Eerste slag bij Chattanooga

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eerste slag bij Chattanooga
Onderdeel van de Amerikaanse Burgeroorlog
Datum 7 juni8 juni 1862
Locatie Chattanooga, Tennessee
Resultaat Noordelijke overwinning
Strijdende partijen
US flag 34 stars.svg
Verenigde Staten
CSA FLAG 28.11.1861-1.5.1863.svg
Geconfedereerde Staten
Commandanten
James S. Negley E. Kirby Smith
Troepensterkte
een divisie van het Deptartement of the Ohio Army of Kentucky
Verliezen
23 65
Slagen tijdens de Kentuckyveldtocht

1ste Chattanooga · 1ste Murfreesboro · Richmond · Munfordville · Perryville

De Eerste slag bij Chattanooga vond plaats op 7 juni en 8 juni 1862 en was een kleinere veldslag tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.

In de late lente van 1862 beslisten de Zuidelijken om hun leger in kleinere delen te splitsen in Tennessee. Zo hoopten ze de Noordelijke operaties moeilijker te maken. De Noordelijke Generaal-majoor Ormsby M. Mitchel ontving orders om zijn divisie naar Huntsville, Alabama te brengen om de spoorwegen in de regio te herstellen. Zeer snel bezette hij meer dan 150 km van de Nashville and Chattanooga spoorweg en de Memphis and Charleston spoorweg. In mei vonden er schermutselingen plaats tussen Mitchels soldaten en die van generaal-majoor Edmund Kirby Smiths divisie.

Nadat Mitchel het algemeen bevel gekregen had van de Noordelijken troepen tussen Nashville en Huntsville op 29 mei, gaf hij het bevel aan brigadegeneraal James Negley om met een kleine divisie Chattanooga in te nemen. Negley en zijn mannen arriveerden voor Chattanooga op 7 juni. Het 79 Pennsylvania Infantry verkende de omgeving. Ze vonden Zuidelijke stellingen aan de oevers van de rivier en op de Cameron Hil. Twee Noordelijke batterijen openden het vuur op de Zuidelijken en de stad. De infanterie werd ingezet als scherpschutters langs de oevers. Het Noordelijk bombardement duurde voort tot de middag van 8 juni. De Zuidelijke kanonnen beantwoorden het vuur. Hun vuur sorteerde weinig effect omdat ze ongecoördineerd terug vuurden. Op 10 juni rapporteerde Smith (hij was op 8 juni gearriveerd) dat Negley zich had teruggetrokken. Beide partijen hadden weinig slachtoffers te betreuren. Deze aanval was wel een waarschuwing voor de Zuidelijken dat de Noordelijken aanvallen konden uitvoeren wanneer ze wilden.

Bron[bewerken]