Eed van Hippocrates
|
Beluister |
(info) |
De eed van Hippocrates is een eed waarin artsen zichzelf verplichten bepaalde beroepsregels te zullen handhaven. De eed is opgesteld in het Oudgrieks[1] en is vernoemd naar de Griekse arts Hippocrates, die omstreeks 400 v.Chr. zijn leerlingen van het Asklepieion op het eiland Kos deze belofte liet afleggen.
In het "gebed van de arts" van de joodse arts Maimonides legt de arts zich dezelfde plicht op.
Inhoud |
Nederlandse vertaling [bewerken]
|
"Ik zweer bij Apollon de genezer, bij Asclepius, Hygieia en Panacea en neem alle goden en godinnen tot getuige, om naar mijn beste oordeel en vermogen de volgende eed te houden: |
Interpretaties [bewerken]
Met name door de zin "Οὐ δώσω δὲ οὐδὲ φάρμακον οὐδενὶ αἰτηθεὶς θανάσιμον, οὐδὲ ὑφηγήσομαι ξυμβουλίην τοιήνδε. Ὁμοίως δὲ οὐδὲ γυναικὶ πεσσὸν φθόριον δώσω" meestal vertaald als "Nooit zal ik, om iemand te gerieven, een dodelijk middel voorschrijven of een raad geven, die, als hij wordt gevolgd, de dood tot gevolg heeft" is de Eed van Hippocrates tegenwoordig omstreden. Uit het woord αἰτηθεὶς - om iemand te gerieven, of meer letterlijk: wanneer gevraagd - blijkt dat een arts, die deze eed heeft afgelegd, een mens niet moedwillig mag vergiftigen of doden, ook niet wanneer iemand daarom vraagt. Om deze reden wordt tegenwoordig vaak een andere artseneed afgelegd (zie hieronder).
Door hun specifieke medische kennis zijn artsen bij uitstek in staat om ook adviezen over zelfdoding of over het toedienen van gif te geven. Volgens de Eed van Hippocrates mocht een arts zijn kennis echter niet als gifmenger of handlanger van een moordenaar gebruiken, ook niet wanneer iemand - de patiënt of iemand anders - daarom vroeg. Dat wil niet zeggen dat artsen zich daar in het verleden ook nooit toe hebben geleend. Op verzoek van hun patiënten werkten artsen soms wèl mee aan zelfdoding door hen gif toe te dienen of hun aderen te openen. Zo waren er artsen betrokken bij de zelfgekozen dood van Seneca; ze openden voor deze "voluntaria mors[2]" zijn aderen in armen en benen[3]. Een dergelijk verzoek werd echter niet altijd opgevolgd; toen de aan een zware hartkwaal lijdende Hadrianus om hulp bij zijn zelfgekozen dood vroeg, weigerden zijn artsen dat[4]. De wil van de arts was in de oudheid vaak onderworpen aan die van zijn patiënt. Artsen waren vaak als lijfarts bij hun patient in dienst of zij waren zelfs slaven; ze werden verondersteld te helpen zonder daarbij vragen te stellen.[5].
In Nederland [bewerken]
In 1878 werd er in Nederland een artseneed ingevoerd, die was gebaseerd op de eed van Hippocrates. Deze artseneed werd door de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) en de VSNU (Vereniging van Samenwerkende Universiteiten in Nederland) in 2003 vervangen door een andere eed.[6] Nog steeds leggen medisch studenten een eed of gelofte af op het moment dat zij hun artsbevoegdheid krijgen. Dit heeft op zich geen juridische betekenis.
Er bestaan verschillende vormen van de artseneed van de grondlegger van de westerse geneeskunde. De huidige eed van de KNMG lijkt — naar de letter van de tekst genomen — weinig meer op de oorspronkelijke versie van de eed van Hippocrates. Het verbod op euthanasie en abortus provocatus is niet meer in de nieuwe eed opgenomen. Uit de nieuwe eed blijkt respect van de medicus voor het leven, inclusief de dood, die naar de huidige maatstaven voor een arts eveneens deel uitmaakt van het menselijk bestaan.
In Nederland werken de artsen van het kleinere Nederlands Artsenverbond nog wel steeds op basis van de oorspronkelijke eed van Hippocrates.
Artseneed van het NAV [bewerken]
|
"Ik zweer en onderschrijf, dat ik deze eed, zolang ik mag beschikken over mijn vermogens en verstandelijk inzicht, ten einde toe zal houden. |
Artseneed van de KNMG en de VSNU van 2003 [bewerken]
|
"Ik zweer/beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten. |
Een vernieuwing die met de KNMG-eed van 2003 wordt beoogd is dat de arts ook belooft geen misbruik te maken van zijn medische kennis, ook niet onder druk. Dit is toegevoegd met het oog op de Rechten van de Mens uit 1948, met als doel misbruik van medische kennis, zoals dat tijdens de Tweede Wereldoorlog optrad, te voorkomen. Dezelfde zinsnede is echter ook van toepassing op misbruik van kennis door commerciële druk vanuit de farmaceutische industrie.
In België [bewerken]
De artseneed van de Orde van geneesheren van België werd voor het laatst aangepast in 1994:[7]
|
"Op het ogenblik dat ik opgenomen word onder de beoefenaars van het medisch beroep, verbind ik mij plechtig mijn leven te wijden aan de dienst van de mens. |
Zie ook [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|