Dweilorkest

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dweilorkest de Kamgoarn Klösse

Een dweilorkest of dweilband is een muziekkapel bestaande uit blazers en slagwerkers. De muziek die gespeeld wordt is vaak carnavalesk, maar in ieder geval feestelijk. Ook wordt er door het uitdunnen van de landelijke carnavalhits, steeds vaker gegrepen naar arrangementen van bekende wereldhits.

Oorsprong naam[bewerken]

Het woord 'dweil' in dweilorkesten komt van de term 'dweilen', in de zin van 'doelloos, dan wel dronken, op straat rondzwerven'. In Brabant, en in mindere mate Limburg, is (of vaker, was) het gebruikelijk om tijdens carnaval van café naar café te 'dweilen', dit gebeurde onder begeleiding van kleine carnavalskapellen die voor de muziek zorgden. Zo ontstonden al snel de termen 'dweilband' en 'dweilorkest'.

Een foutieve verklaring van de naam 'dweilorkest' is dat die betrekking zou hebben op de dweilpauzes tijdens schaatswedstrijden, waarin de ijsbaan door een dweilmachine wordt verzorgd, en waarin vaak een muziekkapel het publiek bezighoudt. Dit is een typisch voorbeeld van volksetymologie; deze foutieve uitleg is vooral wijdverbreid in het Noorden van Nederland, waar de carnavalstradities minder bekend zijn.

Overige benamingen[bewerken]

  • Blaaskapel
  • Boerenkapel
  • Feestorkest
  • Hofkapel (bij een carnavalsvereniging)
  • Joekskapel (voornamelijk in Limburg)
  • Looporkest
  • Plezierkapel
  • Pretband
  • Zatte Harmonie


Geschiedenis[bewerken]

Dweilorkest 't Wor Niks als Pietenband
Dweilorkest Toetie
Kleintje Pils WK All round Thialf

De oorsprong van het dweilorkest is nauw verbonden aan die van harmonieën en fanfares. Vaak bestonden de dweilbandjes uit leden van een dergelijke plaatselijke muziekvereniging, en trad men enkel met carnaval op. Een van de vele benamingen voor een dweilorkest is dan ook "zatte harmonie". Ook vandaag de dag zijn nog zeer veel leden van dweilorkesten lid, of lid geweest, van een dergelijk muziekensemble. Met de vroegere gewoonte om enkel met carnaval op te treden, werd echter medio jaren zeventig veelal gebroken, en in het Noorden van Nederland, waar carnaval traditioneel niet gevierd wordt, zijn er "dweilorkesten" die tijdens het carnavalsfeest niet optreden.

Bezetting[bewerken]

Een dweilorkest kent, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een fanfare, brassband of harmonieorkest, geen voorgeschreven (ideale) bezetting. Sommige instrumenten, zoals trompetten, slagwerk en trombones zijn echter aanwezig in vrijwel elk orkest, terwijl dwarsfluiten en hoorns, op een enkel orkest na, niet of zeer zelden voorkomen. Deze laatsten worden trouwens niet als echte dweilinstrumenten gezien. Andere veel geziene instrumenten zijn de bariton, sousafoon, saxofoon (zowel alt als tenor) en klarinet.

Festivals[bewerken]

In Nederland worden ook allerlei festivals voor en door dweilorkesten gehouden (zogenaamde dweildagen of dweilbandfestivals) waarvan de Bemmelse Dweildag in Bemmel (Gelderland) de grootste is. Boven de rivieren vindt bij dit soort festivals vaak een jurering plaats op basis van van tevoren vastgelegde criteria. In het oorspronkelijke ontstaansgebied, Noord-Brabant en Limburg, is dit ongebruikelijk en ligt de nadruk in de eerste plaats op gezelligheid en daarna pas (wanneer überhaupt het geval) op enige wedstrijdelement. Dit kan als enigszins opmerkelijk worden beschouwd omdat binnen de zuidelijke harmonie- en fanfare-cultuur er regelmatig wel degelijk sprake is van onderlinge rivaliteit.

Aantal orkesten/statistiek[bewerken]

De Nederlandse Plezierkapellen Site telde in juli 2007 een totaal van 1517 dweilorkesten, wat een gemiddelde van 126 dweilorkesten per provincie geeft. Noord-Brabant heeft bij verre de meeste orkesten, 814, op ruime afstand gevolgd door Limburg, met 236 bands. De provincie met de minste dweilorkesten is Flevoland, met één enkel orkest.

Provincie Friesland Groningen Drenthe Overijssel Gelderland Noord-Holland Zuid-Holland Flevoland Utrecht Noord-Brabant Limburg Zeeland
Inwoners 643.000 574.000 482.000 1.106.000 1.967.000 2.587.000 3.452.000 360.000 1.162.000 2.407.000 1.139.000 379.000
Dweilorkesten 13 10 94 96 127 45 96 1 39 814 236 33
 % dweilorkesten 0,9% 0,7% 6,2% 6,3% 8,4% 2,9% 6,3% <0,1% 2,6% 53,7% 15,6% 2,2%
Aantal dweilorkesten per 100.000 inwoners 2,0 1,7 19,5 8,7 6,5 1,7 2,8 0,3 3,4 33,8 20,7 8,7

Trivia[bewerken]

Uit een serie polls/onderzoeken van de Nederlandse Plezierkapellen Site naar het imago van bepaalde instrumentgroepen in dweilorkesten kwam onder meer het volgende naar voren:

  • De bassisten en trombonisten drinken naar verluidt de meeste standaardglazen alcohol.
  • In veel gevallen is de muzikaal leider een trompettist, gevolgd door saxofonisten en trombonisten. Het aantal muzikaal leiders onder slagwerkers was zeer klein, als verklaring werd vermeld dat veel slagwerkers geen muzieknoten kunnen lezen, dan wel onbekend zijn met toonhoogtes wat het schrijven en 'dirigeren' van muziekstukken bemoeilijkt.
  • Veel orkesten zien hun bassist en grote trom als het gezicht van het orkest, op de voet gevolgd door het slagwerk in het algemeen.
  • De trombone wordt als het dweilinstrument bij uitstek gezien, gevolgd door de trompet.
  • Meer mannen dan vrouwen spelen in dweilorkesten.
  • Vrijwel alle bassisten en trombonisten zijn mannen, de meeste houtblazers zijn vrouw, het koperinstrument waar relatief de meeste vrouwen op spelen is de bariton/eufonium, gevolgd door de trompet.

Bekende dweilorkesten[bewerken]

Externe links[bewerken]