Dutchbat
| De neutraliteit van dit artikel wordt betwist. Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie. |
De naam Dutchbat werd gebruikt voor Nederlandse bataljons die tijdens verscheidene VN-missies werden uitgezonden.
Inhoud |
[bewerken] Libanon
Van 1979 tot 1983 werden militairen van het Regiment Infanterie Johan Willem Friso onder de naam Dutchbat ingezet in Libanon. Dutchbat maakte deel uit van UNIFIL, de VN-vredesmacht in Zuid-Libanon.
[bewerken] Joegoslavië
Ten tijde van de oorlogen in Joegoslavië van 1992-1995 was Dutchbat een Nederlands bataljon van de UNPROFOR (de VN-vredesmacht in Joegoslavië) dat onder andere werd ingezet ter verdediging van de moslim-enclave Srebrenica . Dit Dutchbat bestond uit vier roulaties (Dutchbat I, II, III en IV). Het was de derde roulatie, Dutchbat III, onder leiding van Luitenant-kolonel Thom Karremans, die na de val van Srebrenica niet heeft kunnen voorkomen dat naar schatting 8000 van de op transport gezette mannen later werden vermoord door eenheden van het Bosnisch-Servische leger.
Ondanks het urgente verzoek luchtsteun te leveren bleef medewerking van de VN uit. Er werden wel enkele tanks beschoten maar mede door bedreigingen werd er geen effectieve tegenaanval ingezet. Er is gesteld dat, als dat wel was gebeurd of als de Nederlandse militairen zich hadden verzet, dat mogelijk tot een verdergaande escalatie had geleid met duizenden extra doden als gevolg[bron?]. Maar dit is puur theorie. Een andere speculatie is dat als de Dutchbat III wel met geweld de invasie van de Bosnische-Serviërs had weerstaan, het Ministerie van Defensie zich bij de VN hard zou hebben gemaakt voor luchtsteun, en zo de slachting had kunnen voorkomen[1]. Dit is uiteraard pure speculatie. De resterende troepen van Dutchbat III ten tijde van de val van de enclave bestond voornamelijk uit ondersteunend personeel (verplegend en bevoorradingspersoneel die onvoldoende waren opgeleid) en even belangrijk: ze beschikten ook niet over voldoende (geschikte) munitie of brandstof om de agressor te kunnen weerstaan. De (Bosnische) Serviërs hadden sinds Dutchbat I in de enclave kwam een tactisch spel gespeeld. Ze waren verantwoordelijk voor het "op de man" controleren van VN-personeel, het weigeren van brandstof- post-, voedsel- en reserveonderdeelkonvooien, en daarmee was het een kwestie van tijd dat de militaire aanwezigheid in Srebrenica tot een stilstand kwam. De voortdurende acties van de "heroïsche" strijders van de BiH binnen de enclave (die zich ook al niets van de VN aantrokken) gaf de BSA alleen maar meer reden om de enclave binnen te vallen.
Als één van de oorzaken voor het niet-ingrijpen van Dutchbat bij de ophanden zijnde genocide noemt Bec-Nuemann het heersende gebrek aan respect onder Dutchbat voor de lokale bevolking genoemd. "Van meet af aan vertoonde Dutchbat een soort neerbuigend gedrag naar mensen die arm waren en vluchtelingen in eigen land. Die al jaren niet fatsoenlijk te eten hadden. Neerbuigend gedrag dat allengs ontaardde in een soort racisme. De graffiti op de muren van de compound in Potocari: “My ass is like the locals. It's got the same smell." Of: “No teeth...? A moustache...? Smell like shit…? Bosnian girl!”"[1].
Deze graffiti, gevonden op de muur in het gebouw van de bataljonsstaf waar de manschappen sliepen, gaf echter ook weer hoe de manschappen van Dutchbat zich voelden. De lokale bevolking had het inderdaad slecht, maar dat was vooral ook te wijten aan de maffiose lieden die zich tot de leiders van de enclave hadden benoemd. Dutchbat verbrak stelselmatig de neutrale rol door eigen voedsel weg te gooien opdat het in handen van de armsten kwam; op de vuilnishoop, buiten het bereik van Naser Orić en zijn 40 rovers.
Op 4 december 2006 werd aan militairen van Dutchbat III het Draaginsigne Dutchbat III uitgereikt door minister Henk Kamp van Defensie. Het draaginsigne was een erkenning, geen beloning, voor de militairen die sinds de val van de enclave zeer negatief in het nieuws kwamen. De toekenning van het insigne gaf aanleiding tot de nodige kritiek, onder andere van nabestaanden van de Srebrenica slachtoffers.
Op 11 november 2010 werd de oprichting van de nieuwe vereniging Dutchbat 3 een feit. Door twee veteranen werd deze vereniging opgericht met als doelstelling om oud Dutchbat 3 veteranen vaker bijeen te brengen en het onderlinge contact te versterken. Medio november verleende het Veteranen Instituut te Doorn het certificaat reüniefaciliteiten aan de vereniging. Met dit certificaat is de vereniging een verbintenis aangegaan met het Veteranen Instituut om voor Dutchbat 3 personeel de officiële reünies te organiseren. De vereniging zal voor de belangen van Dutchbat 3 personeel opkomen en als organisatie zich manifesteren in Nederland en Bosnië waarbij contact Bosnische bevolking in een belangrijk doel is.
In de jaren 2003, 2005 en 2006 werden al meerdere terugreizen ondernomen en contacten gelegd met de lokale bevolking. Dit verliep zonder problemen. Ook ondernamen individuele Dutchbatters reizen om terug te gaan naar de plaatsen van gebeurtenis in 1995: Srebrenica, Potocari, Simin Han. Daarnaast lopen er diverse projecten zoals het opknappen van openbare instellingen door veteranen. Dit gebeurt op geheel eigen initiatief en op eigen kosten.
De vluchtelingenkampen baren anno 2011 nog een grote zorg. In deze kampen wonen nog steeds families die uit elkaar gerukt zijn en getraumatiseerd in een overbevolkt kampement zitten. Veelal durven deze mensen niet terug naar de plek waar ze vandaan komen.
[bewerken] Externe links
- Website Dutchbat in Libanon
- Website Dutchbat 1
- Website Vereniging Dutchbat 3
- Toespraak minister Kamp uitreiking insigne Dutchbat 3
[bewerken] Bronnen
- ↑ a b 'Nederland heeft in Srebrenica gecollaboreerd', Janja Bec-Neumann over de 'racisten en lafaards' van Dutchbat, De Groene Amsterdammer #43/2009, 21-10-2009