Slag in de Javazee

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Eerste slag in de Javazee)
Ga naar: navigatie, zoeken
Eerste slag in de Javazee
Onderdeel van Azië in de Tweede Wereldoorlog
Japanse kruiser Haguro die Hr.Ms. kruiser De Ruyter tot zinken bracht, waarbij schout-bij-nacht Karel Doorman omkwam.
Japanse kruiser Haguro die Hr.Ms. kruiser De Ruyter tot zinken bracht, waarbij schout-bij-nacht Karel Doorman omkwam.
Datum 27 februari 1942
Locatie Javazee, Nederlands-Indië
Resultaat Beslissende Japanse overwinning
Strijdende partijen
US Naval Jack 48 stars.svg United States Navy
Naval Jack of the Netherlands.svg Koninklijke Marine
Naval Ensign of the United Kingdom.svg Royal Navy
Naval Ensign of Australia.svg Royal Australian Navy
Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Commandanten
Flag of the Netherlands.svg Karel Doorman
Flag of the Netherlands.svg Conrad Helfrich
Merchant flag of Japan (1870).svg Takeo Takagi
Troepensterkte
2 zware kruisers
3 lichte kruisers
9 torpedojagers[1]
2 zware kruisers
2 lichte kruisers
14 torpedojagers
10 transportschepen[1]
Verliezen
2 kruisers gezonken
3 torpedojagers gezonken
2.300 zeelieden gedood
1 torpedojager beschadigd
4 transportschepen gezonken
Portaal  Portaalicoon   Marine
Grote Oceaan

Pearl Harbor · Ambon · Marshall- en Gilberteilanden · Javazee (1) · Javazee (2) · Singapore · Doolittle · Koraalzee · RY · Aleoeten · Midway · Guadalcanal · Golf van Leyte · Iwo Jima · Okinawa

De Slag in de Javazee (27 februari 1942) was een mislukte poging van een geallieerd eskader onder commando van de Nederlandse schout-bij-nacht Karel Doorman om in de Javazee een Japanse invasievloot met troepen voor de aanval op Java tegen te houden. De Combined Striking Force, bestond uit 14[1] Nederlandse, Amerikaanse, Britse en Australische marineschepen die in de wateren van Nederlands-Indië opereerden, vooral kruisers en torpedobootjagers.

Het was de laatste grote slag die de Japanners in de wateren rond Nederlands Oost-Indië voerden met de geallieerden bij hun aanval op de Europese koloniën en waarmee zij hun heerschappij over geheel Oost-Azië bezegelden. De slag maakte bovendien een daadwerkelijk einde aan de zelfstandig opererende oppervlaktevloot van de Koninklijke Marine voor de duur van de oorlog. Nederland verloor bij deze slag de kruisers Hr. Ms. De Ruyter en Hr. Ms. Java en de jager Hr. Ms. Kortenaer en ruim 900[1] opvarenden, onder wie schout-bij-nacht Karel Doorman. De totale slag kostte 2.300 marinemannen het leven.

Deelnemers[bewerken]

Geallieerd eskader
zware kruisers

lichte kruisers

torpedobootjagers

Japans eskader
zware kruisers

lichte kruisers

torpedobootjagers


Het Japanse konvooi werd onder andere geëscorteerd door torbedobootjagers onder bevel van schout-bij-nacht Shoji Nishimura. De Japanse zware kruisers waren veel sterker dan de geallieerde, en voorzien van superieure bewapening.

Verloop[bewerken]

Hoewel lang werd gedacht dat de Japanners veel sterker waren – tot het eind van de oorlog was men er zelfs van overtuigd dat er aan Japanse kant slagschepen deelnamen aan de strijd – is later gebleken dat beide partijen elkaar niet veel ontliepen in numerieke sterkte. Wel hadden de Japanners een aantal belangrijke voordelen. Allereerst waren hun bemanningen redelijk uitgerust, waar de geallieerden leden onder slaapgebrek door de vele patrouilles in de voorgaande dagen. Tevens hadden zij de gehele slag de beschikking over luchtverkenning en waren doorgaans vrij goed op de hoogte van de bewegingen van het geallieerd eskader. Door de gebrekkige communicatie tussen lucht- en zeestrijdkrachten moest Doorman echter voortdurend raden naar de posities van de Japanners. Een onmiskenbaar voordeel hadden de Japanners aan hun langeafstandstorpedo's, waarvan de geallieerden geen weet hadden. Het waren dergelijke torpedo's die de Nederlandse kruisers Java en De Ruyter tot zinken brachten.

Vuurkracht[bewerken]

USS Houston beschikte over 9 kanonnen van 20 cm.

De Japanners beschikten over een veel grotere vuurkracht dan de geallieerden. Niet alleen konden zij grotere en zwaardere granaten op hun vijand afvuren, deze droegen ook verder, zodat de Japanse schepen aanzienlijk minder kwetsbaar waren dan de geallieerde. Hr. Ms. De Ruyter bijvoorbeeld beschikt als grootste wapenen over 7 kanonnen van 15 cm – de kruiser die haar vernietigde, de Haguro, bezat 10 kanonnen van 20 cm, evenals de andere deelnemende Japanse kruiser, haar zusterschip de Nachi. De Hr. Ms. Java had eveneens kanonnen van 15 cm, 10 stuks en werd ook vernietigd. De Amerikaanse kruiser Houston was het zwaarst bewapend van het eskader en beschikte over 9 kanonnen van 20 cm. De zwaarste Australische kruiser bij deze slag, de HMAS Perth, beschikte over 8 kanonnen van 15 cm. De Britse HMS Exeter kon slechts kanonnen van 15 cm inzetten. Alle geallieerden schepen hadden bovendien een maximale bepantsering van 75 mm, tegen de Haguro en de Nachi 100 mm.

De Japanners brachten bovendien 19 aanvalsschepen, waaronder twee zware kruisers met superieure vuurkacht en een vliegdekschip in de strijd, tegen een verdedigend eskader van 14 schepen, waaronder geen enkel schip met equivalente vuurkracht of verdediging.

Eerste slachtoffers[bewerken]

HMS Exeter ligt onder vuur.

Tijdens de eerste ontmoeting met de Japanners werden de Nederlandse torpedobootjager Kortenaer en de Britse torpedojager Electra tot zinken gebracht. De Britse kruiser Exeter raakte zwaar beschadigd en moest onder escorte van de Nederlandse torpedobootjager Witte de With naar Soerabaja terugkeren.

In de avonduren werden de geallieerde zeestrijdkrachten verder verzwakt toen Amerikaanse jagers terugkeerden naar de marinebasis om brandstof en munitie te laden. Een Britse torpedobootjager, HMS Jupiter, ging ten onder toen zij op een eigen zeemijn liep, terwijl de overgebleven jager, HMS Encounter, bevolen werd om terug te keren naar Soerabaja na de overlevenden van de tot zinken gebrachte Kortenaer te hebben opgepikt. Nadat Doorman de vier overgebleven kruisers weer op linie had gebracht met zijn bericht All ships - follow me (later geromantiseerd tot Ik val aan, volgt mij!), werd de zoektocht naar de Japanse invasievloot voortgezet.

Even voor middernacht ontmoette de vloot twee Japanse kruisers, die de kruiser De Ruyter en de kruiser Java tot zinken brachten. De bevelhebber van de Combined Striking Force, Karel Doorman, die zijn commando voerde vanaf Hr. Ms. De Ruyter, ging ten onder met zijn vlaggenschip. HMAS Perth en de Amerikaanse kruiser Houston konden ontsnappen, en zetten koers naar Tandjong Priok.

Bij een poging om in de nacht van 28 februari op 1 maart 1942 uit de Javazee te ontsnappen stuitten HMAS Perth en de Houston in de Baai van Bantam op de invasievloot. De vloot lag daar voor anker om troepen aan wal te zetten. In de Slag in de Straat van Soenda die volgde, werden de geallieerden na ruim een uur door torpedo's tot zinken gebracht.

Op 1 maart 1942 werden ook HMS Exeter en de twee geallieerde torpedojagers in de Javazee onderschept, bij een poging om naar Colombo uit te wijken. Japanse vliegtuigen, zware kruisers en torpedojagers brachten de drie schepen met artillerievuur, torpedo's en bommen tot zinken.

Gevolgen[bewerken]

De pogingen om de landing van Japanse troepen op Java te verhinderen waren mislukt. De geallieerden hadden met hun ter beschikking staande zeestrijdkrachten geen kans gekregen om de Japanners te onderscheppen. Voor een groot deel was dit het gevolg van onvoldoende luchtsteun. De geallieerden waren evenmin in staat geweest om samen te oefenen en gezamenlijk tactische en verbindingsvoorschriften op te stellen, waardoor het collectief optreden zeer moeilijk verliep. In de zeeslag in de Javazee sneuvelden ruim 1000 man aan geallieerde zijde, waaronder ongeveer 900 Nederlanders, terwijl de Japanners ongeveer tien man verloren. De hoge verliezen aan Nederlandse zijde waren vooral te wijten aan de ontploffing van de munitie wanneer hun schepen vergingen. Bovendien waren de bemanningen doodop door de voortdurende wekenlange strijd op zee.

De slag vond op 27 februari plaats. Rekent men de verliezen op 1 maart ook bij deze slag, dan bedraagt het aantal gesneuvelden ruim 2000.

Nagedachtenis[bewerken]

Prins Willem-Alexander bij het plakkaat van Karel Doorman in de Kloosterkerk tijdens de herdenking in 2012.

De omgekomen commandant van de USS Houston, Albert Harold Rooks en Edward Parker, commandant van de 59e Divisie torpedojagers van de Amerikaanse marine, werden, net als Karel Doorman, voor hun moed, beleid en trouw in de Militaire Willems-Orde opgenomen.

Naar Karel Doorman zijn bij de Koninklijke Marine in de afgelopen jaren drie schepen vernoemd: de enige twee vliegdekschepen die Nederland ooit heeft gehad en de naamgever van de Karel Doormanklasse fregatten. Bij de 70-jarige herdenking van de Slag in de Javazee in 2012 kondigde de commandant zeestrijdkrachten viceadmiraal Borsboom aan dat het toekomstige joint support ship van de marine ook Doormans naam gaat dragen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties