Dwarsligger (spoor)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stalen, houten en betonnen dwarsliggers

Een dwarsligger is een onderdeel van de bovenbouw van een spoorweg. De dwarsliggers dragen de spoorstaven en de treinen die daar overheen rijden en houden de beide spoorstaven in de gewenste spoorwijdte uit elkaar. De dwarsliggers worden weer gedragen door het ballastbed. Dwarsliggers worden ook (spoor)bielzen, biels of spoorbalken genoemd.

Bij ballastloos spoor zijn dwarsliggers en ballast overbodig geworden.

Materiaal[bewerken]

Dwarsliggers worden gemaakt van hout, beton, staal of sinds eind 20e eeuw ook wel van gerecycled kunststof[1].

Oorspronkelijk waren dwarsliggers vrijwel altijd van hout. Deze zogenaamde bielzen werden onder meer gemaakt uit gecreosoteerd beukenhout. Houten dwarsliggers laten veel meer vrijheid toe in het plaatsen van boorgaten en keuze van lengte van dwarsliggers. Ze worden dan ook veelgebruikt bij wissels, vormingscentra … waar niet-standaard dwarsliggers nodig zijn. Verder liggen de houten exemplaren ook nog vaak op plaatsen waar de kwaliteit van het spoor van minder belang is. Probleem met dit materiaal is dat aanleg en onderhoud arbeidsintensief zijn en dat na verloop van tijd de gaten niet meer bruikbaar zijn. Verder zijn de houten dwarsliggers duurder in aankoop en verwerking (duurdere levenscyclus): het bewerkte hout kan nergens meer gebruikt worden terwijl betonnen dwarsliggers gerecycleerd kunnen worden. Houten dwarsliggers waren geïmpregneerd met diverse chemicaliën om verrotting tegen te gaan. Door de hogere concentratie van deze chemicaliën worden deze dwarsliggers beschouwd als chemisch afval.

Houten dwarsliggers, die door de spoorwegmaatschappij werden vervangen, kregen een nieuwe bestemming toen ze werden aangewend als decoratie-element bij de aanleg van tuinen of als afrastering bij boerenbedrijven. Tegenwoordig worden dergelijke accessoires ook speciaal geproduceerd als tuindecoratie, niet alleen van hout maar ook van andere materialen als beton. Een houten dwarsligger weegt ongeveer 80 kilogram, een betonnen dwarsligger, zoals ProRail momenteel gebruikt, type "NS90", circa 285 kilogram. De hart-hartafstand tussen de dwarsliggers is afhankelijk van de belasting en intensiteit van het spoor, maar bedraagt in Nederland gemiddeld 62 cm. Op drukke locaties is de hart-op-hart-afstand 0,60 m (Groot Aantal (GA), op andere locaties is deze afstand 0,75 m (Normaal Aantal (NA)[2].

Tegenwoordig worden veelal betonnen dwarsliggers toegepast. In onder meer Duitsland werden vroeger zelfs stalen dwarsliggers gebruikt.

Nederland[bewerken]

In Nederland liggen twee typen betonnen dwarsligger. Een dwarsligger geheel vervaardigd uit beton en een dwarsligger bestaande uit betonblokken verbonden met een of twee stalen buizen. Deze verbond twee betonblokken met elkaar. Bij zigzag spoor werd een betonblok met twee buisjes aan twee betonblokken verbonden. Hierdoor waren de betonblokken ten opzichte van elkaar verschoven. Bij deze constructie was het schiften met grote machines niet mogelijk.

België[bewerken]

In België worden meerdere betonnen dwarsliggers gebruikt; veelgebruikt zijn de dwarsliggers van Dow Dupuis. Deze worden geproduceerd in de fabrieken van DOW-Dupuis in Woelingen.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Om het gebruik van een spoorlijn door de tegenstanders onklaar te maken, werd door het Duitse leger een haakploeg (in Duits: Schienenwolf) ontwikkeld. Deze werd tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Sovjet-Unie en in Italië gebruikt. Met deze ploeg werden de dwarsliggers vernield. Hierdoor werd het treinverkeer op dit traject geblokkeerd.

Foto's[bewerken]


Haakploeg


Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Harper, Charles A. (2002), Handbook of Plastics, Elastomers, and Composites (4e druk), McGraw-Hill, ISBN 0071384766, blz. 742 e.v.
  2. Zwalm, P.C. van der Zalm (2010), Introductie in de spoortechniek. Amsterdam/Arnhem :Hogeschool van Amsterdam/Arcadis.