European Exchange Rate Mechanism
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
European Exchange Rate Mechanism (ERM) (Europees Wisselkoersmechanisme) was een economisch systeem om de Europese wisselkoersen te stabiliseren als voorbereiding op de Europese Economische Monetaire Unie en de introductie van de euro.
Samen met de ecu was het European Exchange Rate Mechanism één van de bouwstenen van de economische unie. Het gaf valuta's een centrale wisselkoers ten opzichte van de ecu.
Het werd gehoopt dat het mechanisme zou helpen bij het stabiliseren van de wisselkoersen, handel tussen Europese landen zou bemoedigen en inflatie zou beperken.
Het ERM gaf nationale valuta's een boven- en een onderlimiet waartussen de valuta's mochten fluctueren.
Op 16 september 1992 die bekend is geworden als Zwarte Woensdag werd het Britse Pond Sterling gedwongen het systeem te verlaten. De Italiaanse lire verliet het systeem eveneens. De Spaanse peseta devalueerde sterk.
[bewerk] ERM II
In 1999 verving ERM II de originele ERM. De Griekse en Deense munteenheden werden deel van het systeem, maar Griekenland voegde zich in 2001 bij de Eurozone. Daardoor was de Deense kroon de enige overblijvende munteenheid in het systeem. Munteenheden in ERM II mogen binnen een marge van ±15% t.o.v. de centrale wisselkoers tegenover de euro fluctueren. In het geval van de Deense kroon wordt de wisselkoers gehouden binnen ongeveer ± 2,25% tegenover de centrale wisselkoers van EUR 1 = DKK 7.460 38.
Op 28 juni 2004 traden Estland, Litouwen en Slovenië toe tot het mechanisme.
Op 2 mei 2005 traden Cyprus, Letland en Malta toe tot ERM II. Op 28 november 2005 trad ook Slowakije toe tot het mechanisme.

