Edgard Varèse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Edgard Varèse
Edgard Varèse
Edgard Varèse
Volledige naam Edgar(d) Victor Achille Charles Varèse
Geboren 22 december 1883
Overleden 6 november 1965
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk/Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Stijl avant-garde
Instrument piano
Leraren Albert Roussel, Vincent d'Indy, Charles–Marie Widor, Ferruccio Busoni
Belangrijkste werken Amériques, Octandre, Intégrales, Ionisation
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Edgar(d) Victor Achille Charles Varèse (Parijs, 22 december 1883New York, 6 november 1965) was een Frans-Amerikaans componist. Hij is bekend geworden met een nogal beperkt maar buitengewoon vooruitstrevend oeuvre.

Leven[bewerken]

Varèse is geboren in Parijs maar bij zijn grootouders opgegroeid in de Bourgogne, waar hij vooral een sterke emotionele band opbouwde met zijn grootvader van moeders zijde, Claude Cortot. Aan het eind van de jaren 1880 haalden zijn ouders hem terug in het gezin. In 1893 vertrok de familie naar Turijn. Zijn vader wilde hem wiskunde en werktuigbouwkunde laten studeren. Maar Edgard was vooral geïnteresseerd in muziek en studeerde muziektheorie bij Giovanni Bolzoni, alsook piano en speelde slagwerk in het operaorkest in Turijn. Varèse ging rond 1900 in Parijs studeren. Aanvankelijk richtte hij zich op wiskunde en werktuigbouwkunde en deze bèta-achtergrond zou zijn componeren later diepgaand beïnvloeden. In 1903 ging hij compositie studeren, ondanks bezwaren van zijn familie. Eerst aan de Schola Cantorum bij Albert Roussel en Vincent d'Indy en later in de compositieklas van Charles–Marie Widor. In 1907 verhuisde hij naar Berlijn, alwaar hij Ferruccio Busoni ontmoette. Deze vooruitstrevende componist met vrije ideeën over muziek zou hem diepgaand inspireren. In zijn Berlijnse tijd werden zijn werken vaak gespeeld en verwierf hij zich een grote reputatie. Toch was hij er na een paar jaar niet langer tevreden over en vernietigde ze vrijwel allemaal, hoewel ook gezegd wordt dat tenminste een deel van zijn werken per ongeluk bij een brand verloren ging. Hij ging in 1915 op reis naar de VS, waar hij een revolutionair nieuw werk schreef: Amériques. Zelf verklaarde Varèse dat de titel duidelijk dubbel moest worden geïnterpreteerd: behalve zijn nieuwe woonplaats stond Amerika vooral voor een nieuwe wereld. Zijn muziek was vanaf nu atonaal en zeer intuïtief.

In een interview aan de Amerikaanse pers drukte hij zijn zorg uit over de beperkingen die het Europese standaardinstrumentarium met zich meebracht: er was dringend behoefte aan nieuwe instrumenten. In de komende jaren verkende hij de randgebieden van het bestaande instrumentarium om nieuwe klanken en klankcombinaties te verkrijgen. Zo "schafte" hij al gauw de strijkers "af": Octandre en Intégrales zijn uitgebreide blazerscomposities. In 1926 nam hij de Amerikaanse nationaliteit aan. Rond 1930 schreef hij met Ionisation zelfs een werk dat geheel voor slagwerk en sirenes bedoeld is. Dit is de eerste westerse compositie in haar soort. In de jaren dertig begon hij te dromen van elektronisch gegenereerde geluiden: een voorschot daarop nam hij met zijn Ecuatorial voor twee theremins.

Na de Tweede Wereldoorlog bracht hij zijn elektronische ideeën in de praktijk: Déserts, voltooid in 1954, bevat partijen voor een band met elektronisch geprepareerde geluiden. Voor de Wereldtentoonstelling van 1958 te Brussel componeerde Varèse het Poème électronique, dat in het Philips-paviljoen gedraaid werd. Zijn laatste werk was Nocturnal, uit 1961, een werk met een zware tekst over incest.

Zoveel als Varèse met klankkleur bezig was, des te minder scheen hij zich met de vorm, harmonie en melodie bezig te houden. Een systeem zoals Arnold Schönbergs dodecafonie heeft hij nooit willen aannemen, en de blijkbare intuïtiviteit waarmee hij zijn werken schreef, staat in schril contrast met de wetenschappelijke namen die ze vaak dragen.

Riccardo Chailly heeft met het Koninklijk Concertgebouworkest alle orkestwerken van Varèse opgenomen.

Composities[bewerken]

Werken voor orkest[bewerken]

Werken voor harmonieorkest[bewerken]

  • 1918-1921 Amériques, op. 21
  • 1922 Hyperprism, voor 9 blazers en slagwerk
  • 1923 Octandre, voor 7 blazers en contrabas
    1. Assez lent
    2. Très vif et nerveux
    3. Grave
  • 1924-1925 Intégrales, 11 blazers en slagwerk
  • 1929-1931 Ionisation, 13 slagwerkers, piano en sirenes
  • 1950-1954 Déserts (Woestijn), 14 blazers, piano, 5 slagwerkers en geluidsband

Vocale muziek[bewerken]

  • 1906 Un grand sommeil noir, piano en zang (gedicht van Paul Verlaine)
  • 1921 Offrandes, twee liederen voor sopraan en kamerorkest
    1. Chanson de La-haut
    2. La Croix du Sud
  • 1961 Nocturnal voor sopraan, mannenkoor en symfonieorkest (tekst uit The House of incest van Anaïs Nin)

Kamermuziek[bewerken]

Elektronische muziek[bewerken]