Duivenmelk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Duivenmelk is een melkachtige substantie die in de krop van duiven wordt geproduceerd nadat de jongen uit het ei zijn gekropen. Hiermee worden de jongen de eerste dagen gevoed. Enkele dagen voordat de eieren uitkomen wordt de binnenlaag van de krop van de duif dikker. Dit wordt aangezet door het hormoon prolactine, hetzelfde hormoon dat bij zoogdieren de melkproductie aanzet. Uiteindelijk laat deze laag los en komt vrij als een melk- of kaasachtige substantie welke door de jongen eruit wordt gepikt.

Deze aanpassing is vrij uniek binnen het vogelrijk, maar komt ook voor bij flamingo's en zorgt ervoor dat duiven minder afhankelijk zijn van het broedseizoen. Dit duurt bij duiven dan ook enkele maanden lang. Zowel de vrouwtjes als ook de mannetjes geven duivenmelk. Duivenmelk bevat meer vet en eiwitten dan koemelk[1]. Normaal leggen duiven twee eieren en hebben ze dus twee jongen. Als er uitzonderlijk drie zijn, dan is er onvoldoende duivenmelk en lopen de jongen groeiachterstand op. Als van twee eieren een niet uitkomt, dan heeft het jong dubbel zoveel duivenmelk en groeit het dubbel zo snel[2].

Iemand die duiven houdt wordt duivenmelker genoemd, maar dat heeft niets met duivenmelk vandoen. Het woord melken is hier een nabootsing van het begrip geitenmelker, iemand die dieren kweekt om van de opbrengst te leven[3].

Bronnen, noten en/of referenties