Eduard VII van het Verenigd Koninkrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eduard VII
1841-1910
Staatsieportret door Luke Fildes, 1901
Staatsieportret door Luke Fildes, 1901
Prins van Wales
Periode 1841-1901
Voorganger George August Frederik
Opvolger George Frederik Ernst Albert
Koning van het Verenigd Koninkrijk
Keizer van Indië
Periode 1901-1910
Voorganger Victoria
Opvolger George V
Vader Albert van Saksen-Coburg en Gotha
Moeder Victoria
Dynastie Saksen-Coburg en Gotha
Coat of Arms of the United Kingdom (1837-1952).svg Coat of Arms of the United Kingdom in Scotland (1837-1952).svg
Wapen van Eduard als koning van het Verenigd Koninkrijk, met rechts de Schotse variant
Stamboom.png Stamboom

Eduard VII (Engels: Albert Edward) (Londen, 9 november 1841 – aldaar, 6 mei 1910) was koning van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland en keizer van Indië vanaf 22 januari 1901 tot zijn dood op 6 mei 1910. Hij was de eerste vorst uit het Huis Saksen-Coburg en Gotha die over het Verenigd Koninkrijk regeerde. Ook zijn zoon, koning George V, behoorde tot het Huis Saksen-Coburg en Gotha maar tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de naam door George V veranderd in het Brits klinkende Huis Windsor.

Voordat hij de troon besteeg hield Eduard de titel Prins van Wales en was hij erfgenaam van de Britse troon. Hij was tot 2007 degene die de titel Prins van Wales het langst hield in de geschiedenis van Groot-Brittannië, namelijk 49 jaar. Pas in 2007 werd hij hierin gepasseerd door prins Charles. Tijdens de lange periode dat zijn moeder, koningin Victoria, weduwe was, werd Eduard buiten de staatszaken gehouden en mocht hij zich niet bemoeien met de politiek. Hij hield zich deze periode veel met zichzelf bezig, met zijn vele minnaressen, de mode en zijn familie.

De periode waarin Eduard regeerde stond in het Verenigd Koninkrijk bekend als het Edwardiaans tijdperk (Edwardian period), de opvolger van de beroemde Victoriaanse periode. Het was het begin van een nieuwe eeuw en van vele veranderingen in de technologie, het sociale leven, de opkomst van de luchtvaart en het steeds populairder worden van het socialisme. Ook werd op 27 februari 1900 de Labour Party opgericht. Eduard speelde een rol in de modernisering van de in Groot-Brittannië beroemde home fleet, een onderdeel van de Britse Royal Navy. De home fleet beschermde de Britse territoriale wateren. Hij was ook verantwoordelijk voor de reorganisatie van het Britse leger na de Tweede Boerenoorlog die zich afspeelde in Zuid-Afrika, dat toen onderdeel was van het Britse Rijk. Ook al deed Eduard er alles aan om de relaties tussen landen op het Europese continent te verbeteren, vooral de relatie tussen Groot-Brittannië en Frankrijk, waar hij de bijnaam "peacemaker" voor kreeg, toch kon hij niet voorkomen dat in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Dit was dan wel tijdens de regering van zijn zoon, maar dat er een grote oorlog aan kwam, dat was tijdens de regering van Eduard VII al wel zichtbaar.

Jonge leven[bewerken]

De eerste jaren[bewerken]

Eduard werd geboren om 10:48 uur op 9 november 1841 te Buckingham Palace in Londen. Zijn moeder was de Britse koningin Victoria, de enige dochter van Eduard August, hertog van Kent en prinses Victoria van Saksen-Coburg-Saalfeld. Zijn vader was prins-gemaal Albert van Saksen-Coburg en Gotha (zijn ouders waren neef en nicht van elkaar). Hij werd gedoopt als Albert Eduard, zijn eerste naam naar zijn vader en zijn tweede naam naar zijn grootvader aan moederskant. Hij werd gedoopt in de St. George's Chapel van Windsor Castle op 25 januari 1842. Zijn peetouders waren de koning Frederik Willem IV van Pruisen, zijn grootoom prins Adolf, hertog van Cambridge, koning Ferdinand II van Portugal, de hertogin van Saksen-Coburg en Gotha, de hertogin van Saksen-Coburg-Aaltenburg en prinses Sophia van het Verenigd Koninkrijk. In de familie stond hij beter bekend als Bertie.

Prins Albert Eduard, geschilderd door Franz Xaver Winterhalter.

Als oudste zoon van de Britse monarch kreeg hij meteen na zijn geboorte de titels hertog van Cornwall en hertog van Rothesay. Als zoon van prins Albert kreeg hij ook de titels prins van Saksen-Coburg en Gotha en hertog van Saksen. Koningin Victoria benoemde haar zoon tot prins van Wales en graaf van Chester op 8 december 1841. Hij kreeg de titel graaf van Dublin op 17 januari 1850. Ook werd hij opgenomen in de Orde van de Kousenband (Engels: Knight of the Garter) op 9 november 1858 en hij werd ook opgenomen in de Orde van de Distel (Engels: Knight of the Thistle) op 24 mei 1867. In 1863 deed Eduard afstand van zijn rechten op de troon van het hertogdom Saksen-Coburg en Gotha ten gunste van zijn jongere broer, prins Alfred, de hertog van Edinburgh.

Koningin Victoria en prins Albert hadden bepaald dat hun oudste zoon de beschikking kreeg over een goede opvoeding en een goede opleiding, die zou dienen als voorbereiding om uiteindelijk een model te zijn als constitutioneel monarch. Toen Eduard zeven jaar was geworden, begon voor hem een rigoureus educatief programma, opgesteld door zijn vader. Hij stond onder leiding van meerdere leraren. Maar in tegenstelling tot zijn oudere zus, Victoria, Princess Royal, was Eduard geen uitblinker in zijn studie. Hij probeerde te voldoen aan de verwachtingen van zijn ouders maar het heeft niet geholpen. Hoewel Eduard geen ijverige student was, had hij wel veel andere talenten zoals charme en gezelligheid. Benjamin Disraeli beschreef hem als een geïnformeerde, intelligente en zeer aardige jongeman.

Prins Eduard en prins Alfred op jonge leeftijd

Opleiding en Noord-Amerika[bewerken]

Na een reis naar Rome, dat in die tijd onderdeel was van de Kerkelijke Staat, in de eerste maanden van 1859, werkte hij in de zomer van dat jaar zeer hard aan zijn studie. Hij volgde zijn studie aan de Universiteit van Edinburgh en studeerde daar onder andere samen met Lyon Playfair, 1ste baron van Playfair. Nu hij vrijgevochten was van de drukkende onderwijsinstelling die was opgelegd door zijn ouders, genoot hij voor de eerste keer van het studeren. Het wierp zijn vruchten in examens, die hij zeer goed afrondde.

Het jaar daarop ondernam hij de eerste reis naar Noord-Amerika die ooit door een Britse monarch of troonopvolger was ondernomen. Zijn goede humeur en vertrouwde uitstraling maakten de reis een zeer groot succes. Hij opende in Montreal de Victoria Brug die was gebouwd over de Saint Lawrencerivier en hij legde een hoeksteen voor het Parliament Hill te Ottawa, waar later de Canadese regering plaats zou nemen. Hij keek naar Charles Blondin die over een touw boven de Niagarawatervallen liep. En hij bezocht James Buchanan, de president van de Verenigde Staten en verbleef drie dagen op het Witte Huis. Enorme mensenmassa's waren er overal om hem te groeten. Hij had ontmoetingen met Henry Wadsworth Longfellow, Ralph Waldo Emerson en met Oliver Wendell Holmes, Sr. Zij spraken gebeden uit voor de koninklijke familie in Trinity Church te New York City, voor het eerst sinds 1776.

Alexandra en dood van prins Albert[bewerken]

Eduard had gehoopt dat hij carrière kon maken in het Britse Leger maar dit werd hem ontzegd omdat hij de troonopvolger was. Zijn militaire onderscheidingen waren louter honorair. In september van dat jaar werd hij naar Duitsland gestuurd, met als reden om naar militaire oefeningen te kijken. Maar eigenlijk werd hij gestuurd om daar prinses Alexandra van Denemarken, oudste dochter van prins Christiaan van Denemarken en prinses Louise, te ontmoeten. Koningin Victoria en prins Albert hadden allang besloten dat Eduard zou gaan trouwen met Alexandra. Ze ontmoetten elkaar in Spiers op 24 september. Eduard werd begeleid door zijn oudere zus, kroonprinses Victoria van Pruisen. Zij was gehuwd met de latere keizer Frederik III van Duitsland.

Het was vanaf deze periode dat Eduard een reputatie kreeg als playboy. Vastbesloten om wat ervaring te krijgen in het leger, woonde Eduard militaire oefeningen bij in Ierland. Tijdens zijn verblijf in Ierland ontmoette hij actrice Nellie Clifden. Prins Albert was ontzettend boos toen hij hier van hoorde en, hoewel hij al ernstig ziek was, bezocht hij Eduard in Cambridge. Prins Albert stierf op 14 december 1861, amper twee weken na het bezoek aan Eduard. Koningin Victoria was ontroostbaar: zij droeg rouwkleding voor de rest van haar leven en gaf Edward de schuld voor de dood van zijn vader. Ze beschouwde haar zoon met afkeer als frivool, onbescheiden, en onverantwoordelijk. Ze schreef aan haar oudste dochter, Victoria: "I never can, or shall, look at him without a shudder." (Vrij vertaald: "Ik kan nooit en zal nooit nog naar hem kijken zonder te huiveren").

Huwelijk[bewerken]

De huwelijksvoltrekking, vastgelegd door William Powell Frith

Toen Victoria weduwe was geworden, trok ze zich terug uit het publieke leven. Niet lang na de dood van prins Albert regelde ze voor Eduard een reis naar het Midden-Oosten. Eduard bezocht daar Egypte, Jeruzalem, Damascus, Beiroet en Constantinopel. Zodra hij terugkeerde naar Groot-Brittannië, werden de voorbereidingen getroffen voor zijn trouwdag. Eduard en Alexandra traden in het huwelijk in de St. George’s Chapel, Windsor Castle op 10 maart 1863. Eduard was de laatste Britse monarch die in het huwelijk trad terwijl hij prins van Wales was tot 1981. Eduard en Alexandra namen hun intrek in Marlborough House te Londen, de Londense residentie en ze gingen wonen in Sandringham House te Norfolk. Het huwelijk werd met afkeuring in bepaalde kringen aangezien omdat de meeste familieleden van koningin Victoria Duits waren en Denemarken een groot conflict had met een aantal Duitse landen over het grondgebied van Sleeswijk en Holstein, ook wel bekend als de Sleeswijk-Holsteinse kwestie.

Toen Alexandra's vader de troon erfde van Denemarken in november 1863, na de dood van koning Frederik VII, maakte de Duitse Bond van de gelegenheid gebruik om Sleeswijk-Holstein binnen te vallen en te annexeren. Koningin Victoria werd nu aan het twijfelen gebracht of zij en wijlen haar man wel de goede keuze hadden gemaakt voor Eduard. Nadat het echtpaar was getrouwd, heeft ze haar ongerustheid vele malen geuit over hun levensstijl en heeft ze hun sociale leven geprobeerd te dicteren, waaronder de namen van hun kinderen.

Eduard had vele minnaressen tijdens zijn huwelijk. Hij had relaties met actrice Lillie Langtry, Lady Jennie Jerome (moeder van Winston Churchill), Daisy Greville, Gravin van Warwick, actrice Sarah Bernhardt, Alice Keppel, zangeres Hortense Schneider, prostituee Giulia Barucci en met Agnes Keyser. Hoe ver deze relaties werkelijk gingen is niet altijd bekend. Eduard was altijd discreet, maar kon niet voorkomen dat de samenleving veel roddelde over hem en er voortdurend speculaties in de pers verschenen. De laatste minnares van Eduard, de beeldschone Alice Keppel, werd door koningin Alexandra uitgenodigd om aan diens bed te komen zitten in Buckingham Palace toen hij stervende was in 1910. Eén van de achterkleinkinderen van Alice Keppel, Camilla Parker Bowles, was eerst de minnares en sinds 2003 de echtgenote van prins Charles (een nakomeling van koning Eduard VII). Er heerst nog altijd onzekerheid over het feit of de grootmoeder van Camilla, Sonia Keppel (geboren in mei 1900) de buitenechtelijke dochter was van Eduard. Hoe dan ook, Eduard heeft nooit buitenechtelijke kinderen (als hij deze had) erkend. Koningin Alexandra, zijn vrouw, wist van de meeste van deze buitenechtelijke relaties en ze heeft ze altijd geaccepteerd.

Via zijn vrouw, Alexandra, was Eduard familie van koning Frederik VIII van Denemarken, koning George I van Griekenland en van de tsarina van Rusland, Maria Fjodorovna. Maria Fjodorovna werd immers geboren als prinses Dagmar van Denemarken.

Eduard in zijn jonge jaren als Prins van Wales

Kroonprins[bewerken]

Tijdens de periode dat Victoria weduwe was, heeft Eduard haar meerdere malen vertegenwoordigd en bijgestaan tijdens en bij publieke ceremonies en ontmoetingen. Zo opende hij onder andere het Thames Embankment, de Mersey Tunnels en de nieuwe Tower Bridge. Dit was het begin van de koninklijke openbare optredens zoals we die vandaag de dag kennen. Ondanks dat hij zijn moeder veel hielp, liet Victoria hem niet toe tot regeringszaken tot 1898. Tot grote schrik van zijn moeder steunde Eduard Denemarken tijdens de Sleeswijk-Holsteinse kwestie in 1864. Dit kwam doordat koningin Victoria zeer pro-Duits was. In datzelfde jaar liet Eduard zijn moeder, de koningin, weer schrikken toen hij een ontmoeting regelde met de Italiaanse eenwordingsstrijder Giuseppe Garibaldi.

In 1870 wonnen de republikeinse gevoelens in Groot-Brittannië steeds meer gebied doordat de Franse keizer Napoleon III van Frankrijk na diens verlies in de Frans-Duitse Oorlog in 1870 afstand moest doen van de troon en de Derde Franse Republiek werd gesticht. Echter, in de winter van 1871, heeft de dood van prins-gemaal Albert geleid tot een verbetering van de populariteit van Edward bij het publiek. En ook de relatie met zijn moeder, koningin Victoria, werd beter. Toen Eduard verbleef in Londesborough Lodge, dichtbij Scarborough in North Yorkshire, werd er bij hem buiktyfus gediagnosticeerd, de ziekte die zijn vader het leven kostte. Er was grote nationale bezorgdheid rondom zijn gezondheid, zeker toen één van zijn gasten, (Lord Chesterfield), stierf aan de ziekte. Eduard kwam er echter weer bovenop, en dit werd, nationaal en internationaal, met zeer veel opluchting ontvangen. Er waren vele publieke feesten en er werd door Arthur Sullivan een feestelijke versie van het Te Deum geschreven. Hij kreeg het respect van alle politici en van alle politieke partijen, waaronder ook van de republikeinen, en kreeg er heel wat nieuwe vrienden bij. Daardoor haalde hij bij vele mensen twijfels weg die zij over hem hadden.

In 1875 verliet Eduard Groot-Brittannië om een bezoek te brengen aan de Britse kolonie Indië en een reis te maken door het Indisch subcontinent. Zijn adviseurs merkten op dat hij alle mensen gewoon behandelde en dat hij alle mensen gelijk achtte, ongeacht hun sociale situatie of hun huidskleur. In brieven die hij naar huis stuurde, klaagde hij over de behandeling die Indiërs te verduren kregen door de Britse officieren. Because a man has a black face and a different religion from our own, there is no reason why he should be treated as a brute. (Vertaald naar het Nederlands: "Omdat een man een zwart gezicht heeft en een andere godsdienst dan de onze, is er geen reden waarom hij moet worden behandeld als een bruut.") Aan het einde van zijn reis keerde hij terug naar Groot-Brittannië en niet lang daarna kreeg zijn moeder de titel 'Keizerin van Indië' van het parlement, deels als gevolg van het succes van de reis.

Op 14 januari 1892 stierf Eduards oudste zoon, prins Albert Victor, hertog van Clarence. Hij was verloofd met prinses Victoria Mary van Teck. Amper een aantal weken na de verloving stierf hij aan een longontsteking. De dood van zijn zoon raakte Eduard heel diep en hij was ontroostbaar. To lose our eldest son, schreef hij, is one of those calamities one can never really get over. (Vertaald naar het Nederlands: "Het verlies van onze oudste zoon is een van de noodlottigheden die men nooit echt te boven kan komen." Eduard vertelde aan koningin Victoria, I would have given my life for him, as I put no value on mine. (Vertaald: "Ik zou mijn leven hebben gegeven voor hem, vermits ik geen waarde hecht aan het mijne"). Albert Victor was het tweede kind van Eduard dat stierf. In 1871 was zijn jongste zoon, John, gestorven binnen 24 uur na zijn geboorte. In 1871 had Eduard persoonlijk geëist dat hij het lichaam van zijn overleden kindje in de kist mocht leggen. Tijdens deze gebeurtenis rolden de tranen over zijn gezicht.

Vier generaties van Britse staatshoofden. Van links naar rechts: Prins George, Koningin Victoria, Prins Eduard van York en Eduard.

Tijdens een reis naar Denemarken kwam hij via België op 4 april 1900. Hij was toen het doelwit van een moordaanslag. De Belg Jean-Baptiste Sipido schoot op de prins van Wales omdat hij tegen de Tweede Boerenoorlog was. Sipido wist te vluchten en kon ontkomen naar Frankrijk. De waargenomen vertraging bij de Belgische autoriteiten in de toepassing voor de uitlevering, gecombineerd met Britse walging van de Belgisch gruweldaden in diens kolonie, Kongo-Vrijstaat, verslechterden de toch al slechte betrekkingen tussen het Verenigd Koninkrijk en het vasteland. De tien jaar die daarop volgden, gebruikte Eduard echter zijn minzaamheid en zijn populariteit, evenals de connecties binnen zijn familie, om bij te dragen aan de opbouw van Europese allianties met het Verenigd Koninkrijk.

Koning-keizer[bewerken]

Toen koningin Victoria stierf op 22 januari 1901 werd Eduard koning van het Verenigd Koninkrijk en keizer van Indië. Ook werd hij benoemd tot koning van de Britse Dominions. Hij was 59 jaar toen hij de troon besteeg. Hij koos ervoor om koning te worden als Eduard VII (Engels: Edward VII) en niet als koning Albert Eduard, de naam die zijn moeder voor hem had uitgekozen. Ondanks de vroegere twijfels van zijn moeder, vatte Eduard zijn taken serieus op. Door zijn eerdere reislust had hij een uitgebreid netwerk opgebouwd. Bovendien had hij door de huwelijken van zijn broers en zusters veel familieleden in de Europese vorstenhuizen en andere hoge kringen. Hierdoor kon hij politiek effectief optreden bij allerlei onderhandelingen. Zijn streven was om de betrekkingen met Frankrijk en Rusland te verbeteren om zo een tegenwicht te kunnen vormen tegen de Duitse expansiedrang. Eduard wist door zijn goede kennis van Frankrijk en de Franse taal bij te dragen aan de vorming van de "entente cordiale", het bondgenootschap tussen Frankrijk en Groot-Brittannië. De vijandschap tussen keizer Wilhelm II van Duitsland en Eduard, oom en neef, heeft daarentegen bijgedragen aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Het beroemde Osborne House, het zomerverblijf van zijn ouders op het eiland Wight, gaf hij aan de staat en hij bleef wonen op zijn landgoed in Sandringham. Eduard VII en Alexandra werden gekroond in de Westminster Abbey op 9 augustus 1902 door de tachtigjarige Frederick Temple, de aartsbisschop van Canterbury, die vier maanden na de kroning stierf. Eigenlijk was de kroning gepland op 26 juni maar twee dagen daarvoor, op 24 juni, werd bij Eduard blindedarmontsteking ontdekt. Dankzij de veranderingen op het gebied van anesthesie en antisepsis in de vijftig voorgaande jaren onderging hij een levensreddende operatie, uitgevoerd door Frederick Treves. Eduard werd geopereerd op een moment dat blindedarmontsteking over het algemeen niet operatief behandeld werd en toen nog een hoog sterftecijfer behaalde. Maar Treves, die de steun had van Joseph Lister, 1ste baron van Lister, heeft het uitgevoerd via een radicale werking van het laten uitlekken van de geïnfecteerde blindedarm via een kleine snee. De dag daarop zat Eduard rechtop in bed en rookte hij een sigaar. Twee weken later werd bekendgemaakt dat de koning buiten levensgevaar was. Frederick Treves werd gehonoreerd met een baronetschap.

Koning Eduard richtte de koninklijke paleizen opnieuw in en voerde de traditionele ceremonies, zoals de State Opening of Parliament, die zijn moeder had overgeslagen in haar latere leven, opnieuw in. Ook stichtte hij nieuwe ordes van eretekens, zoals de Order of Merit, die bedoeld was voor mensen binnen de kunsten en wetenschappen. De sjah van Perzië, Mozaffar al-Din Shah Qajar, bezocht Engeland in 1902, waar hij verwachtte dat hij werd benoemd tot lid in de Orde van de Kousenband. Eduard weigerde evenwel deze hoge onderscheiding aan de sjah te geven. Dit was omdat Eduard hem niet persoonlijk wilde geven aan de sjah, dit was een idee van de minister van Buitenlandse zaken, Henry Petty-Fitzmaurice, Lord Lansdowne. Lord Lansdowne had de Orde beloofd aan de sjah zonder de goedkeuring van de koning.

Ondanks zijn seksuele escapades wist hij door zijn flamboyante stijl in kleding en optreden het hart van de Britten te winnen. Eduard speelde als constitutioneel vorst een belangrijke rol bij het verkleinen van de macht van het Hogerhuis ten gunste van de macht van het Lagerhuis en de regering. De koning steunde zijn premier, toen deze te grote tegenstand in het Hogerhuis ondervond, met het dreigement om honderden nieuwe, regeringsgetrouwe peers te benoemen.

Tijdens zijn regering speelde de nieuwe sociale wetgeving een belangrijke rol. In 1902 kwam de onderwijswet tot stand, waarbij de subsidiëring van het middelbaar onderwijs werd geregeld. Ook zorgde de liberale regering voor betere wetgeving voor kinderen en ouderen en voor de gezondheidszorg. Dit zorgde wel voor de nodige financiële problemen, die door de hogere belastingen tot een crisis leidden.

Eduards korte regering was, ondanks zijn kleurrijk te noemen persoonlijke leven en de twijfels die zijn moeder over hem had, een succes. Afgezien van de nasleep van de Boerenoorlog in Zuid-Afrika (1899-1902) was het ook een vreedzame periode.

Eduard VII met zijn opvolgers. Vooraan staat prins George met zijn zoons Eduard (achter) en prins Albert. De foto is gemaakt door koningin Alexandra in 1908.

Eduard was Esperantist. Hij zei: "Ik denk dat het Esperanto een grote winst is voor de mensheid en mijn wens is dat het spoedig een groot succes zal worden."

Overlijden[bewerken]

Eduard rookte op één dag twintig sigaretten en twaalf sigaren. Hij was bovendien veel te zwaar. In maart 1910 werd de toestand van de koning slecht en werd opgenomen in het ziekenhuis. Op 27 april keerde hij terug naar Buckingham Palace maar hij had nog steeds zeer veel last van zware bronchitis. Koningin Alexandra keerde terug van Korfoe op 5 mei. Op Korfoe had ze haar broer, de Griekse koning, George I, bezocht. De volgende dag kreeg de koning een aantal hartaanvallen te verduren, maar weigerde om naar bed te gaan. Hij zei tegen Alexandra: "No, I shall not give in; I shall go on; I shall work to the end." (Vrij vertaald: "Nee, ik zal niet toegeven, ik zal doorgaan, ik zal werken tot het eind."). Tussen de momenten van flauwvallen door vertelde zijn zoon, George, dat zijn paard, Witch of the Air, die middag had gewonnen in Kempton Park. De koning antwoordde daarop: "I am very glad" ("Ik ben zeer blij"), zijn laatste woorden. Rond half twaalf 's avonds verloor hij het bewustzijn voor de laatste keer en werd hij naar bed gebracht. Hij overleed om kwart voor twaalf in de avond op 6 mei 1910. Zijn tweede zoon volgde hem op als koning George V.

Ondanks dat hij vele buitenechtelijke relaties had gehad was zijn vrouw zeer geraakt door zijn dood. Koningin Alexandra stierf op 20 november 1925.

De "oom van Europa"[bewerken]

Eduard was vooral via zijn moeder en schoonvader verwant met bijna alle Europese monarchen en stond bekend als de "oom van Europa". Keizer Wilhelm II van Duitsland, tsaar Nicolaas II van Rusland, koning Alfons XIII van Spanje, groothertog Ernst Lodewijk van Hessen-Darmstadt en Karel Eduard van Saksen-Coburg en Gotha waren neven van hem. Koningin Victoria Eugénie van Spanje, kroonprinses Margaretha van Zweden, kroonprinses Marie van Roemenië, kroonprinses Sophie van Griekenland en tsarina Alexandra Fjodorovna van Rusland waren zijn nichtjes. Haakon VII van Noorwegen was zijn schoonzoon en neef, koning George I van Griekenland en koning Frederik VIII van Denemarken waren zijn zwagers. Koningin Wilhelmina der Nederlanden, koning Albert I van België, de koningen Karel I en Emanuel II van Portugal, tsaar Ferdinand I van Bulgarije en prins Ernst August van Brunswijk waren ook familie.

Eduard VII moedigde zijn kinderen en kleinkinderen aan om de banden tussen de Europese koninklijke families zeer goed te houden en de warme banden te bewaren. Er was echter een relatie binnen deze families waarvan Eduard niet zo zeker was, en dat was de relatie met de Duitse Keizer, Wilhelm II, ook wel bekend als neef Bill. Dit kwam vooral omdat er spanningen waren tussen Duitsland en Groot-Brittannië.

In 1908 was Eduard VII de eerste Britse monarch die het Russische Rijk bezocht. Hij was echter al in 1906 uitgenodigd door Nicolaas II maar toen weigerde hij te komen. Dit kwam vooral door de toenmalige spanningen die waren veroorzaakt door het conflict rond de Doggersbank in de Noordzee, de Russisch-Japanse Oorlog en de ontbinding van de Doema door de tsaar.

Kinderen[bewerken]

Uit het huwelijk van Eduard en Alexandra werden de volgende kinderen geboren:

Voorouders[bewerken]

De voorouders van koning Eduard VII
Eduard VII van het Verenigd Koninkrijk Vader:
Albert van Saksen-Coburg en Gotha
(1819-1861)
Grootvader:
Ernst I van Saksen-Coburg en Gotha
(1784-1844)
Overgrootvader:
Frans van Saksen-Coburg-Saalfeld
(1750-1806)
Overgrootmoeder:
Augusta van Reuss-Ebersdorf en Lobenstein
(1757-1831)
Grootmoeder:
Louise van Saksen-Gotha-Altenburg
(1800-1831)
Overgrootvader:
August van Saksen-Gotha-Altenburg
(1772-1822)
Overgrootmoeder:
Louise van Mecklenburg-Schwerin
(1779-1801)
Moeder:
Victoria van het Verenigd Koninkrijk
(1819-1901)
Grootvader:
Eduard August, hertog van Kent
(1767-1820)
Overgrootvader:
George III van het Verenigd Koninkrijk
(1738-1820)
Overgrootmoeder:
Charlotte van Mecklenburg-Strelitz
(1744-1818)
Grootmoeder:
Victoria van Saksen-Coburg-Saalfeld
(1786-1861)
Overgrootvader:
Frans van Saksen-Coburg-Saalfeld
(1750-1806)
Overgrootmoeder:
Augusta van Reuss-Ebersdorf en Lobenstein
(1757-1831)
Engeland
Angelsaksen: Alfred de Grote · Eduard de Oudere · Æthelstan · Edmund I de Geweldige · Edred · Edwy · Edgar de Vreedzame · Eduard de Martelaar · Ethelred · Sven Gaffelbaard · Edmund II Ironside · Knoet de Grote · Harold I Hazenvoet · Hardeknoet · Eduard de Belijder · Harold II Godwinson · Edgar Ætheling
Huis Normandië: Willem I de Veroveraar · Willem II Rufus · Hendrik I Beauclerc · Stefanus · Mathilde
Huis Plantagenet: Hendrik II · Richard I Leeuwenhart · Jan zonder Land · Hendrik III · Eduard I Longshanks · Eduard II · Eduard III · Richard II · Hendrik IV Bolingbroke · Hendrik V · Hendrik VI · Eduard IV · Eduard V · Richard III
Huis Tudor: Hendrik VII · Hendrik VIII · Eduard VI · Jane Grey · Maria I · Elizabeth I
Huis Stuart: Jacobus I · Karel I
Lord Protector: Oliver Cromwell · Richard Cromwell
Huis Stuart: Karel II · Jacobus II · Willem III en Maria II · Anna
Schotland
Huis Alpin: Kenneth I · Donald I · Constantijn I · Aedh · Eochaid · Giric · Donald II · Constantijn II · Malcolm I · Indulf · Dubh · Culen · Kenneth II · Constantijn III · Kenneth III · Malcolm II
Huis Dunkeld: Duncan I
Huis Alpin: Macbeth · Lulach
Huis Dunkeld: Malcolm III · Donald III · Duncan II · Donald III · Edmund · Edgar · Alexander I · David I · Malcolm IV · Willem I · Alexander II · Alexander III · Margaretha · Jan
Huis Bruce: Robert I · David II
Huis Stuart: Robert II · Robert III · Jacobus I · Jacobus II · Jacobus III · Jacobus IV · Jacobus V · Maria I · Jacobus VI · Karel I · Karel II · Jacobus VII · Maria II
Huis Oranje-Nassau: Willem II
Huis Stuart: Anna
Groot-Brittannië
Huis Hannover: George I · George II · George III · George III
Verenigd Koninkrijk
Huis Hannover: George IV · Willem IV · Victoria
Huis Saksen-Coburg en Gotha: Eduard VII · George V
Huis Windsor: George V · Eduard VIII · George VI · Elizabeth II