Dwergzijdeaapje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dwergzijdeaapje
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Zwergseidenaeffchen-01.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Primates (Primaten)
Familie: Cebidae (Kapucijnapen, doodshoofdaapjes en klauwaapjes)
Onderfamilie: Callitrichinae (klauwaapjes)
Geslacht: Callithrix (Atlantische oeistiti's)
Soort
Callithrix pygmaea
Spix, 1823
Verspreidingsgebied van het dwergzijdeaapje
Verspreidingsgebied van het dwergzijdeaapje
Pigmejka 1.jpg
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Het dwergzijdeaapje of dwergoeistiti (Callithrix (Cebuella) pygmaea) is een klauwapensoort van het geslacht Callithrix uit Zuid-Amerika.

Het dwergzijdeaapje wordt ca 16cm groot en bereikt dan een gewicht van ca 100 gram.

Onderverdeling[bewerken]

Ondanks de indeling, verschilt het dwergzijdeaapje nogal van de Atlantische oeistiti's (Callithrix) en is als zodanig ondergebracht in een apart ondergeslacht, wat voorheen een geslacht op zich was, namelijk: Cebuella.

Kenmerken[bewerken]

Het dwergzijdeaapje heeft een donzige, bruinachtige vacht met geelbruine vlekken, en een geringde staart die net zo lang als zijn lichaam kan zijn. De klauwen zijn speciaal bedoeld om in bomen te klimmen, een eigenschap uniek voor deze soort. Met een lengte van tussen de 14-16 cm (exclusief de staart van 15-20) is het een van de kleinste primaten en de kleinste aap. Mannetjes wegen rond de 140 gram, vrouwtjes slechts 120 gram.

Leefwijze[bewerken]

Als omnivoor, eten ze fruit, bladeren, insecten, en af en toe zelfs kleine reptielen. Een groot deel van hun dieet bestaat echter uit hars van bomen. Een groot deel van de tijd wordt besteed aan het halen van hars uit boomschors. Dit actieve dwergzijdeaapje heeft hiervoor speciale tanden om in schors te kunnen bijten. Door zijn kleine afmetingen en snelle manier van bewegen is het moeilijk om dit aapje goed te kunnen observeren.

Voortplanting[bewerken]

Meestal worden er meer dan één jong geboren, in de regel zijn dat meestal twee- of drielingen. De mannetjes sjouwen met de jongen rond, totdat ze door de vrouwtjes worden overgenomen om te worden gevoed. Daarna nemen de mannetjes het weer over.

In gevangenschap kan het aapje ongeveer 11 jaar oud worden.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze soort komt oorspronkelijk in het westen van Brazilië, het zuidoosten Colombia, het oosten van Ecuador, en het oosten van Peru in het regenwoud voor bij de bovenloop van de Amazone.

Dialect[bewerken]

Het dwergzijdeaapje is de eerste Zuid-Amerikaanse aap waarbij het gebruik van dialecten is vastgesteld. Tot op heden is onbekend of het gebruik van dialecten komt door een voordeel van bepaalde geluiden in een zekere habitat of dat dit een sociaal aspect is, zoals bij mensen.[2]

Taxonomie[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Matt Kaplan. Primate Dialects Recorded in South America—A First. National Geographic (3 december 2009) Geraadpleegd op 22 januari 2010