Duivensport

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Duivensport is een sport die bestaat uit het racen met speciaal gefokte duiven in wed(strijd)vluchten. Een belangrijk onderdeel is het kweken en trainen van postduiven. De winnaar is de eigenaar (duivenmelker) van de duif die afstand tussen losplaats en duivenhok met de hoogste gemiddelde snelheid afgelegd. Een liefhebber van de duivensport wordt een colombofiel genoemd.

Postduiven in de vlucht

Geschiedenis[bewerken]

Versturen van berichten[bewerken]

Een getrainde postduif kan over grote afstand, en zelfs na jaren, nog zijn hok terugvinden. Vroeger werd zo post verstuurd: een dun en klein papiertje werd beschreven met enkele regels, en dit werd aan de poot bevestigd. Na het loslaten vloog de duif terug naar zijn hok, waar dat bericht gelezen kon worden. Het was dus alleen mogelijk om berichten te versturen naar het thuishok van een getrainde duif. Door verschillende postduiven van verschillende locaties mee te nemen kon men berichten naar meerdere plaatsen sturen. Dit was vroeger een zeer snelle manier van communicatie. Pas met telegrafie en later met de telex kwamen nog snellere communicatiemiddelen, die natuurlijk ook veel betrouwbaarder waren.

Tegenwoordig[bewerken]

Voor veel mensen is het nog steeds een hobby die intensief wordt beleefd en waarbij de wedstrijden van maart tot en met half oktober plaatsvinden. De sport kent wel, net als veel hobby's die in verenigingsverband worden uitgeoefend, een groeiende vergrijzing. Mede hierdoor is de duivensport in Nederland en België op zijn retour. In het voormalige Oostblok en in Azië is de sport echter flink groeiende. Daarnaast is het, zij het steeds minder, ook een gokspel: de eigenaars kunnen op hun eigen duiven geld inzetten. Hierbij speelt de te verwachten prestatie van een duif uiteraard een grote rol. Gedacht moet worden aan prijzen van enkele tientallen euro's.

Elementen[bewerken]

Registratie[bewerken]

eigendomsbewijs

Bij het inkorven voor een wedstrijd worden tegenwoordig twee soorten merkringen gebruikt, afhankelijk van hoe de aankomsttijd wordt vastgesteld:

  • De klassieke methode: Hierbij wordt elke duif door middel van een ringentang voorzien van een gummiring, die bij aankomst van de duif in de klassieke duivenklok (constateur) wordt gestopt.
  • De elektronische methode: Met het elektronisch constateren heeft de duif een chipring of een combiring om zijn poot, die bij aankomst een signaal geeft aan de antenne van de elektronische duivenklok.(Merken van elektronische constateurs zijn: Tipes, Unikon, Benzing en Bricon)

Snelheidsbepaling[bewerken]

Duivenringpotjes
Duivenklok

De snelheid van de duif varieert -afhankelijk van windrichting en weersgesteldheid- van 60 tot 130 km/h. De vliegsnelheid -die bepalend is voor het klassement- wordt berekend aan de hand van vertrektijd, aankomsttijd en vliegafstand. (De vliegafstand wordt berekend aan de hand van de coördinaten (lengte- en breedtegraad) die door een officiële landmeter werden vastgesteld; die zijn dus voor elk hok verschillend.) Met ingang van 2006 worden de afstanden tussen lossingsplaats en thuishok van de duif bepaald door middel van GPS-coördinaten. Hierdoor zijn de afstandsbepalingen veel nauwkeuriger, wat de competitie tussen de duivenliefhebbers ten goede komt.

Leeftijdsklassen[bewerken]

De duiven worden ingedeeld in leeftijdsklassen (jonge duiven, jaarlingen (soms) en oude duiven). Eventueel wordt er zelfs nog onderscheid gemaakt naar geslacht: doffers (m) of duivinnen (v).

Inkorving[bewerken]

Bij een inkorving worden dieren van verschillende duivenmelkers samengezet in korven (die voorzien zijn van drinkflessen en eetbakjes) en op een vrachtwagen naar een zuidelijk gelegen bestemming gebracht. Door de stress van de inkorving en het transport en het contact met andere dieren, kunnen ze elkaar besmetten met ziekten als duivenpokken, het geel en coccidiose. Bij hun thuiskomst worden ze dan ook goed verzorgd en soms preventief behandeld (wat dan weer een gevaar inhoudt voor resistentievorming bij deze ziekteverwekkers).

Lossen[bewerken]

Duiventransport

De wedvluchtbegeleiders wachten op de losplaats tot een vooraf afgesproken uur om alle duivenmanden zo gelijktijdig mogelijk open te maken. Als de weersomstandigheden op het vliegtraject slecht zijn, kan beslist worden om het lossen uit te stellen, of -in een uiterste geval- de dieren veel dichter bij huis te lossen.

Afstanden[bewerken]

De uiterste afstand die een duif in één dag kan afleggen, bedraagt ongeveer 800 km; sommige vluchten kunnen dan ook twee dagen duren. Men onderscheidt zo vier groepen wedstrijden:

  • afstand tot 300 km (vitesse of snelheid)
  • van 300 tot 500 km (midfond of halve fond)
  • van 500 tot 700 km (dagfond of eendaagse fond)
  • van 700 tot 1300 km (overnachtfond of meerdaagse fond)

Aan de hand van oefenvluchten en de prestaties van verwante duiven, weet de duivenmelker over welke afstanden zijn duiven best vliegen.

Losplaatsen[bewerken]

Duivensport (Frankrijk)
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Duivensport
Losplaatsen in en rond Frankrijk.

Training[bewerken]

Een jonge postduif zal eerst zelf in de omgeving van het duivenhok rondvliegen en die zo leren kennen. Daarna kan ze getraind worden door ze op slechts enkele kilometers te lossen. Als er oudere duiven tegelijkertijd worden losgelaten, kan de jonge duif gewoon meevliegen, maar ook alleen kan de jonge duif haar weg terugvinden.

Na het loslaten vliegt de duif een paar rondjes voor haar oriëntatie. Vervolgens vliegt ze de goede richting op. Daarbij vliegt ze bij voorkeur over land, en niet over water. Een duif kan zich ook best vergissen, maar zal dan via een omweg toch vaak de weg naar huis terugvinden.

Zelfs over een afstand van 1000 kilometer of meer kan de postduif de weg terugvinden naar haar hok. Bij zulke grote afstanden moet de postduif dan ook nog ergens overnachten.

Prestatieverbetering[bewerken]

  • Een veel toegepaste methode om een zo groot mogelijke prestatie van de duif af te dwingen staat bekend onder de naam weduwschap: de doffer wordt in de week vóór de competitie van de duivin gescheiden; doordat hij uit ervaring weet dat hij bij aankomst de vrouwtjesduif in het nest zal vinden, wordt zijn prestatieniveau verhoogd.
  • Een andere manier is op nest spelen: het scheiden van de ouderduiven van het nest met jongen op het moment dat de andere ouder niet aanwezig is. De duivin of de doffer denkt dat haar/zijn jongen zonder voedsel en bescherming zitten en zal zich vlug terug naar het hok haasten.
  • Daarnaast speelt natuurlijk een goede conditie van de duif, afwezigheid van ziekten en een goede voeding een grote rol. Dit is dan ook een markt voor slimme verkopers die voedingssupplementen, pikstenen, pseudogeneesmiddelen, en dergelijke aan goedgelovige duivenmelkers trachten te verkopen.

Achterblijvers[bewerken]

Na zulke vluchten (wedstrijd- en oefenvluchten) blijven ook dieren verdwaald achter. Deze achterblijvers (in jargon: opvangers) komen vaak bij andere liefhebbers op het duivenhok terecht. Zo'n liefhebber brengt dan de duif naar een Centraal Hok of neemt zelf contact op met de eigenaar en in overleg wordt gezocht naar een oplossing. Het telefoonnummer van de eigenaar kan worden gevonden via de site van de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie (NPO). Vaak is een duif na een paar dagen te zijn verzorgd op het 'gasthok' zelf in staat om de weg naar het eigen hok weer te vinden. Verdwaalde postduiven moeten niet worden verward met stadsduiven.

Geografisch[bewerken]

Duivensport in de Lage landen[bewerken]

België is de bakermat van de duivensport. Omstreeks 1800 vonden er in Luik, Antwerpen en Gent al wedstrijden plaats. De Koninklijke Belgische Duivenliefhebbersbond (KBDB) bestaat sinds 1910 en heeft vijftien regionale afdelingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vrijwel alle Nederlandse duiven (1 200 000 postduiven en 48 000 sierduiven) afgemaakt, krachtens een verordening van 15 augustus 1942. In België was dit niet verplicht; daar werden de duiven alleen uit enkele provincies geëvacueerd. Sedert de jaren 1950 is in de omgeving van Lier, met zijn zondagse internationale duivenmarkt, de sport nog erg populair. Radio 1 zond ook decennialang het programma Inlichtingen voor duivenliefhebbers uit.

Duivensport in Nederland[bewerken]

De naam van de postduivenorganisatie is de NPO (Nederlandse Postduivenhouders Organisatie) en is gevestigd in Veenendaal.

Duivensport in de wereld[bewerken]

De duivensport heeft zich over de hele wereld verspreid. Op het gebied van het kweken en fokken hebben Nederlandse en Belgische duivenhouders zich een reputatie verworven. Waar de Belgen vooral uitblinken in de korte en middellange afstanden, zijn de Nederlanders eerder gespecialiseerd in de fondvluchten (meer dan 800 km). De wereldorganisatie, de Fédération Colombophile Internationale, is gevestigd in Brussel.

Bekende duivenmelkers[bewerken]

Duivensport in de media[bewerken]

Trivia[bewerken]

  • In 2008 besloot de rechter, in een zaak die aangespannen werd door de Nederlandse belastingdienst, dat de duivensport geen sport is. Hierdoor zijn de duivenmelkers gebonden aan de btw die op de voetringen komen te zitten.[1] Het televisieprogramma EénVandaag besteedde aandacht aan deze zaak op 14 augustus 2008.[2] De NPO is echter niet aangesloten bij het NOC*NSF.
  • Een bekende raceduif is The King of Rome.

Voetnoten[bewerken]

  1. Rechter: Duivenhouden is geen sport Stentor, 14 augustus 2008.
  2. Duivensport is geen sport EénVandaag, 14 augustus 2008.

Externe links[bewerken]