Dwaallicht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het boek van Elsschot, zie Het dwaallicht
(namaak) dwaallicht
Japanse afbeelding van kitsune met hitodama, 1857

Een dwaallicht is in het volksgeloof een (blauwachtig) lichtje boven moerassen, poelen en kerkhoven.

Oude volksverhalen[bewerken]

Volgens sommige sagen zouden het de zielen van ongedoopte en/of doodgeboren kinderen uit het vagevuur zijn. Zij huppelen naar voorbijgangers, om die naar een poel of plas te leiden, in de hoop alsnog gedoopt te worden. Dwaallichtjes werden dan ook wel beschouwd als lichtjes van de duivel, die reizigers moesten afleiden van het rechte pad. Ook zijn het zielen die wederkeren (naloop) omdat er nog een belofte vervuld moet worden, of zielen van zondaars, of zielen die zich een ander goed hebben toegeëigend of die grenspalen hebben verzet. In de volksverhalen duiden dwaallichten ook de vindplek van verborgen schatten aan.[1]

Andere benamingen voor dwaallichten zijn hiplicht (naar het huppelen van de lichtjes, met name in Groningen)[2], droglicht, valse lantaarns[3] of Ignis Fatuus.Het volksgeloof wil dat men niet naar een dwaallicht fluit of wijst en er niet voor wegrent. Het beste is om zo spoedig mogelijk naar huis te gaan. Op de deur is dan vaak een zwartgebrande plek te zien.[3]

Ernest Claes[bewerken]

In zijn boek Jeugd (1940) beschrijft de Vlaamse schrijver Ernest Claes op een bijzonder kleurrijke manier de dwaallichten. Deze zouden volgens hem te zien zijn in de Zichemse moerassen van het Demerbroek in zijn geboortestreek Noord-Hageland. Zo schrijft hij: "In de hete zomernachten hing er boven de 'kwachten' of moerassen van het broek een bleke smoor, en daarin verschenen de dwaallichten (...).Het is een angstwekkende verschijning. Eerst komt er een vage glans, als de weerschijn van een vuur, dan klaart door de nevel langzaam een rode vorm, nu hoog, dan laag, rond, langwerpig...altijd verandert het en beweegt het, en stokstijf blijft degene die het beziet stilstaan...En opeens is het of het rode licht hem ontdekt heeft, als een schicht komt het recht om hem toegevlogen, een dan is er maar één uitweg...lopen, lopen..."

Wereldwijd[bewerken]

Dwaallichten komen in bijna alle culturen en continenten voor. In Engeland heeft men het over "will-o'-the-wisp" (of "jack-o'-lantern"), in Wales wordt de term piskie-light gebruikt. In de VS heten ze 'ghost-lights' en in Latijns-Amerika spreekt men van 'Boi-Tata'. In de Japanse mythologie worden soortgelijke wezens hitodama genoemd, ze vergezellen vaak yūrei. In de moerassige zoutvlakten van India zijn 'Chir Batti' de plaatselijke dwaallichten. In het Australische binnenland komen dan weer 'Min Min lights' voor.

Verklaringen[bewerken]

Dwaallichten zijn wetenschappelijk te verklaren als een natuurverschijnsel waarbij moerasgas langzaam ontvlamt.[4] Door de oxidatie van voornamelijk methaan, gas dat is ontstaan door de natuurlijke vergisting van organisch materiaal, verschijnen blauwachtige vluchtige vlammetjes. Dit elektrochemisch proces noemt men chemiluminescentie. Experimenten zoals uitgevoerd door de Italiaanse scheikundigen Luigi Garlaschelli en Paolo Boschetti hebben de lichten nagebootst door chemicaliën toe te voegen aan de gassen die gevormd werden door organisch materiaal.

Andere verklaringen associëren dwaallichten met bioluminescentie. Zo worden ook glimwormen vaak aanzien als oorzaak van dwaallichtjes.[5] Glimwormen (zoals het vuurvliegje) zijn kevers die met hun achterlijf zelfstandig licht produceren (bioluminescentie). Van kerkuilen is ook bekend dat het weerkaatsingsvermogen van het verenkleed genoeg licht van andere bronnen (bijvoorbeeld de maan) kan reflecteren om een effect te produceren dat lijkt op dwaallichten.[6]

Literatuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. 'Dwaallichten', in: Folkloristisch Woordenboek van Nederland en Vlaams België K. ter Laan, 's-Gravenhage, 1949, pp. 89
  2. Verhalen van stad en streek: sagen en legenden in Nederland/W. de Blécourt, R.A. Koman [et al.](red.), pp. 59
  3. a b Folkloristisch Woordenboek, 1949, pp. 89.
  4. Het Broek van Claes, Natuurpunt.be [1]
  5. De Glimworm-Dieren in Nesten-Natuurpunt.be. [2]
  6. A Review of accounts of luminosity in Barn Owls Tyto alba
  7. Het Ruitergat