Eeuwig Edict (1611)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Eeuwig Edict van 1611 is een wet die uitgevaardigd werd op 12 juli 1611 door de aartshertogen Albrecht en Isabella. Het is één van de bekendste en meest geciteerde wetten uit het Ancien Régime en was de eerste aanzet tot een algemeen wetboek in de Zuidelijke Nederlanden. De opstelling van de wettekst zelf was het werk van de Geheime Raad.

In 1595 werd er aangevangen met de voorbereidingen van het algemeen wetboek. Uiteindelijk kwam er na 16 jaar een wet met 47 artikelen tot stand. De artikelen van deze wet hadden betrekking op rechterlijke aspecten zoals het gewoonterecht, het strafrecht, het burgerlijk recht en tenslotte de rechterlijke organisatie.

Met dit "Eeuwig Edict op de justitie" legden de aartshertogen aldus een hervormingspakket op aan de talloze rechtbanken in de Zuidelijke Nederlanden. Het bracht de overgang van een versnipperd gewoonterecht naar een geschreven en eengemaakt recht in een stroomversnelling.

Externe link [bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  • John Gilissen, Frits Gorlé, Michel Magits, Historische inleiding tot het recht, pagina 95, Kluwer, 1989