Dyscalculie
| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts. |
| Dyscalculie | ||||
| Kinderen met dyscalculie hebben baat bij uitgebreide inoefening en veel positieve feedback | ||||
| ICD-10 | F81.2, R48.8 | |||
| ICD-9 | 315.1, 784.69 | |||
|
||||
Dyscalculie is een ontwikkelingsstoornis op het gebied van rekenen. Het woord dyscalculie komt uit het Grieks en Latijn en betekent: slecht kunnen rekenen. Het voorvoegsel "dys" komt uit het Grieks en betekent "slecht". "Calculie" komt uit het Latijn en betekent "rekenen". Dyscalculie is een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen met het leren en het vlot en accuraat oproepen en toepassen van reken-wiskundekennis.[1] De rekenproblemen mogen niet veroorzaakt zijn door slecht onderwijs of didactische verwaarlozing. In dat geval wordt er niet gesproken van dyscalculie, maar van een rekenprobleem. De oorzaak moet dus in het kind liggen en niet in de omgeving. Dyscalculie komt ongeveer even vaak voor als dyslexie.[1] Ongeveer 10% van alle kinderen heeft rekenproblemen en ongeveer 2% van alle kinderen is dyscalculisch.[2] Uit onderzoek blijkt dat er een samenhang is tussen dyscalculie en dyslexie.[1]
Inhoud |
[bewerken] Diagnose
In Nederland mag de diagnose dyscalculie enkel gesteld worden door een arts, gezondheidszorgpsycholoog of een orthopedagoog die is opgenomen in het BIG-register.
Voor het vaststellen van de diagnose moet worden uitgesloten dat de rekenproblemen een andere oorzaak hebben, zoals een andere stoornis of slecht rekenonderwijs op de basisschool waar het kind onderwijs volgt. In Nederland is 23% van de basisscholen rekenzwak.[3] Daarnaast moet worden aangetoond dat met kwalitatief goede bijlessen gedurende 6 maanden de achterstand niet ingelopen wordt.
[bewerken] Stoornis
Dyscalculie is een stoornis, omdat onderstaande zaken een rol spelen:[1]
- Er gaat iets mis in het psychologisch functioneren;
- Er is een redelijke samenhang met dyslexie en de psychologische vaardigheid lijkt voor een deel te overlappen;
- Er is een mogelijke betrokkenheid (en mogelijk uitval) in specifieke hersengebieden
- Er zijn aanwijzingen dat dyscalculie erfelijk is.
[bewerken] Kenmerken en symptomen
Dyscalculie gaat vaak samen met:
- Moeizaam aanleren van getal- en volumebetekenissen
- Moeizaam aanleren van wiskundige procedures
- Een verminderde ruimtelijke oriëntatie
De meest voorkomende symptomen zijn:
- Overslaan van getallen bij het tellen
- Neiging tot tellen op de vingers, zelfs bij complexere berekeningen
- Moeizaam onderscheiden van optellen en aftrekken binnen een lange opeenvolgende som
- Problemen bij het omzetten van gesproken of bepeinsde getallen naar geschreven getallen
- Problematisch geheugen bij het berekenen van sommen
- Traag bij het maken van berekeningen
- Haat jegens het rekenen
Rekenen onderscheidt zich van lezen en spelling in de mate waarin een beroep wordt gedaan op probleemoplossingsvaardigheden. De stappen die in het oplossingsproces van rekenopgaven moeten worden gezet, worden in grote lijnen gestuurd door de logische structuur van het gestelde probleem, alhoewel vaak meerdere oplossingen aanwezig zijn die tot een goed resultaat leiden.
Bij dyscalculie komt het automatiseren van de rekenhandelingen niet of maar heel moeizaam tot stand. Er zijn problemen bij het langdurig optellen en aftrekken. De sprong over het tiental blijft erg lang moeite kosten. De tafels van vermenigvuldiging blijven niet zitten als ze er na veel oefenen al in zijn gekomen. Het rekenen en de ontwikkeling ervan zijn duidelijk vertraagd.
Een achterstand aan het eind van de basisschool van zeker zo'n twee jaar is niet abnormaal. Het inzicht in de getallenopbouw, het positiesysteem, is gebrekkig. We spreken van dyscalculie als er sprake is van rekenachterstand, terwijl er op andere terreinen, bijvoorbeeld op taal/leesgebied, wel het normale vermogen tot leren is, dat wil zeggen de rekenuitval is niet in overeenstemming met de totale intelligentie.
Bij kinderen valt de stoornis op te merken door een zekere achterstand in het rekenen die niet kan worden teruggevonden bij de andere vakken. Men heeft dus een grotere wiskundige achterstand dan voor het intelligentieniveau normaal is.
[bewerken] Criteria
Criteria bij het vaststellen van dyscalculie kunnen zijn:[4]
- Verschil tussen rekenvaardigheid en overige schoolse vaardigheden;
- Onderpresteren is niet te verklaren uit slecht onderwijs;
- Meerdere keren uitvallen op betrouwbare toetsen;
- Geen vooruitgang ondanks 6 maanden intensieve hulp.
[bewerken] Interventies
Effectieve interventies bij dyscalculie:[3]
- Meer instructie- en oefentijd;
- Verlengde instructie of preteaching;
- Hulp in kleine groep (niet ten koste van de groepsinstructie);
- Voordoen, samen doen, zelf doen;
- Expliciete en intensieve instructie van één strategie;
- Deelvaardigheden expliciet inoefenen;
- Zelfstandig werken beperken;
- Uitgebreide inoefening;
- Dagelijks automatiseringsoefeningen;
- Directe feedback;
- Aanmoediging en positieve feedback.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
- http://www.dyscalculie.org/ Site met informatie over dyscalculie en een forum
- http://www.dyscalculie.com/ Site met informatie rondom dyscalculie, diagnose en behandeling methoden
- http://www.dyscalculiaforum.com/ Een internationaal forum voor dyscalculici, leraren en ouders (Engels)
| Zie de categorie Dyscalculie van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ a b c d Ruijssenaars, A.J.J.M., Van Luit, J.E.H. & Van lieshout, E.C.D.M. (2004). Rekenproblemen en dyscalculie. Rotterdam: Lemniscaat.
- ↑ Groenestijn van, M., Borghouts, C. & Janssen, C. (2011). Protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie. Assen: Van Gorcum.
- ↑ a b Gelderblom, G. (2008). Effectief omgaan met zwakke rekenaars. Amersfoort: CPS.
- ↑ Desoete, A. (2004). Dyscalculie: een 'onheus' begrip of 'onheus' benaderd. PanamaPost jrg 23 nr 3. Utrecht: Freudenthal Instituut.