Dukdalf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klassieke dukdalf in de Waalhaven
Moderne dukdalf in het Merwedekanaal
Dukdalf in Ferch

Een dukdalf is een in het vaarwater staande zware paal of constructie waar vaartuigen aan vastgelegd kunnen worden.

Een dukdalf was van oudsher een constructie van meestal vier houten palen of een staketsel voor een riviersplitsing, brug of sluis. Een dukdalf staat vaak aan het begin van het remmingwerk. Remming dient om schepen zonder schade aan het kunstwerk of averij aan het schip de versmalling van de waterweg in te geleiden. Hij kan ook gebruikt worden om een schip aan af te meren.

Tegenwoordig is het niet meer noodzakelijk dat hout wordt gebruikt voor de constructie. Een dukdalf kan ook van één of meer stalen buizen zijn gemaakt. Zie afbeelding.

Een dukdalf kan worden omschreven als een compact remmingwerk, bestaande uit palen die onderling zijn verbonden en van bolders zijn voorzien.

Etymologie[bewerken]

De term komt waarschijnlijk van Duc d' Albe, de Franse naam van de Hertog van Alva. De Hertog stond bekend om zijn zwarte kleding met witte kraag. Dezelfde kleuren als de palen, die normaal zwart geteerd werden en onder de top een witte band droegen, Wellicht gooiden de watergeuzen hun trossen om de meerpalen waarbij ze zich verbeeldden dat ze de strop om de nek van de hertog gooiden.

Deze verklaring wordt bevestigd door een standaardwerk over de nautische terminologie door de 17e-eeuwse taalkundige Wigardus à Winschooten, die in Leiden doceerde: "Seeman; behelzende een grondige uitlegging van de Neederlandse Konst- en Spreekwoorden, voor so veel die uit de seevaert sijn ontleend en bij de beste schrijvers deeser eeuw gevonden werden" [Leiden 1681]. Hij geeft bij het lemma de volgende uitleg:

Dukdalf, een gebrooken woord, dog seer bekend in deese Neederlanden, als hebbende de naam van dien wreeden Bloedhond Duc de Alba, Governeur van deese Landen, gesonden van den Konink van Spanjen Philips den tweeden, sie Hoofds Hist. pag. 333: of de Amsterdamse dukdalven, dat Paalwerk is, daar de Touwen van de Scheepen bij geleegendheid aanvast gemaakt en beleid werden, haar naam daar van hebben, dat en soude ik niet derven voor vast iemand toeseggen: immers dat is seeker, dat deese Paalen soo hegt ne vast in een geklonken sijn, dat de Scheepen die sig daar aan koomen te stooten, groot ongemak koomen te lijden, en meenigmaal in de grond geboord sijn; niet anders als die Luiden, die sig teegen den Duc de Alba eertijds gekant hebben.

Een andere etymologische verklaring is dat deze meerpalen even onverzettelijk zouden zijn als de Hertog van Alva.