Dunsnavelraafkaketoe
| Dunsnavelraafkaketoe IUCN-status: Bedreigd[1] (2008) |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||
|
|||||||||||
| Soort | |||||||||||
| Calyptorhynchus latirostris Carnaby, 1948 |
|||||||||||
| Dunsnavelraafkaketoe op |
|||||||||||
|
|||||||||||
De Dunsnavelraafkaketoe (Calyptorhynchus latirostris) is een vogel uit de familie der Kaketoes en het geslacht der Raafkaketoes.
Inhoud |
[bewerken] Leefgebied
Het leefgebied van de dunsnavelraafkaketoe is alleen te vinden in het zuid westelijke deel van Australië. Tussen de jaren 70 en 90 van de 20e eeuw is de soort verdwenen in meer dan één derde van het oorspronkelijke leefgebied. Hij leet voornamelijk in bosrijke gebieden.
[bewerken] Uiterlijk
Deze grote kaketoe wordt tussen de 52 tot 60 centimeter groot en weegt bijna 800 gram. De vogel is bijna in zijn geheel zwart met een witte band op de staartveren en eveneens witte vlekken op de wangen. De grote krachtige snavel is licht grijs van kleur.
[bewerken] Voedsel
Het voornaamste voedsel van deze vogel bestaat uit zaden van o.a. Hakea, Banksia, Eucalyptus en Grevilea . Daarnaast vult hij zijn maaltijden aan met bessen, vruchten, insecten en larven.
[bewerken] Voortplanting
De vogels bouwen hun nest in een boomholte van bij voorkeur een grote Eucalyptus. De boomholte is meestal tussen de 1 tot 2 meter diep en heeft een doorsnede van 25 tot 50 centimeter. De bodem wordt vaak bedekt met houtsnippers. Het vrouwtje legt 1 of 2 witte eieren welke na een broedtijd van ongeveer 30 dagen uit komt. Meestal overleeft alleen het oudste jong en is het andere jong binnen enkele dagen nadat het uit het ei gekropen is gestorven. De eerste 3 weken zijn de jongen blind en na een periode van 6 weken worden de eerste donsveertjes vervangen voor de eerste veren.
[bewerken] Status bedreiging
De dunsnavelraafkaketoe staat op de IUCN lijst van bedreigde diersoorten. De populatie daalt steeds. De belangrijkste bedreiging bestaat uit illegale handel in exotische dieren en de handel in eieren. Ook heeft de oorspronkelijke leefomgeving plaats moeten maken voor ruimte om vee zoals schapen te laten plaatsen en is hierdoor het aantal nestplaatsen beperkt. Deze beperkte nestplaatsen moeten vervolgens ook gedeeld worden met andere diersoorten.
Bronnen, noten en/of referenties: