Eerste klasse (voetbal België)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eerste klasse
Jupiler Pro League
Land Vlag van België België
Bond KBVB
Opgericht 1895
Systeem Competitie
Degradatie naar Tweede klasse
Internationale
kwalificatie
UEFA Champions League: 2x
UEFA Europa League: 3x
Aantal teams 16
Huidige kampioen RSC Anderlecht (2014)
Recordkampioen RSC Anderlecht (33)
Website jupilerproleague.be
Huidig seizoen 2014/15
Laatst bijgewerkt op: 4 juni 2013
Portaal  Portaalicoon   Sport
Voetbal

De eerste klasse is de hoogste afdeling van het Belgisch professioneel voetbal, bestaande uit 16 teams. De officiële naam is de Jupiler Pro League, naar de huidige sponsor Jupiler. In Nederland heet de Eerste divisie tegenwoordig Jupiler League. De competitie startte in 1895 en is daarmee na de Engelse, Schotse en Noord-Ierse de oudste van de wereld.

Competitie[bewerken]

De competitie start eind juli en eindigt midden mei. In de wintermaanden wordt er, sinds de competitiehervorming in 2009, slechts een korte winterstop ingelast van ongeveer drie weken, en dit begin januari. Sinds die hervorming telt de competitie 16 ploegen. Elke ploeg speelt tweemaal tegen elk van de 15 andere ploegen, dus 30 wedstrijden in totaal. Na de reguliere competitie worden er play-offs afgewerkt, waarbij de 6 hoogst gerangschikte ploegen het nogmaals 2x tegen elkaar opnemen in play-off I. Dit betekent dat de top zes in totaal 40 wedstrijden afwerkt, waarvan 30 in de reguliere competitie en 10 in de play-offs. Bij de start van play-off I wordt het puntenaantal dat de deelnemende ploegen in de reguliere competitie hebben behaald, gedeeld door twee en naar boven afgerond. De ploegen herbeginnen dus niet vanaf 0 punten.

De nummers 7 tot en met 14 worden verdeeld in 2 poules van elk 4 ploegen. Ook zij nemen het nog tweemaal tegen elkaar op, waardoor zij in totaal 36 wedstrijden afwerken, 30 in de competitie en 6 tijdens de play-offs. In tegenstelling tot play-off I starten de teams uit play-off II wel vanaf 0, er wordt dus geen rekening meer gehouden met het puntenaantal uit de reguliere competitie.

Zowel de competitie als de play-offs worden gespeeld volgens het driepuntensysteem.

De ploeg die als eerste eindigt, kan naar de UEFA Champions League doorstoten. Afhankelijk van hoe goed de Belgische ploegen in Europees verband presteren, wordt bepaald hoeveel clubs in de Champions League of de UEFA Europa League mogen meedingen. Door de huidige UEFA-coëfficiënt kwalificeren de kampioen en de vice-kampioen van de Belgische competitie (m.a.w. de nummer één en twee uit play-off I) zich voor de voorrondes van de Champions League. Soms (afhankelijk van de coëfficiënt) is de kampioen rechtstreeks geplaatst voor de groepsfase van de Champions League. De winnaar van de beker, of de andere finalist indien de winnaar zich al via de competitie kwalificeerde voor de voorrondes van de Champions League, en de derde uit play-off I gaan naar de Europa League. De clubs die in play-off II als eerste eindigen in hun poule, nemen het tegen elkaar op in een heen- en terugwedstrijd. De winnaar van die confrontatie speelt daarna tegen de nummer vier uit play-off I (heen en terug) voor het laatste Europese ticket. Indien de bekerwinnaar zich echter al via de competitie kwalificeerde voor de Europa League, plaatst het nummer vier uit play-off I zich rechtstreeks voor de Europa League-voorrondes en speelt de vijfde uit play-off I de barragewedstrijden voor het laatste Europese ticket.

De twee laagst gerangschikte ploegen van de reguliere competitie nemen het tegen elkaar op in een best-of-five. De voorlaatste uit de reguliere competitie begint met drie punten, de laatste met nul. De winnaar kwalificeert zich voor een eindronde met de drie periodekampioenen uit tweede klasse. De winnaar van deze eindronde blijft/promoveert in/naar de Jupiler Pro League. De verliezer van de best-of-five degradeert rechtstreeks naar tweede klasse.

Indien twee ploegen aan het einde van het seizoen op dezelfde plaats eindigen, worden er sinds de hervorming geen testwedstrijden meer gespeeld. In het verleden werd dit wel gedaan, om bijvoorbeeld de kampioen aan te duiden wanneer de eerste en de tweede in het klassement met een gelijk aantal punten eindigden. Voortaan kijkt men op de eerste plaats naar het doelsaldo en het aantal overwinningen.

Na de competitie spelen de bekerwinnaar en de landskampioen tegen elkaar voor de Supercup. Wint een ploeg én de beker én de titel, de zogeheten "dubbel", dan speelt het de Supercup tegen de verliezende bekerfinalist.

Seizoen 2013/14[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie het artikel Eerste klasse 2013-14 (voetbal België) voor een uitgebreid artikel van dit seizoen

Media[bewerken]

De samenvattingen van de Belgische eerste klasse worden in Vlaanderen uitgezonden door VTM in het programma Stadion. De commerciële zender uit Vilvoorde haalde de rechten samen met Telenet binnen in de zomer van 2011. Waar de wedstrijdverslagen van oudsher aangeboden worden door de openbare omroep VRT - in programma's als Sportweekend en, recenter, Studio 1 - wist VTM ze ook al af te snoepen in de periode 1994-2005. In Wallonië zendt de RTBF sinds de jaren 60 onafgebroken de samenvattingen uit voor de Franstalige kijkers.

De liverechten voor het Belgisch voetbal waren van midden de jaren 90 tot 2005 in handen van Canal+. In 2005 was het echter Belgacom dat het meeste geld op tafel legde. Voor het eerst in de geschiedenis waren de rechtstreekse verslagen daarmee niet in handen van een betaalzender maar van een distributeur. Het telecombedrijf lanceerde prompt 11 op Belgacom TV. Zes jaar later verloor Belgacom het grootste deel van de rechten aan concurrent Telenet (in Vlaanderen) en VOO in Wallonië. Sindsdien zijn de drie belangrijkste matchen van een speeldag - vrijdag om 20.30 uur of zaterdag om 18 uur plus zondag om 18 en 20.30 uur - enkel te zien op Sporting Telenet en VOO Foot. Belgacom TV zendt de resterende vijf wedstrijden uit, die allemaal zaterdag om 20 uur gespeeld worden. Deze beelden zijn gratis voor abonnees.

In Nederland zendt de betaalzender Sport 1 de topwedstrijden op zondag live uit op z'n kanalen

Clubs[bewerken]

Zestien clubs spelen in 2014/15 in eerste klasse. De meeste clubs komen uit Vlaanderen, slechts drie clubs komen uit Wallonië en één uit Brussel.

Eerste klasse (voetbal België) (België)
2
10
3
1
9
5
7
8
12
13
4
6
15
16
14
11
Geografische verspreiding clubs
Stam-
nummer
Club Plaats Kaart Ononderbroken
in 1e klasse sinds
3 Club Brugge KV Brugge 1 1959
7 KAA Gent Gent 2 1989
12 Cercle Brugge KSV Brugge 3 2003
16 R. Standard de Liège Luik 4 1921
19 KV Kortrijk Kortrijk 5 2008
22 R. Sporting du Pays de Charleroi Charleroi 6 2012
25 YR KV Mechelen Mechelen 7 2007
30 K. Lierse SK Lier 8 2010
31 KV Oostende Oostende 9 2013
35 RSC Anderlecht Anderlecht 10 1935
216 Royal Mouscron-Péruwelz Moeskroen 11 2014
282 KSC Lokeren OV Lokeren 12 1996
322 KRC Genk Genk 13 1996
2024 KVC Westerlo Westerlo 14 2014
4068 KVRS Waasland - SK Beveren Beveren 15 2012
5381 SV Zulte Waregem Waregem 16 2005

Geschiedenis[bewerken]

Het eerste seizoen van de Belgische nationale competitie werd door de UBSSA ingericht in 1895/96. De competitie bestond slechts uit zeven clubs, waarvan er vier uit het Brusselse kwamen. De eerste landstitel ging naar FC Liégeois. De volgende jaren kwamen en verdwenen enkele clubs; er bestond echter geen echt systeem van promotie of degradatie naar de nieuwe lagere reeks, waar ook de reserveteams van de clubs uit de hoogste reeks speelden. In 1898/99 werd een nieuwe reeks gecreëerd met enkele clubs uit Oost- en West-Vlaanderen, zodat deze Vlaamse clubs hun verplaatsingskosten naar het binnenland konden vermijden en toch deelnemen aan de nationale competitie van de UBSSA. De winnaar van de Vlaamse reeks speelde tegen de winnaar van de normale reeks om de landstitel. Na twee jaar werd in 1900 weer gespeeld in een reeks met clubs van over het hele land, men sprak ondertussen van de "Ere Afdeling". Het aantal clubs bleef echter jaar na jaar groeien, zodat men in 1901/02 de competitie weer opsplitste, maar nu in twee evenwaardige gemengde reeksen. In 1904 keerde men dan definitief terug naar het systeem met één reeks. Vanaf 1905 hield men dan het aantal clubs vast op 10, de laatste in de rangschikking degradeerde op het eind van het seizoen naar de Eerste Afdeling. In 1908 werd het aantal ploegen opgetrokken tot 12 en vanaf 1911/12 degradeerde ook de voorlaatste in de rangschikking.

FC Liégeois had na de eerste vier seizoenen van de competitie reeds drie landstitels behaald. Het eerste decennium van de 20ste eeuw werd echter gedomineerd door clubs uit de hoofdstad, en Union Saint-Gilloise en Racing Club de Bruxelles verdeelden de titels onder elkaar. Bij het begin van de jaren 10 slaagde Cercle Brugge er als eerste Vlaamse club in kampioen te worden. Daarna trad met Daring Club de Bruxelles nog een andere Brusselse club op de voorgrond. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werd geen competitie meer ingericht. Pas vijf seizoenen later, in 1919/20, werd weer een officiële competitie gespeeld. Dat seizoen behaalde Club Brugge zijn eerste landstitel. Het zou nog een halve eeuw duren eer deze club een volgende titel haalde en één van de nationale topclubs werd.

In 1921 werd de competitie nogmaals uitgebreid, ditmaal tot 14 clubs. Waar in de aanvangsjaren het Luikse en daarna het Brusselse voetbal succesvol waren, trad in de jaren 20 eindelijk ook het Antwerpse voetbal op de voorgrond. Beerschot AC haalde vijf landstitels, en ook Antwerp FC en Liersche SK slaagden er rond 1930 in te zegevieren. Met nog twee nieuwe landstitels voor Cercle Brugge, wonnen gedurende die periode slechts twee clubs uit de hoofdstad een titel. Halverwege de jaren 30 traden de Brusselse clubs Union en Daring nog eens op de voorgrond. Vooral Union werd in die periode legendarisch. De ploeg slaagde er in om van 1933 tot 1935 gedurende 60 competitiematchen op rij ongeslagen te blijven; een record waar de ploeg toen de bijnaam Union 60 aan overhield. Op het eind van de jaren 30 won Beerschot nog twee titels, maar toen brak de Tweede Wereldoorlog los.

Ondanks de oorlog werd er toch gevoetbald en de Antwerpse clubs bleven succesvol. Niet alle competities verliepen echter vlekkeloos. In 1939/40 en 1944/45 werd de competitie niet volledig afgewerkt. In 1940/41 werd er een officieuze competitie gehouden, die door Lierse werd gewonnen. Het seizoen erop werd een volwaardige competitie gespeeld, waarin Lierse ditmaal een officiële titel pakte. Ook de volgende twee seizoenen werd een officiële competitie gespeeld. In 1943 won een andere club uit de provincie Antwerpen zijn allereerste titel, namelijk KV Mechelen. Kort na de oorlog werd deze club nog tweemaal kampioen. Ook Antwerp pakte tijdens de oorlog nog een landstitel. In 1942 had men de competitie opnieuw uitgebreid met twee clubs, zodat er nu 16 ploegen in de hoogste afdeling speelden. In het eerste seizoen na de oorlog werden de clubs die tijdens de oorlog gedegradeerd waren toegelaten tot de Ere Afdeling, zodat de competitie 19 clubs telde, maar na twee seizoenen werd dit weer naar 16 afgeslankt.

Na de oorlog veranderde het voetballandschap verder. De vele traditionele oude Brusselse topclubs zakten weg; een jongere Brusselse club kwam op de voorgrond treden, en zou zijn stempel drukken op het Belgische voetbal, namelijk RSC Anderlecht. Die club pakte in 1947 zijn eerste titel, er zouden er vele volgen. In 1950/51 eindigden twee clubs bovenaan met evenveel punten. De club met het minst nederlagen werd echter hoogst gerangschikt, en zo werd Anderlecht dat seizoen kampioen ten voordele van Berchem Sport. Anderlecht domineerde verder het voetbal in de jaren 50, maar desondanks slaagden nog heel wat andere clubs er in de landstitel met de landstitel te gaan lopen. RFC Liégeois won na een halve eeuw nog eens twee landstitels en ook Antwerp en Lierse pikten nog een kampioenschap mee. Tegen het eind van de jaren 60 ging een nieuwe topclub de concurrentie aan met Anderlecht, de Luikse club Standard Luik. De club had een lange geschiedenis in de hoogste afdeling, maar werd pas in 1958 voor het eerst landskampioen.

In de jaren 60 verdeelden Anderlecht en Standard de titels onder elkaar. Van 1964 tot en met 1968 werd Anderlecht vijf maal op rij kampioen. In de jaren zeventig waren de grootste successen in de eerste klasse voor Club Brugge. Na een halve eeuw pakte de club in 1973 zijn tweede landstitel, er volgden er nog 4 dat decennium. In 1975 ging het kampioenschap na vele jaren nog eens naar een andere Brusselse club: RWDM. De club was een fusieclub waarin onder andere oude gloriën Racing Club en Daring Club waren opgenomen. In 1974 had men de competitie fors uitgebreid van 16 naar 20 clubs. Na twee seizoen had men dit echter herleid tot 18 clubs.

Rond 1980 kende het relatief kleine SK Beveren een glorieperiode, toen de club in 1979 en 1984 kampioen werd. Standard en Anderlecht voegden nog enkele titels toe aan hun palmares. Op het eind van de jaren 80 had KV Mechelen een sterke ploeg en kende kortstondig succes gedurende enkele seizoenen. De club slaagde er na 40 jaar nog eens in kampioen te worden en ook in Europa zegevierden de Maneblussers.

Vanaf de jaren 90 werden Club Brugge en RSC Anderlecht de absolute top in de Eerste Klasse. Jaarlijks ging één van beide clubs met de titel lopen. Enkel Lierse slaagde in 1997 te verrassen en met een titel te gaan lopen, en ook KRC Genk kende zijn eerste successen. Genk was pas in de jaren 80 uit een fusie ontstaan en pakte rond de millenniumwissel tweemaal de titel. In 1995/96 werd ook in de eerste klasse het driepuntensysteem ingevoerd. Rond 2010 slaagde Standard erin om voor het eerst sinds 25 jaar terug de titel te pakken. Er zou er nog een volgen.

In maart 2008 bereikten de eersteklassers een akkoord om een competitiehervorming door te voeren. Deze hervorming werd vanaf het seizoen 2009/10 ingevoerd. Bij die hervorming werd het aantal clubs weer teruggebracht tot zestien. Na 30 speeldagen worden op basis van de play-offs worden gespeeld, wat nog eens tien speeldagen betekent. De eerste zes ploegen spelen play-offs met als inzet de titel. De nummers zeven en veertien spelen play-offs waarvan de winnaar een barragematch speelt tegen de vierde of vijfde uit de eindstand, met inzet een ticket voor de Europa League. De laatste en voorlaatste spelen ook een eindronde van maximaal 5 wedstrijden tegen elkaar waarbij de voorlaatste met een bonus van drie punten start. De verliezer degradeert rechtstreeks, de winnaar speelt een eindronde met tweedeklassers.

Kampioenen[bewerken]

Chronologisch[bewerken]

Landstitels per club[bewerken]

Het volgend overzicht toont het aantal landstitels per club (tot en met seizoen 2013/14)

Club (stamnummer) Titels Seizoen
RSC Anderlecht (35) 33 1947 · 1949 · 1950 · 1951 · 1954 · 1955 · 1956 · 1959 · 1962 · 1964 · 1965 · 1966 · 1967 · 1968 · 1972 · 1974 · 1981 · 1985 · 1986 · 1987 · 1991 · 1993 · 1994 · 1995 · 2000 · 2001 · 2004 · 2006 · 2007 · 2010 · 2012 · 2013 · 2014
Club Brugge KV (3) 13 1920 · 1973 · 1976 · 1977 · 1978 · 1980 · 1988 · 1990 · 1992 · 1996 · 1998 · 2003 · 2005
Union Royale Saint-Gilloise (10) 11 1904 · 1905 · 1906 · 1907 · 1909 · 1910 · 1913 · 1923 · 1933 · 1934 · 1935
R. Standard de Liège (16) 10 1958 · 1961 · 1963 · 1969 · 1970 · 1971 · 1982 · 1983 · 2008 · 2009
R. Beerschot AC (13) 7 1922 · 1924 · 1925 · 1926 · 1928 · 1938 · 1939
Racing Club de Bruxelles (6) 6 1897 · 1900 · 1901 · 1902 · 1903 · 1908
RFC Liégeois (4) 5 1896 · 1898 · 1899 · 1952 · 1953
Daring Club de Bruxelles SR (2) 5 1912 · 1914 · 1921 · 1936 · 1937
K. Lierse SK[1] (30) 4 1932 · 1941[1] · 1942 · 1960 · 1997
KV Mechelen (25) 4 1943 · 1946 · 1948 · 1989
R. Antwerp FC (1) 4 1929 · 1931 · 1944 · 1957
KRC Genk (322) 3 1999 · 2002 · 2011
RCS Brugeois (12) 3 1911 · 1927 · 1930
KSK Beveren (2300) 2 1979 · 1984
Racing White Daring Molenbeek (47) 1 1975

Opmerkingen

  1. a b De niet-officiële landstitel van Lierse SK in het seizoen 1940-41 is niet ingerekend.

Landstitels per gewest[bewerken]

Het volgend overzicht toont het aantal landstitels per gewest (tot en met seizoen 2013/14). Dit retroactief gerekend (vermits gewesten nog maar sinds het eind van de 20ste eeuw bestaan).

Gewest Titels
Brussels Hoofdstedelijk Gewest 55
Vlaanderen 40
Wallonië 15

Landstitels per provincie[bewerken]

Het volgend overzicht toont het aantal landstitels per Provincie (tot en met seizoen 2013/14). Dit retroactief gerekend op basis van de huidige grenzen (want tot 1995 vormden Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de provincie Brabant).

Provincie Titels
Brussels Hoofdstedelijk Gewest (behoort tot geen enkele provincie) 56
Antwerpen 19
West-Vlaanderen 16
Luik 15
Limburg 3
Oost-Vlaanderen 2

Meeste wedstrijden[bewerken]

Een overzicht van de spelers die het meeste wedstrijden speelden in de Belgische eerste klasse.[1] Enkel spelers met meer dan 500 wedstrijden zijn opgenomen.

# Land Naam Club(s)
614 Vlag van België Raymond Mommens KSC Lokeren (1975-1986), Sporting Charleroi (1986-1997)
598 Vlag van België Willy Wellens Lierse SK (1972-1974), RWDM (1974-1978, 1990-1991), Standard Luik (1978-1981), Club Brugge (1981-1986), Beerschot VAV (1986-1989), KV Kortrijk (1989-1990), Cercle Brugge (1991-1993)
590 Vlag van België Eddy Snelders Antwerp FC (1975-1980), KSC Lokeren (1980-1982), Lierse SK (1982-1984, 1994-1996), Standard Luik (1984-1986), KV Kortrijk (1986-1989), Germinal Ekeren (1989-1994, 1996-1997)
582 Vlag van België Dany Verlinden Lierse SK (1980-1988), Club Brugge (1988-2004)
577 Vlag van België Guy Vandersmissen Standard Luik (1978-1991), Germinal Ekeren (1991-1992), RWDM (1992-1998)
568 Vlag van België Franky Van der Elst RWDM (1979-1984), Club Brugge (1984-1999)
565 Vlag van België Filip De Wilde KSK Beveren (1981-1987), RSC Anderlecht (1987-1996, 1998-2003), KSC Lokeren (2004)
554 Vlag van België Victor Mees Antwerp FC (1944-1964)
" Vlag van België Marc Millecamps KSV Waregem (1968-1972, 1973-1988)
533 Vlag van België Vital Borkelmans KSV Waregem (1986-1989), Club Brugge (1989-2000), AA Gent (2000-2002), Cercle Brugge (2003-2004)
526 Vlag van België Rudi Smidts Antwerp FC (1984-1997), Sporting Charleroi (1997-1998), Germinal Ekeren (1998-1999), Germinal Beerschot (1999-2000), KV Mechelen (2000-2001)
523 Vlag van België Marc Schaessens Beerschot VAV (1983-1989), Standard Luik (1989-1991), Club Brugge (1991-1993), KRC Genk (1993-1994), RFC Seraing (1994-1995),
Germinal Ekeren (1995-1999), KVC Westerlo (1999-2002), Lierse SK (2002-2004), Excelsior Moeskroen (2004), RAEC Mons (2005)
517 Vlag van België Jan Ceulemans Lierse SK (1974-1978), Club Brugge (1978-1991)
513 Vlag van België Hugo Broos RSC Anderlecht (1970-1983), Club Brugge (1983-1988)
503 Vlag van België Michel Preud'homme Standard Luik (1977-1986), KV Mechelen (1986-1994)
502 Vlag van België Michel De Wolf RWDM (1976-1983), AA Gent (1983-1988), KV Kortrijk (1988-1990), RSC Anderlecht (1990-1994)

Meeste doelpunten[bewerken]

Een overzicht van de spelers die het meeste doelpunten maakten in de Belgische eerste klasse.[2] Enkel spelers met meer dan 200 doelpunten zijn opgenomen.

Doelpunten Wedstrijden Land Naam Club(s)
377 488 Vlag van België Albert De Cleyn RFC Malinois (1932-1955)
343 384 Vlag van België Jef Mermans RSC Anderlechtois (1941-1957)
296 474 Vlag van België Bernard Voorhoof K. Liersche SK (1927-1948)
288 398 Vlag van België Arthur Ceuleers R. Beerschot AC (1933-1944), R. Racing Club de Bruxelles (1945-1951)
261 389 Vlag van België Rik Coppens R. Beerschot AC (1947-1961), R. OC de Charleroi (1961-1962)
255 428 Vlag van België Erwin Vandenbergh K. Lierse SV (1976-1982), RSC Anderlecht (1982-1986), KAA Gent (1990-1994), RWDM (1990-1994)
241 299 Vlag van België Paul Deschamps RFC Liégeois (1946-1956)
240 251 Vlag van België Jean Capelle R. Standard Club Liégeois (1929-1944)
235 477 Vlag van België Paul Van Himst RSC Anderlechtois (1959-1975)
229 518 Vlag van België Jan Ceulemans K. Lierse SV (1974-1978), Club Brugge KV (1978-1991)
212 373 Vlag van België Raoul Lambert Club Brugge KV (1962-1980)
206 268 Vlag van België Raymond Braine R. Beerschot AC (1922-1930, 1936-1943)

Meeste seizoenen in Eerste klasse per club[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van voetbalclubs in België naar seizoenen Eerste Klasse voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Enkel clubs die meer dan 50 seizoenen in eerste klasse speelden zijn opgenomen.

Stam-
nummer
Club Aantal seizoenen
op een totaal van 111 [3]
Periode
1 R. Antwerp FC 96 1895-1900, 1901-1968, 1970-1998, 2000-2004
16 R. Standard de Liège 95 1909-1914, 1921-...
3 Club Brugge KV 92 1895-1896, 1898-1928, 1929-1933, 1935-1939, 1946-1947, 1949-1951, 1959-...
35 RSC Anderlecht 83 1921-1923, 1924-1926, 1927-1928, 1929-1931, 1935-...
13 K. Beerschot VAV 81 [4] 1900-1906, 1907-1981, 1982-1991
12 Cercle Brugge KSV 78 1899-1936, 1938-1946, 1961-1966, 1971-1978, 1979-1997, 2003-...
7 KAA Gent 75 1913-1929, 1936-1967, 1968-1971, 1980-1988, 1989-...
30 K. Lierse SK 74 1927-1948, 1953-1986, 1988-2007, 2010-...
4 Royal Club Liégeois 67 1895-1910, 1912-1913, 1923-1924, 1945-1995
25 YR KV Mechelen 64 1921-1922, 1924-1925, 1926-1927, 1928-1956, 1963-1964, 1965-1969, 1971-1977, 1981-1982, 1983-1997, 1999-2001, 2002-2003, 2007-...
10 Union Royale Saint-Gilloise 58 1901-1949, 1951-1963, 1964-1965, 1968-1973

Statistieken[bewerken]

Laagterecord[bewerken]

  • 24 februari 2008 werden er amper 8 goals gescoord op speeldag 23. De Jupiler League vestigt daarmee een laagterecord. Drie wedstrijden eindigden zonder doelpunten. Vier keer werd er met 1-0 gewonnen. Brussels-Bergen eindigde dan weer op een 1-1-gelijkspel. Enkel FC Dender hield zijn eer enigszins hoog door KVC Westerlo met 2-0 te verslaan. Ook het feit dat RSC Anderlecht twee penalty’s miste droeg bij aan dit nieuw record.

Zie ook[bewerken]


AFC: Australië · Bahrein · Bangladesh · Bhutan · China · Filipijnen · Guam · Hongkong · India · Indonesië · Irak · Iran · Japan · Jemen · Kirgizië · Koeweit · Libanon · Mongolie · Myanmar · Noord-Korea · Oezbekistan · Oman · Qatar · Saudi-Arabië · Singapore · Tadzjikistan · Thailand · Turkmenistan · Verenigde Arabische Emiraten · Vietnam · Zuid-Korea
CAF: Algerije · Angola · Benin · Botswana · Burkina Faso · Burundi · Centraal-Afrikaanse Republiek · Comoren · Congo-Brazzaville · Congo-Kinshasa · Djibouti · Egypte · Equatoriaal-Guinea · Eritrea · Ethiopië · Gabon · Gambia · Ghana · Guinee · Guinee-Bissau · Ivoorkust · Kaapverdië · Kameroen · Kenia · Lesotho · Liberia · Libië · Madagaskar · Malawi · Mali · Marokko · Mauritanië · Mauritius · Mozambique · Namibië · Niger · Nigeria · Oeganda · Réunion · Rwanda · Sao Tomé en Principe · Senegal · Seychellen · Sierra Leone · Soedan · Somalië · Swaziland · Tanzania · Togo · Tsjaad · Tunesië · Zambia · Zimbabwe · Zuid-Afrika
CONCACAF: Antigua en Barbuda · Aruba · Bermuda · Costa Rica · Curaçao · El Salvador · Guatemala · Honduras · Jamaica · Mexico · Nederlandse Antillen · Nicaragua · Panama · Suriname · Trinidad en Tobago · Verenigde Staten
CONMEBOL: Argentinië · Bolivia · Brazilië · Chili · Colombia · Ecuador · Paraguay · Peru · Uruguay · Venezuela
OFC: Amerikaans-Samoa · Cookeilanden · Fiji · Frans-Polynesië · Nieuw-Caledonië · Nieuw-Zeeland · Niue · Palau · Papoea-Nieuw-Guinea · Salomonseilanden · Samoa · Tonga · Vanuatu
UEFA: Albanië · Andorra · Armenië · Azerbeidzjan · België · Bosnië en Herzegovina · Bulgarije · Cyprus · Denemarken · Duitsland · Engeland · Estland · Faeröer · Finland · Frankrijk · Georgië · Gibraltar · Griekenland · Hongarije · Ierland · IJsland · Israël · Italië · Joegoslavië · Kazachstan · Kosovo · Kroatië · Letland · Litouwen · Luxemburg · Macedonië · Malta · Moldavië · Montenegro · Nederland · Noord-Cyprus · Noord-Ierland · Noorwegen · Oekraïne · Oostenrijk · Polen · Portugal · Roemenië · Rusland · San Marino · Schotland · Servië · Slovenië · Slowakije · Sovjet-Unie · Spanje · Tsjechië · Tsjecho-Slowakije · Turkije · Wales · Wit-Rusland · Zweden · Zwitserland
Bronnen, noten en/of referenties
  1. 400 wedstrijden of meer Dernière Heure, 7 maart 2008
  2. All time topscorers in Belgium: up to date 12.01.2007 Belgium Soccer History
  3. De tabel omvat alle seizoenen vanaf 1895/96 tot en met 2013/14. In de seizoenen 1914/15 tot en met 1918/19 werd wegens de Eerste Wereldoorlog geen competitie georganiseerd. De seizoenen 1939/40, 1940/41 en 1944/45 zijn eveneens niet opgenomen aangezien deze door de Tweede Wereldoorlog ofwel niet afgewerkt werden, ofwel niet officiële competities betrof.
  4. Beerschot (stamnummer 13) verdween in 1999 in een fusie met Germinal Ekeren (3530) tot Germinal Beerschot (stamnummer 3530)