Dzjaba Ioseliani

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dzjaba Ioseliani

Dzjaba Ioseliani (Georgisch: ჯაბა იოსელიანი) (Chasjoeri, 10 juli 1926 - Tbilisi, 4 maart 2003) was een Georgisch politicus en leider van de paramilitaire Mchedrioni-beweging. Ioseliani begon zijn loopbaan als crimineel en werd later ook toneelschrijver.

Ioseliani volgde in Leningrad een studie in de oriëntalistiek, maar maakte die niet af. In 1948 werd hij voor een bankoverval tot een gevangenisstraf veroordeeld. In 1965 kwam hij vrij, waarop hij wegens doodslag opnieuw werd veroordeeld. Tijdens de meer dan twintig jaar die hij doorbracht in gevangenschap ontwikkelde hij zich tot een van de aanvoerders van de criminele organisatie Vory v Zakone (Воры в законе: Dieven in de wet). Na zijn definitieve vrijlating keerde hij terug naar Georgië, waar hij afstudeerde aan het Georgisch Instituut voor de Podiumkunsten. Hij schreef een aantal populaire toneelstukken.

In 1989 richtte Ioseliani de Mchedrioni-beweging op: een paramilitaire organisatie die zich tot doel stelde om grote delen van Abchazië en Zuid-Ossetië onder controle te krijgen en de plaatselijke separatisten te bestrijden. President Gamsachoerdia verklaarde in februari 1991 deze organisatie onwettig. Samen met enkele andere Mchedrioni-leden belandde Ioseliani wederom in de gevangenis. In december 1991 wist hij echter te ontsnappen. Op 22 december voerde hij met Tengiz Kitovani een door paramilitairen en een deel van de Georgische nationale garde ondernomen belegering van het parlementsgebouw aan. Deze belegering was een gevolg van onvrede over het regime van Gamsachoerdia. Op 6 januari 1992, na de vlucht van Gamsachoerdia, werd Ioseliani met Kitovani voorzitter van de tijdelijke Militaire Raad die het land tot maart van dat jaar zou regeren. In de daarop volgende regering van Edoeard Sjevardnadze kreeg Ioseliani een prominente rol toebedeeld, doordat Sjevardnadze zwaar leunde op de milities van Mchedrioni. De werkkamer van Ioseliani bevond zich precies boven die van Sjevardnadze in het parlementsgebouw. Hij liet zich steeds begeleiden door een gewapend gevolg. In een poging zijn tanende gezag te herstellen ontsloeg Sjevardnadze Ioseliani, en Kitovani, in mei 1993.

De Mchedrioni-beweging bleef echter bestaan, en als leider daarvan was Ioseliani betrokken bij pogingen om het Georgische gezag in Abchazië te herstellen, leidend tot een nederlaag aan het einde van de zomer van 1993. Toen daarna in Georgië de noodtoestand werd uitgeroepen kreeg Ioseliani een welhaast onbeperkte bevoegdheid om vermeend staatsgevaarlijke burgers te arresteren. Hij maakte van deze bevoegdheid regelmatig gebruik, hetgeen leidde tot kritiek van internationale mensenrechtenorganisaties.

Op 29 augustus 1995 overleefde Sjevardnadze een aanslag, gepleegd op zijn regeringslimousine. Als daders verdacht men aanhangers van Gamsachoerdia en leden van de Mchedrioni-beweging, waaronder Ioseliani. In november 1998 werd hij gearresteerd, waarna zijn proces nog drie jaar op zich liet wachten. Hij werd veroordeeld tot elf jaar gevangenschap, voor terrorisme en een poging om Sjevardnadze te doden. Ioseliani ontkende de beschuldigingen. In het voorjaar van 2000 werd hij in het kader van een amnestieregeling vrijgelaten. Pogingen die hij ondernam om de Mchedrioni-beweging als politieke partij te registreren onder de naam Patriottische Unie faalden.

Op 26 februari 2003 kreeg Ioseliani een hartaanval. Hij overleed een week later. Hij is begraven in Tbilisi, waar regelmatig vuile voetsporen worden waargenomen op de zwarte marmeren grafsteen.