Eduard VI van Engeland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Edward VI)
Ga naar: navigatie, zoeken
Eduard VI
1537 - 1553
Eduard als Prins van Wales, Vlaamse School
Eduard als Prins van Wales, Vlaamse School
Prins van Wales
Periode 1537-1547
Voorganger Hendrik
Opvolger Hendrik Frederik
Koning van Engeland
Periode 1547 - 1553
Voorganger Hendrik VIII
Opvolger Jane Grey
Koning van Ierland
Periode 1547 - 1553
Voorganger Hendrik VIII
Opvolger Jane Grey
Vader Hendrik VIII
Moeder Jane Seymour
Dynastie huis Tudor

Eduard VI (Engels: Edward VI) (Hampton Court Palace, 12 oktober 1537Greenwich, 6 juli 1553) was koning van Engeland van 1547 tot 1553 en stamde uit het huis Tudor.

Inhoud

[bewerken] Achtergrond

Bij het overlijden van Hendrik VIII was Eduard de enige overlevende wettige zoon. Twee eerder geboren zoons waren ruim twintig jaar voor zijn geboorte al op zeer jonge leeftijd gestorven. Eduards moeder was Hendriks derde vrouw Jane Seymour, die enkele dagen na zijn geboorte in het kraambed overleed.

Eduard was een intelligent maar ziekelijk kind. Hij leed aan aangeboren syfilis, die hij waarschijnlijk van zijn vader had geërfd. Hendrik hertrouwde daarom spoedig, in de hoop meer mannelijk nageslacht te kunnen verwekken. Tevergeefs: uit dit vierde en beide volgende huwelijken werden geen zoons geboren. Eduard werd samen met zijn oudere halfzus Elizabeth grotendeels opgevoed door de gematigd protestantse Catharina Parr, Hendriks zesde en laatste vrouw, met wie deze in 1543 trouwde. In januari 1547 stierf Hendrik.

[bewerken] Koningschap

Toen de 9-jarige Eduard de troon besteeg werd zijn oom Edward Seymour, de hertog van Somerset (15061552), zijn regent. Die wist de rol van de jonge koning te beperken tot een zuiver ceremoniële. Somerset werd uit zijn ambt gezet door toedoen van John Dudley, de graaf van Warwick en later hertog van Northumberland. Dudley nam de macht over en Seymour werd terechtgesteld wegens verraad.

Een andere belangrijke figuur was Thomas Cranmer, de aartsbisschop van Canterbury. Mede door zijn toedoen werd Eduard in feite de eerste protestantse koning van Engeland. Hoewel zijn vader al met Rome had gebroken werd tijdens Eduards regeringsperiode de beslissende overgang bereikt van de katholieke naar de Anglicaanse Kerk. Het eerste gebedenboek in het Engels werd uitgegeven in 1548: The Book of Common Prayer.

[bewerken] Levenseinde

Tegen het eind van zijn korte leven maakte Eduard zich al zorgen om zijn opvolging. Hij was protestants opgevoed en wilde niet dat het land na zijn dood zou terugkeren tot het katholicisme. Daarom steunde hij de aanspraken op de troon die John Dudley deed gelden ten gunste van zijn schoondochter Lady Jane Grey en ten nadele van Eduards eigen halfzuster Maria.

Eduard werd ziek in januari 1553. Na aanvankelijke verbetering werd zijn toestand ernstiger in juni van dat jaar. Over zijn doodsoorzaak bestaat onzekerheid. In de zestiende eeuw werd door velen vermoed dat de jonge koning vergiftigd was, maar daar is geen bewijs voor. De Venetiaanse ambassadeur rapporteerde dat Eduard was gestorven aan tuberculose, en veel historici zijn het daarmee eens, zo ook Eduards biograaf Chris Skidmore.[1] Volgens Jennifer Loach duiden de symptomen eerder op bronchiale longontsteking.[2] Eduard VI werd begraven in Westminster Abbey.

[bewerken] Fictie

Een bekend maar verzonnen verhaal over Eduard wordt verteld in het boek De Prins en de Bedelaar van Mark Twain.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Chris Skidmore: Edward VI. The Lost King of England. London, Weidenfeld & Nicolson, 2007
  2. Jennifer Loach, George Bernard, Penry Williams: Edward VI. New Haven, CT, Yale University Press, 1999

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen