Eerste Coalitieoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eerste Coalitieoorlog
Onderdeel van de Franse revolutionaire oorlogen
Slag bij Valmy (1792)
Slag bij Valmy (1792)
Datum 1792 - 1797
Locatie Europa
Resultaat Franse overwinning,
Vrede van Bazel (1795), Vrede van Leoben (1797), Vrede van Campo Formio (1797)
Casus belli Aanval op de Eerste Franse Republiek na de onthoofding van Koning Lodewijk XVI van Frankrijk
Strijdende partijen
Flag of France.svg Eerste Franse Republiek
vanaf 1796:
War Ensign Spain 1785-1931.gif Spanje
Flag of the Habsburg Monarchy.svg Oostenrijk
Union flag 1606 (Kings Colors).svg Groot-Brittannië
Flag Portugal (1707).svg Portugal
Flag of Royalist France.svg Franse monarchisten

tot aan 1795:
Prinsenvlag.svg Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Flag of the Kingdom of Prussia (1750-1801).svg Pruisen
War Ensign Spain 1785-1931.gif Spanje
tot aan 1796:
Flag of the Kingdom of the Two Sicilies (1816).svg Koninkrijk der Beide Siciliën
Flag of the Kingdom of Sardinia.svg Koninkrijk Sardinië

  • verschillende kleine Italiaanse staten

De Eerste Coalitieoorlog (1792 - 1797) was een militair conflict tussen revolutionair Frankrijk en een bondgenootschap van Europese mogendheden, later bekend geworden als de Eerste Coalitie. Deze coalitie tegen Frankrijk bestond uit Oostenrijk, Pruisen, de Nederlandse Republiek, Groot-Brittannië, Spanje, Portugal, Napels-Sicilië, Piëmont-Sardinië en enkele kleinere staten.

De Nederlanden waren een belangrijk strijdtoneel van de oorlog. De Republiek kwam tot een roemloos einde toen ze in 1795 werd bezet door Franse troepen. Stadhouder Willem V moest naar Engeland vluchten en de Bataafse Republiek, een Franse vazalstaat, werd uitgeroepen. Ook in de Zuidelijke Nederlanden betekende de oorlog het einde van een tijdperk. De Habsburgse overheersing sinds de 15e eeuw kwam tot een einde met de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden door Frankrijk.

1791-1792[bewerken]

In 1791, twee jaar na het uitbreken van de Franse Revolutie, leed het revolutionaire Frankrijk onder economische moeilijkheden en politieke strubbelingen. De tegenstellingen tussen de gematigde girondijnen en radicale jakobijnen begonnen zich af te tekenen, en een gemeenschappelijke buitenlandse vijand zou de eenheid kunnen versterken.

Op 27 augustus 1791 kwamen de Oostenrijkse keizer Leopold II en de Pruisische koning Frederik Willem II bijeen en tekenden de Verklaring van Pillnitz. Hierbij riepen ze de andere Europese grote mogendheden op om in te grijpen als de Franse koning Lodewijk XVI in gevaar zou komen. De Nationale Grondwetgevende Vergadering van Frankrijk zag de verklaring van Pillnitz als een verkapte oorlogsverklaring, en greep dit argument aan om op 20 april 1792 de oorlog te verklaren aan Oostenrijk en zijn bondgenoten.

Franse troepen vielen de Oostenrijkse Nederlanden binnen, maar de Franse revolutionairen waren slecht georganiseerd en de invasie verliep rampzalig. In juli stak een Pruisisch leger onder bevel van hertog Karel Willem Ferdinand van Brunswijk de Rijn over. De hertog liet een verklaring uitgaan dat het zijn intentie was om Lodewijk XVI al zijn macht terug te geven en alle tegenstanders van de absolute monarchie te executeren. Een woedende menigte in Parijs bestormde het Tuilerieënpaleis en ging enkele weken later over tot het uit de weg ruimen van tegenstanders, de zogenaamde Septembermoorden. De monarchie werd op 21 september afgeschaft.

Op het slagveld volgde de ene nederlaag op de andere, maar tussen de vijanden was al onenigheid ontstaan. De Oostenrijkers en Pruisen wantrouwden elkaar, en de Pruisen waren niet erg gemotiveerd omdat het ernaar uitzag dat de Oostenrijkse bondgenoot hen al het vuile werk liet doen.

De Pruisische invasie werd een halt toegeroepen bij Valmy op 20 september. Daarna keerden de kansen en vielen de Fransen Duitsland binnen; ze bezetten Savoye en Nice in Zuid-Frankrijk. Ook namen Franse troepen onder bevel van generaal Charles-François Dumouriez de Oostenrijkse Nederlanden in na een grote overwinning in de Slag bij Jemappes op 6 november.

1793[bewerken]

Het mislukte Beleg van Maastricht (1793) (J Buys, 1795)

Op 21 januari 1793 werd Lodewijk XVI geguillotineerd door de Franse revolutionairen. Deze actie verenigde de Europese staten tegen Frankrijk: Spanje, Groot-Brittannië, Nederland, Portugal en Napels sloten zich bij de coalitie aan.

De Franse generaal Dumouriez viel Nederland binnen met het doel om daar een revolutie te ontketenen. Hij nam Breda in en bereidde zich voor om naar Dordrecht door te stoten. De Oostenrijkers behaalden echter overwinningen op de Fransen bij Luik en Aken en beëindigden het beleg van Maastricht (1793) door Francisco de Miranda. Na de Franse nederlaag in de Tweede slag bij Neerwinden op 18 maart trok Dumouriez zich terug uit de Oostenrijkse Nederlanden. Hij sloot een wapenstilstand met de Oostenrijkers waarbij hij naar Parijs zou marcheren en de monarchie zou herstellen. Dat mislukte echter jammerlijk en Dumouriez, die in Parijs arrestatie en executie stond te wachten, besloot over te lopen naar Oostenrijkse zijde.

Frankrijk zag zich van alle kanten aangevallen. Nederlands-Oostenrijkse troepen namen Valencijn in, Spaanse troepen staken de Pyreneeën over, Sardijnse troepen trokken over de Franse Alpen en de Britse marine blokkeerde de Franse havens. Door de verdere radicalisering van de Franse revolutionairen in Parijs braken opstanden uit in Zuid-Frankrijk en de Vendée.

De nieuwe Franse republiek kondigde hierop de levée en masse aan, een maatregel waarbij enorme aantallen soldaten konden worden opgeroepen. Deze dienstplicht was in die tijd werkelijk een revolutionair idee, want voor die tijd werden oorlogen altijd door professionele soldaten uitgevochten. Met de nieuwe troepen kon Frankrijk de opstanden in Caen, Lyon en Marseille neerslaan. Na het Beleg van Toulon, waarbij Napoleon Bonaparte voor het eerst zijn militaire kunnen bewees, werd in december ook Toulon weer ingenomen. In Noord-Frankrijk dwongen de Fransen in september een overwinning op de Britten af in de Slag bij Hondschote.

1794[bewerken]

De Oostenrijkse Nederlanden waren het belangrijkste oorlogstoneel in 1794. De Fransen vielen de Oostenrijkse Nederlanden binnen met twee legers onder bevel van Pichegru en Moreau, terwijl Jourdan langs de Duitse grens naar het noorden optrok. Na Franse overwinningen bij Kortrijk en Fleurus in juni moesten de Oostenrijkers, Britten en Nederlanders zich achter de Rijn terugtrekken. In november viel een van de laatste bolwerken Maastricht (alleen Luxemburg zou nog tot 1795 standhouden).

Ook op andere fronten waren de Fransen succesvol. In Zuid-Frankrijk werden de Spanjaarden teruggeslagen. Franse troepen onder bevel van generaal Dugommier staken de Pyreneeën over en vielen Catalonië binnen. Dugommier behaalde een overwinning op de Spanjaarden in de Slag bij San Lorenzo de la Muga in november, maar sneuvelde zelf in de veldslag.

1795[bewerken]

In de winter van 1795 vielen Franse troepen Nederland binnen, met brede steun van de Nederlandse bevolking. Pichegru stak op 28 december de bevroren Maas over bij 's-Hertogenbosch. Tussen Maas en Waal stokte echter zijn doortocht. Op 16 januari 1795 capituleerde de Staten van Utrecht en daarmee in feite de hele republiek[1]. Pichegru veroverde Amsterdam op 20 januari. Stadhouder Willem V vluchtte op 18 januari naar Engeland; een dag later werd de Bataafse Republiek uitgeroepen. De Bataafse Republiek, een Franse vazalstaat, sloot een verdrag met Frankrijk op 16 mei waarbij Brabant en Maastricht aan Frankrijk werden afgestaan.

Na de Franse militaire overwinningen en het verlies van Nederland besloten Pruisen en Spanje de Eerste Coalitie te verlaten en vrede met Frankrijk te sluiten. Bij de Vrede van Bazel kwam Pruisen op 5 april overeen om alle gebieden ten westen van de Rijn aan Frankrijk af te staan, terwijl Spanje op 22 juli twee derde van Hispaniola aan Frankrijk afstond.

De Britten faalden in hun pogingen om de rebellen in de Vendée te hulp te komen, en een complot in Parijs om de revolutionaire regering omver te werpen faalde door het resolute en meedogenloze optreden van Napoleon Bonaparte, die zijn artillerie beval om op de menigte te vuren. Dit leidde ook tot het einde van het radicale jakobijnse schrikbewind, dat vervangen werd door een meer gematigde, burgerlijke regering, het Directoire.

1796[bewerken]

Antoine-Jean Gros: Napoleon Bonaparte tijdens de Slag bij de brug van Arcole, 1796 (detail)
Nuvola single chevron right.svg Zie Italiaanse veldtocht van 1796-1797 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Napoleon Bonaparte nam in 1796 het commando van de oorlog in Italië op zich. In maart viel hij Piëmont binnen en behaalde overwinningen op de Oostenrijks-Sardijnse troepen bij Montenotte en Millesimo. De Sardijnen, afgesneden van de Oostenrijkers, werden verslagen bij Mondovì en tekenden een wapenstilstand. Op 18 mei sloot Sardinië vrede met Frankrijk, waarbij ze Savoye en Nice weer afstonden. Zie verder: Vrede van Parijs (1796)

De Oostenrijkers werden verder teruggeslagen. Na een overwinning bij Lodi op 10 mei nam Bonaparte Milaan in. Mantua werd belegerd terwijl de Oostenrijkers zich terugtrokken naar Tirol. In de zomer stuurde Oostenrijk een nieuw leger onder bevel van de bejaarde maarschalk Dagobert von Wurmser Italië binnen om Mantua te bevrijden. Bonaparte brak het beleg af en versloeg de Oostenrijkers, waarna hij de stad weer belegerde. Een tweede Oostenrijks leger, onder bevel van generaal Joseph Alvinczy, viel in november Italië binnen, maar werd verslagen door Bonaparte in de Slag bij de brug van Arcole, ten oosten van Verona.

In Duitsland waren de Fransen minder succesvol. Moreau en Jourdan staken de Rijn over en namen Ulm en Augsburg in, maar Jourdan werd afgesneden van Moureau en verslagen door aartshertog Karel. In september hadden beide legers zich weer achter de Rijn teruggetrokken.

De opstand in de Vendée werd neergeslagen door de Franse generaal Hoche. Een poging van Hoche om Ierland binnen te vallen werd echter een complete mislukking.

Robert Cleveley (1798): De Slag bij Kaap Sint-Vincent, 14 februari 1797

Spanje besloot zich bij Frankrijk aan te sluiten en verklaarde de oorlog aan Groot-Brittannië.

1797[bewerken]

Op 14 februari 1797 versloeg de Britse admiraal John Jervis de Spaanse vloot in de Zeeslag bij Kaap Sint-Vincent, waarbij de dreiging van een Frans-Spaanse invasie van Groot-Brittannië wegviel.

In Italië deed het Oostenrijkse leger van Alvinczy een laatste poging om Wurmsers belegerde troepen in Mantua te ontzetten, maar Alvinczy werd verslagen door Bonaparte in de Slag bij Rivoli in januari. Wurmser en zijn 18.000 Oostenrijkse soldaten in Mantua moesten zich overgeven. Na aartshertog Karel te hebben verslagen bij de rivier de Tagliamento op 16 maart, viel Bonaparte nu Oostenrijk zelf binnen. Ook in Duitsland waren de Fransen weer in het offensief. De Oostenrijkers zagen zich gedwongen om vrede te sluiten.

Op 17 maart werd de Vrede van Leoben getekend, gevolgd door de Vrede van Campo Formio op 17 oktober, waarbij Oostenrijk de zuidelijke Nederlanden afstond aan Frankrijk. Ook stond het gebieden in Italië af aan de Cisalpijnse Republiek, een nieuwe Franse vazalstaat. In ruil kreeg Oostenrijk gebieden in Italië, waarbij de Republiek Venetië werd opgedeeld: Veneto, Istrië en Dalmatië kwamen bij Oostenrijk, en Korfoe en een aantal Venetische eilanden in de Adriatische Zee gingen naar Frankrijk.

Het vredesverdrag betekende het einde van de Eerste Coalitie en de Eerste Coalitieoorlog tegen Frankrijk, dat uit de oorlog kwam als grote overwinnaar en de dominante grote mogendheid van Europa.

Alleen Groot-Brittannië bleef in staat van oorlog met Frankrijk. Op het Europese continent bleef de vrede twee jaar lang bewaard, tot 1799, toen een nieuwe oorlog tegen Frankrijk zich aandiende: de Tweede Coalitieoorlog.

Bronnen
Referenties
  1. Raymond Uppelschoten (2013) Het Kromme Rijngebied in de oorlog van 1794-1795, in: Het Kromme Rijngebied 47, 1/2, p. 4-27.