Echte langoeren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Echte langoeren
Trachypithecus auratus-Mother and baby.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Primates (Primaten)
Familie: Cercopithecidae
Geslacht
Presbytis
Eschscholtz, 1821
Typesoort
Presbytis mitrata Eschscholtz, 1821
(= Simia melalophos Raffles, 1821)
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De echte langoeren of soerili's (Presbytis) zijn een geslacht van Zuidoost-Aziatische apen uit de onderfamilie der slankapen (Colobinae). De andere langoeren worden soms ook tot dit geslacht gerekend, alhoewel ze meestal in aparte geslachten worden geplaatst, Semnopithecus voor de hoelmans en Trachypithecus voor de pruiklangoeren. Presbytis is Grieks voor "oude vrouw".

Echte langoeren zijn vrij kleine, slanke apen met lange staarten. De voorarmen zijn vrij lang en de handen zijn lang en smal, met een vrij kleine duim. De snuit is vrij klein. De rugzijde is bruin, grijs of zwartig van kleur, en de buikzijde is bleker. Sommige soorten hebben lichte tekeningen op het hoofd of op de dijen. De echte langoeren verschillen van de andere langoeren door de slecht ontwikkelde wenkbrauwbogen en de naar achter lopende kuif op de kop. De vorm van deze kuif verschilt per soort.

De echte langoeren worden 42 tot 61 centimeter lang en 5 tot 8,1 kilogram zwaar. De staart is langer dan de rest van het lichaam, tussen de 50 en de 85 centimeter.

Echte langoeren komen enkel voor in hoge bossen op Malakka, Sumatra, Java, Borneo en nabijgelegen eilanden als de Mentawai-eilanden. Het zijn boombewonende dagdieren, die zich voornamelijk begeven in de boomkruin. Ze eten voornamelijk bladeren, aangevuld met vruchten en zaden. Soms komen ze naar de grond om daar mineralen uit de bodem te eten.

Echte langoeren leven in kleine groepen, bestaande uit een volwassen mannetje en twee tot zes volwassen vrouwtjes, alhoewel er ook monogame paartjes voorkomen. Ook bestaan er groepjes van vrijgezelle mannetjes en solitair levende mannetjes. Soms nemen vrijgezelle mannetjes de hele groep of enkele vrouwtjes van een ander mannetje over. De langoeren krijgen per worp één jong. Ze hebben een witte of wittige vacht. Onvolwassen mannetjes verlaten hun geboortegroep, vrouwtjes blijven meestal.