Eco-Runner Team Delft

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Eco-Runner Team Delft is het eerste Nederlandse studententeam dat mee doet in de Shell Eco-marathon in Groot-Brittannië op het circuit van Rockingham. Na deze deelname zijn er nog andere Nederlandse teams opgericht die zullen deelnemen aan de "European Shell Eco-Marathon " in Nogaro (Frankrijk).

Het Team[bewerken]

Het team is opgericht door enkele studenten van de Technische Universiteit Delft in november 2005. In het eerste jaar bestond het team uit elf studenten van de faculteit Lucht- en ruimtevaart Technologie. Het doel van het team was om de kaap van 500km per liter brandstof te halen op het circuit van Rockingham. Om dit te realiseren heeft het team Eco-Runner I ontwikkeld en gebouwd.

Na het eerste jaar zijn er een paar teamleden afgevallen en een aantal nieuwe bij gekomen. Het team bestaat dan uit zestien leden: eerste, tweede en derde jaars van de TU-Delft. Dit team is gestart met de ontwikkeling en de bouw van Eco-Runner H2. Het was oorspronkelijke de bedoeling om met Eco-Runner H2 deel te nemen in de Shell Eco-marathon UK 2007. De ontwikkeling en bouw van Eco-Runner H2 liep vertraging op en daarom werd de streefdatum verplaatst naar Nogaro 2008.

In academiejaar 2007-2008 wordt er verder gewerkt aan Eco –Runner H2. Ook deze keer heeft het team afscheid moeten nemen van enkele leden en enkele nieuwe kunnen verwelkomen. Er zijn nu 13 leden. Het team heeft hetzelfde doel als vorig jaar: de kaap van 2000 kilometer per liter overschrijden.

Eco-Runner 1[bewerken]

Eco-Runner 1

Eco-Runner I is het eerste voertuig dat door het team is gebouwd. Ecorunner I is in een relatief de korte tijd en met relatief beperkte middelen gebouwd. Het hoofddoel was om het team te laten kennismaken met het hele "eco-rijden" gegeven en zo een basis te leggen voor volgende jaren. Zelfs zonder het injectiesysteem, wat een van de belangrijkste onderdelen van Eco-Runner 1 was, heeft hij 557 km/l gehaald.

Eco-Runner I is een voertuig dat behoort tot de "prototype class". bij de ontwikkeling is er gekozen voor een driewieler waarbij de besturing gebeurt via de voorwielen en de aandrijving via het achterwiel. De aandrijving gebeurt via een kleine Hondamotor (GX31) die uitgerust is met injectie (megasquirt) Door problemen met de afstelling van de injectie heeft Eco-Runner I er nooit mee geracet. (In 2006-2007 is er vooral gefocust op de ontwikkeling van Ecorunner II en niet op de verbetering van Eco-Runner I). Dit alles wordt ondersteund door een aluminium chassis. Om aerodynamische redenen is er rond deze constructie een huid van glasvezel en epoxy voorzien.

Eco-Runner H2[bewerken]

In het 2e jaar is het team begonnen aan een volledig nieuw voertuig: Eco-Runner H2(originele naam Eco-Runner II). Oorspronkelijk was het de bedoeling om uiteindelijk twee wagens te bouwen, elk met een andere voortstuwing: een zestaktmotor en een brandstofcel. Omdat beide aandrijvingen zeer sterk van elkaar verschillen, zowel op technisch vlak als qua racestrategie is er eind mei 2007 besloten om Eco-Runner II aan te drijven met een brandstofcel. Samen met de productie van de bovenkap was de parallelle ontwikkeling van 2 aandrijvingen de grootste redenen dat Eco-Runner H2 niet tijdig klaar was voor de race in Rockingham.

Eco-Runner H2 behoort ook tot de "prototype class" en is ook een driewieler. Om Aerodynamische redenen is er dit keer voor gekozen om de wielen in het voertuig te integreren. Bij Eco-Runner H2 worden zowel de aandrijving als de besturing geïmplementeerd op het achterwiel. De aandrijving gebeurd door in een brandstofcel elektriciteit te creëren en dan daarmee 2 DC motoren te bekrachtigen. Om het gewicht te beperken is er gekozen om een dragende body te bouwen. Dit zorgt ervoor dat er geen afzonderlijk chassis nodig is. De onderkant van de body wordt gemaakt uit carbon en de bovenkant uit PETG (dit is gelijkaardig materiaal als dat waar drankflessen uit gemaakt worden).

Zestaktmotor[bewerken]

De zestaktmotor (6 slagen) is een theoretische motor die het team probeert te ontwikkelen. Het is een uitbreiding van de normale Viertaktmotor(4 slagen). Bij een viertaktmotor doorgaat de motor 4 stappen (slagen) in één cyclus: inlaat, compressie, verbranding en uitlaat. Het team wil hier nu nog 2 slagen aan toevoegen : waterinjectie in de cilinder en nog een uitlaat stap. Bij een gewone viertakt verbrandingsmotor gaat ongeveer vijftig procent van de energie uit de verbranding zitten in de warmte van het blok. Door water rechtstreeks te injecteren, is het de bedoeling om een deel van die ‘verloren’ energie terug te winnen. Door de toename van volume en druk die hiermee samenhangt, kan het water meedoen aan een extra arbeidsleverende slag. Natuurlijk is het team zich ook bewust van de moeilijke combinatie van hoge druk, hoge temperatuur en water die vaak resulteren in corrosie. Het oorspronkelijke idee is van een Hongaar. Later heeft een Amerikaan een dieselversie van het concept gemaakt. Deze motor heeft echter nooit gewerkt. Het team hoopt de motor wel werkend te krijgen.

Externe links[bewerken]