Dulse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Palmaria palmata
Dulse
Taxonomische indeling
Rijk: Eukaryota
Stam: Archaeplastida
Klasse: Rhodophyta (Roodwieren)
Orde: Palmariales
Familie: Palmariaceae
Geslacht: Palmaria
Soort
Palmaria palmata
(Linnaeus) Kuntze, 1891
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Dulse (Palmaria palmata), ook wel (rode) dulse, dillisk, of creatnach genoemd, behoort tot de roodalgen (Rhodophyta). Voorheen werd er ook wel aangeduid als Rhodymenia palmata (Linnaeus) Greville. Het groeit langs de noordelijke kusten van de Atlantische en Stille oceaan. Het staat bekend als snack-voedsel. In IJsland, waar het söl genoemd wordt, is het door de eeuwen heen een belangrijke bron van vezels geweest.

Beschrijving[bewerken]

Palmaria, de geslachtsnaam van dit zeewier, betekent in het Latijn ‘de palm van de hand’, verwijzend naar de hand- of waaierachtige vorm. De diep rood/bruin/paars gekleurde platte bladeren (ongeveer 30 cm lang) groeien direct vanaf het houvast en zien er uit als een waaiende palm.

Dulse hecht zich met een discoïde (schijfvormige) voet aan het steelachtige gedeelte van Laminaria of aan rotsen. Het heeft een korte steel, de varenachtige randen van de bladeren zijn variabel en variëren in kleur van diep-roze tot rood-paars en hebben een leerachtige textuur. Het platte blad wordt langzaam breder en verdeelt zich in brede segmenten die tot 50 cm lang kunnen worden, en 3-8 cm breed die kunnen hebben platte haakvormige uitgroeiingen aan de uiteinden. Dulse vertoont overeenkomsten met een ander zeewier, Dilsea carnosa (Schmidel) Kuntze. Dilsea is echter nog leerachtiger, met bladeren tot 30 cm lang en 20 cm breed. Het is niet vertakt zoals Palmaria palmata en heeft geen uitgroeiingen of vertakkingen aan de uiteinden van de varenachtige bladeren. Oudere bladen kunnen echter wel splitsen.[1][2]

Geschiedenis[bewerken]

De eerste vermelding van deze soort is door monniken van St Columba die het al zo’n 1400 jaar geleden oogsten.[3]

Vindplaats[bewerken]

Palmaria palmata is de enige Palmaria-soort die gevonden wordt aan de Atlantische kust van Europa.[4]. Het is aan de kustlijn van Portugal tot de Baltische kusten, de kust van IJsland en de Deense Faeröer eilanden. Het groeit ook aan de Arctische kustlijnen van Rusland en Canada, Atlantisch Canada, Alaska, Japan en Korea. De vondsten in Californië betreffen een andere soort: Palmaria mollis.[5].

Oogst[bewerken]

Het vindt plaats van juni tot september. Er kan met de hand geplukt worden bij laag water. Kleine slakjes, stukjes schelp en andere deeltjes kunnen worden afgeschud of afgespoeld. Dulse kan dan uitgespreid worden om te drogen. Sommige plukkers keren het een keer en rollen het vervolgens in grotere balen om later verpakt te worden. In sommige landen wordt het ook als veevoer gebruikt. Dulse wordt in Ierland, IJsland, de Atlantische kusten van Canada en de Verenigde Staten, zowel als voedsel als medicijn. Ook in Nederland wordt dulse steeds populairder. Het is verkrijgbaar in natuurvoedingswinkels, bij vishandelaren, het kan besteld worden via plaatselijke distributeurs of via het internet.

Gebruik[bewerken]

Dulse

Verse dulse kan zo van de rots gegeten worden, voordat het gedroogd is. Zongedroogde dulse wordt ook zo gegeten, of het wordt vermalen tot vlokken of poeder.

In IJsland wordt het gegeten met boter. Het kan ook even in de koekenpan gebakken worden, of in de oven, bedekt met kaas. Of met salsa, of gewoon even in de magnetron. Het kan toegevoegd worden aan soep, stoofschotels, sandwiches en salades, of als ingrediënt voor pizza of brooddeeg. Fijngesneden kan het monosodium glutamate (MSG/ve-tsin) vervangen als smaakmaker in vleesschotels als chili. Dulse wordt in Rusland zelfs gebruikt om een alcoholische drank van te maken.

Smaak[bewerken]

Volle, rokerige smaak die lijkt op die van zoute bacon. Smelt bijna in je mond. De beet is zacht en taai. Gemengd met zeesla noemt men het "zeepeterselie".

Voedingswaarden[bewerken]

Dulse is een goede bron van mineralen en vitaminen in vergelijking to andere groenten. Het bevat alle spoorelementen die mensen nodig hebben en het heeft een hoog gehalte proteïne.Dulse bevat jodium, wat struma (krop) helpt voorkomen. [3]

Infecties, kevertjes, misvormingen en ziektes[bewerken]

Kevertjes, mogelijk geproduceerd door nematoden, copepoden (roeipootkreeftjes) en bacteriën staan erom bekend dat ze deze alg infecteren. Er is geschreven dat dit de weefsel uitwassen zijn die worden geproduceerd door de aanwezigheid van een diersoort.[6]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Hoek, C.van den, D.G. Mann & H.M. Jahns 1995. Algae: An Introduction to Phycology. Cambridge University Press, Cambridge. ISBN 0 521 30419 9
  2. Algaebase :: Species Detail
  3. a b Indergaard, M. & J. Minsaas 1991. 2 Animal and human nutrition. in Guiry, M.D. & G. Blunden 1991. Seaweed Resources in Europe: Uses and Potential. John Wiley & Sons. ISBN 0 471 92947 6
  4. Børgesen, F. (1903) Marine algæ. In: Botany of the Færöes Vol. II, pp. 339-532. Copenhagen and London.
  5. Algaebase :: Species Detail
  6. Barton,E.S. 1891. "On the occurrence of galls in Rhodymenia palmata Grev." J.Bot. Lond. 29: 65–68

Literatuur

  • Grubb, V.M. 1923. Preliminary note on the reproduction of Rhodymenia palmata, Ag. Ann. Bot. 37: 151–52.
  • Pueschel, C.M. 1979. Ultrastructure of the tetrasporogenesis in Palmaria palmata (Rhodophyta). J. Phycol. 15: 409–424.
  • South, G.R. & R.G. Hooper 1980. A Catalogue and Atlas of the Benthic Marine Algae of the Island of Newfoundland. pp. 1–136. Memorial University of Newfoundland Occasional Papers in Biology.

Externe links