Edoeard Kokojti

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eduard Kokojti (midden)

Eduard Dzjabejevitsj Kokojti (Ossetisch: Кокойты Джабейы фырт Эдуард; Kokojty Dzjabejy Fyrt Eduard, Russisch: Эдуард Джабеевич Кокойты) (Tsinvali, 31 oktober 1964) is de huidige president van Zuid-Ossetië, een de facto (maar internationaal niet erkende) republiek binnen Georgië. Hij heeft het Russisch staatsburgerschap, is getrouwd en heeft 3 zonen.

Kokojti werd geboren in de Georgische stad Tsinvali, die nu als hoofdstad van Zuid-Ossetië fungeert. Nadat hij de middelbare school had afgerond werkte hij als elektromonteur. In 1980 werd hij Georgische meester vrij worstelen. Van 1983 tot 1985 vervulde hij zijn dienstplicht in het Rode Leger. In 1988 rondde hij een studie sportleraar af aan het Pedagogisch Instituut van Tsinvali. Kokojti was een voormalig lid en kampioen van het vroegere sovjetworstelteam.

In 1989 werd hij eerste secretaris van de Tschinvalische afdeling van de Komsomol, de jeugdafdeling van de CPSU.

In 1992 vertrok hij naar Moskou waar hij zakenman werd. Hij was uitsmijter bij een Moskous casino. In 2001 keerde hij terug naar Zuid-Ossetië als hoofd van de Zuid-Ossetische Handelsvertegenwoordiging in Rusland.

Op de leeftijd van 38 werd hij verkozen tot president van Zuid-Ossetië tijdens de presidentsverkiezingen van november-december 2001. Tijdens de eerste ronde op 18 november kreeg hij 45% van de stemmen en zijn tegenstander Stanislav Kotsjiev 24% en zittend president Ljoedvig Tsjibirov 21%. Tijdens de tweede ronde op 6 december kreeg hij 53% van de stemmen tegen 40% voor Stanislav Kotsjiev en op 19 december 2001 trad hij aan als president.

Zijn overwinning was onverwacht en vooral te danken aan de steun van de Tedejev-clan, een van de machtigste families van Zuid-Ossetië. Hij had de steun verkregen van Albert "Dik" Tedejev en zijn broer Jamboelat, een worstelkampioen, die de verkiezingscampagne van Kokojti had georganiseerd en gefinancierd.[1] Deze clan had eerder Ljoedvig Tsjibirov gesteund, maar nadat hij zich tegen hen had gekeerd, veranderde dit. Ndat Kokojti was verkozen tot president, kregen leden van de Tedejev-clande verantwoordelijkheid over de douanedienst van de republiek en over het vrachtvervoer langs de Trans-Kaukasische Autoweg, de belangrijkste handelsverbinding tussen de republiek en Rusland en een belangrijke smokkelroute voor drugs en wapens. De weg zorgt voor een groot deel van de inkomsten van de Zuid-Ossetische overheid.

In juli 2003 keerde Kokojti zich echter tegen de Tedejevs, waarbij hij Albert Tedejev ontsloeg van zijn positie als secretaris van de veiligheidsraad en hun privé-milities liet ontwapenen. Volgens Kokojti hadden zowel de veiligheidsraad als de hoofden van defensie en veiligheid banden met criminelen. Deze stap werd gevolgd door een vuurgevecht in Tsinvali, maar hierbij werden geen slachtoffers gemeld.

Kokojti heeft een krachtige positie ingenomen tegen hereniging met Georgië en wil alleen over vrede onderhandelen als Zuid-Ossetië wordt behandeld als een onafhankelijke staat (een preconditie die de Georgische overheid weigert). Ook staat hij een vereniging van zijn staat met de Russische autonome republiek Noord-Ossetië voor en daarmee een aansluiting bij Rusland. Op 24 november 2003 verklaarde hij Zuid-Ossetië reeds als "Russisch gebied".

Na een hevig vuurgevecht met Georgische troepen in juli 2004 verklaarde hij "Georgië wil oorlog. Maar wij zijn klaar voor zelfverdediging." Tot de Zuid-Ossetische presidentsverkiezingen van 2006 verklaarde hij dat het Georgisch-Ossetisch conflict geen etnisch conflict was, maar duidelijk een politiek conflict veroorzaakt door het verlangen van Georgië om de Ossetiërs de normen van Westerse democratie op te leggen, die niet superieur kon zijn aan de Kaukasische traditionele wetten.[2] Hij heeft ook de missie van de OSCE in het gebied verschillende malen bekritiseerd, waarbij hij de organisatie beschuldigde van bias en haar activiteiten vergeleek met "die van de Georgische geheime dienst."[3]

Op 12 november 2006 werd hij herverkozen als president met 96% van de stemmen. Zijn tegenstanders waren Oleg Gabodse, Inal Poechajev en Leonid Tibilov. Op dezelfde dag organiseerde de oppositie alternatieve verkiezingen in de gebieden die werden bestuurd door Georgië of slechts nominaal werden beheerst door het Zuid-Ossetische regime. Dmitri Sanakojev, de voormalige premier van Zuid-Ossetië die in 2001 werd ontslagen door Kokojti, werd hierbij verkozen tot tegenpresident.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Dzugayev, Kosta. "South Ossetia's President Clamps Down", Caucasus Reporting Service, Institute for War and Peace Reporting, 4 juli 2003.
  2. (en) Kokoity: ‘Caucasian Laws’ Superior to Western Democracy. Civil Georgia (31 oktober 2006)
  3. (en) South Ossetia Accuses OSCE Of Bias. GlobalSecurity (18 april 2006)