Edictum Chlotharii
Het Edictum Chlotharii werd op 18 oktober 614 uitgevaardigd in Parijs door koning Chlotharius II.
De Frankische heerser Chlotharius had na lange strijd de deelkoninkrijken van de Merovingen weer onder zich weten te verenigen. Hij had daarbij steun gekregen van de adel in die rijken, en deze wilden nu de hereniging een feit was, zich beloond zien. In een decreet werden aan de edelen nieuwe rechten toegekend. Zo werd bepaald dat zij enkel in de streek waaruit zij afkomstig waren, hun heersende positie dienden uit te oefenen: koningen konden dus voortaan een lastige edelman niet meer verbannen naar een ander deel van het rijk.
De positie van de hofmeiers van de deelrijken werd versterkt en dit betekende dat de hereniging niet meer dan een soort personele unie was en de deelrijken hun bestaan en betekenis behielden. Bovendien werd de koning steeds meer van zijn hofmeier afhankelijk en dit legde de grondslag voor de opkomst van de Karolingers die later de Merovingische koningen geheel zouden verdringen. Op kerkelijk gebied was er wel enige winst voor de koning. De bepalingen uit de tijd van Clovis dat de koning een stem had bij het benoemen van bisschoppen (investituur), werd opnieuw bekrachtigd.