van Tsjecho-Slowakije, enkel het zuidwesten van Bohemen werd bevrijd door Geallieerden uit het westen. Op enkele uitzonderingen na had het land niet zo zwaar geleden onder de oorlog. Bratislava werd op 4 april 1945 door de Sovjets ingenomen en Praag op 9 mei tijdens het Praagoffensief.

Ongeveer 400.000 Tsjecho-Slowaken sneuvelden tijdens de oorlog en zo'n 140.000 Sovjetsoldaten verloren het leven bij het verdrijven van de Duitse bezettingsmacht.

Karpato-Oekraïne werd door de Sovjet-Unie geannexeerd en werd nu een onderdeel van de Oekraïense SSR.

De regering beval dat alle Sudetenduitsers gedeporteerd moesten worden, met uitzondering van degenen die openlijk trouw gebleven waren aan de republiek. Duitse eigendommen werden geconfisqueerd zonder compensatie. De leden van de SdP, de Sudeten-nazi's en leden van de nazi-veiligheidspolitie werden vervolgd.

Tijdlijn[bewerken]

Tsjecho-Slowakije - Tsjechoslowakije (1918-1992)

Oostenrijk-Hongarije
(tot 1918)

Bohemen, Moravië, delen van Silezië, noorden van Koninklijk Hongarije (Slowakije en Karpato-Roethenië)

Eerste Tsjecho-Slowaakse Republiek (ČSR)
(1918-1938)

"Sudetenland"
(1938-1945)

Derde Tsjecho-Slowaakse Republiek (ČSR)
(1945-1959)

 
 

Tsjecho-Slowaakse Socialistische Republiek (ČSSR)
(1960-1990)

Tsjechische en Slowaakse Federale Republiek (ČSFR)
(1990-1992)

Tsjechië (ČR)
(vanaf 1993)

Slowakije (SR)
(vanaf 1993)

Tweede Tsjecho-Slowaakse Republiek (ČSR)
(1938-1939)

Protectoraat Bohemen en Moravië
(1939-1945)

Slowaakse Republiek (SR)
(1939-1945)

Karpato-Oekraïne
(1938-1939)

Karpato-Roethenië bij Hongarije
(1939-1945)

deel van Oekraïense SSR
(1945-1991)

Oblast Transkarpatië Oekraïne
(vanaf 1991)

Duitse bezetting / Tweede Wereldoorlog

Sovjetperiode / Volksrepubliek

Regering in ballingschap