Egidius waer bestu bleven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het lied 'Egidius waer bestu bleven' is een vroeg rondeau uit de Nederlandse literatuur en behoort tot de bekendste Middelnederlandse liederen.

Geschiedenis[bewerken]

Het lied staat in het Gruuthuse-handschrift, dat dateert van rond 1400. Het is in het handschrift opgenomen met muzieknotatie. Het werd in 1849 voor het eerst gepubliceerd door Charles Carton. In 1966 werden liederen en gedichten uit het Gruuthuse-handschrift uitgegeven door K. Heeroma, waardoor de liedteksten in bredere kring bekend raakten. In 2007 werd het handschrift, dat tot dan toe in privébezit was geweest, aangekocht door de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Het lied is geschreven aan het einde van de 14de eeuw door een onbekende auteur (misschien door Jan Moritoen, maar dit staat niet vast). Egidius werd in 2007 met waarschijnlijkheid geïdentificeerd als Gillis Honin. Deze man stierf plots op 8 oktober 1385. Volgens professor Frits van Oostrom is dit het meest gebloemleesde Nederlandse gedicht.[1]

Inhoud[bewerken]

'Egidius waer bestu bleven' is een elegie of klaaglied. Het gaat over de dood van een vriend, genaamd Egidius. De ik-figuur benijdt Egidius omdat hij in de hemel is opgenomen, terwijl de 'ik' op aarde ongelukkig is en lijdt. Hij of zij vraagt Egidius een plaatsje naast zich vrij te houden in de hemel. Een van de troeven van dit gedicht is dat het niet enkel óver Egidius gaat, maar ook gericht is áán hem; dat maakt de betrokkenheid, de emotionaliteit alleen maar groter. Er is ook een zeker contrast tussen eerste strofe (v 4-8) en de tweede (v 12-16). In de eerste strofe worden vooral positieve emoties ter sprake gebracht: goed, fijn, vreugd; in de tweede vooral negatieve: sneven, lijden, pijn. De eerste strofe gaat ook in hoofdzaak over Egidius, de tweede over 'ic'. Ook is er het contrast tussen hemel ('troon', stofe 1) en aarde ('weerelt', strofe 2).

Egidius krijgt nog een ander lied in het Gruuthusehandschrift en daaruit blijkt dat de man een mooie tenorstem had. Muziek maakte inherent deel uit van de vriendschap tussen Egidius en onze dichter. Maar nu Egidius er niet meer is, klinkt niets nog als voorheen en het zingen is een opgave geworden: ic moet noch singhen een liedekijn. Een liedje, alsof het er niet meer toe doet. Dit is een gedicht over verlies, meer dan over sterven[2]. Het verlies is duidelijk nog niet verwerkt; getuige de nutteloze vraag 'Egidius, waer bestu bleven?' en ook de vorm van het lied, een rondeel dat begint en eindigt met dezelfde verzen, suggereert de rauwheid van het verlies. De dichter redeneert a.h.w. in cirkels[3], hij verlangt naar een dode - nog zo'n rauwe absurditeit. Maar er is troost; ooit zien ze elkaar weer. Het kan nog lang duren, maar toch, 'verware mijn stede di beneven', hou mijn plaatsje vrij, naast jou. Volgens Frits Van Oostrom [2] "de meest ontroerende regel van het hele lied".

Vorm[bewerken]

De tekst van het lied is misschien wel twee verzen korter dan hieronder wordt weergegeven. Het handschrift bevat ze immers niet, zie de site van de Koninklijke Bibliotheek. In dat geval is het rijmschema perfect symmetrisch: ABA bbaba ABA ababb ABA. Dat zou er dan kunnen op wijzen dat het belangrijkste vers van het lied het B-vers is: 'mi lanct na di, gheselle mijn'. Het rijmschema kent dus slechts twee rijmklanken (wat normaal is voor een rondeel), nl. '-even' en '-ijn' (dat in het Middelnederlands wordt uitgesproken als 'ien'). Deze scherpe klanken komen niet alleen in rijmpositie voor, ze schuilen ook al in de naam Egidius en komen ook elders in het lied tamelijk veel voor, bv in het B-vers. In een lied over de dood zou men toch vooral doffe klanken verwachten: oo, oe en aa, maar hier dus niet; enkel 'du coors die dood' klinkt zwaar. De lichte, blije, scherpe klanken lijken dus op het eerste zicht een contrast met de zwaarte van het onderwerp, maar evengoed suggereren ze de scherpte van de pijn van het afgesneden zijn. Gerrit Komrij: 'De pijn van de dood heeft hem de ogen geopend voor de pijn van het leven.' [2]

Muziek[bewerken]

Over de muziek van dit lied is het laatste woord nog niet gezegd. Niet alleen weten we niet welke woorden bij welke noten horen, musicologen zijn er ook nog niet helemaal uit hoe die noten dan moeten geïnterpreteerd (=gezongen) worden. Toch zijn er her en der goede uitvoeringen te beluisteren op het net.

Tekst van het lied[bewerken]

Folio 28r van het Gruuthuse-handschrift. Rechtsonder het lied 'Egidius waer bestu bleven', met daarboven de muzieknotatie.

1 (A1):

Egidius waer bestu bleven
Mi lanct na di gheselle mijn
Du coors die doot du liets mi tleven

2 (B1):

Dat was gheselscap goet ende fijn
Het sceen teen moeste ghestorven sijn

3 (A2):

Nu bestu in den troon verheven
Claerre dan der zonnen scijn
Alle vruecht es di ghegheven

4 (A1):

Egidius waer bestu bleven
Mi lanct na di gheselle mijn
Du coors die doot du liets mi tleven

5 (A3):

Nu bidt vor mi ic moet noch sneven
Ende in de weerelt liden pijn
Verware mijn stede di beneven

6 (B2):

Ic moet noch zinghen een liedekijn
Nochtan moet emmer ghestorven sijn

7 (A1):

Egidius waer bestu bleven
Mi lanct na di gheselle mijn
Du coors die doot du liets mi tleven

8 (B1):

Dat was gheselscap goet ende fijn
Het sceen teen moeste ghestorven sijn

Hertaling naar hedendaags Nederlands[bewerken]

Egidius, waar ben je gebleven?
Ik verlang naar jou, mijn vriend
Jij smaakte de dood, je liet mij het leven (1)
Dat was gezelschap goed en fijn
Het leek dat wij tegelijk zouden sterven (2)
Nu ben je opgenomen in de hemel
Stralender dan de zonneschijn
Alle vreugde is aan jou gegeven
Egidius, waar ben je gebleven?
Ik verlang naar jou, mijn vriend
Jij smaakte de dood, je liet mij het leven
Nu bid voor mij, ik moet nog ongelukkig zijn
En in de wereld pijn lijden
Bewaar mijn plaats naast jou
Ik moet nog een liedje zingen
Toch moet ook ik eens sterven (3)
Egidius, waar ben je gebleven?
Ik verlang naar jou, mijn vriend
Jij smaakte de dood, je liet mij het leven
Dat was gezelschap goed en fijn
Het leek dat wij tegelijk zouden sterven

Alternatieve hertalingen.

  1. coors, van coren (cueren): keuren, proeven, smaken, onderzoeken, beoordelen, kiezen, bepalen, beproeven.[4] De regel wordt ook wel hertaald met 'Jij koos de dood, je liet mij het leven' ('kiezen' is echter sterker uitgedrukt dan het oorspronkelijke coren of cueren). Een mogelijke interpretatie zou ook kunnen zijn 'Jij verkoos de dood', in de zin van: het hemelse verkiezen boven het aardse.
  2. De regel wordt ook wel hertaald als: 'het scheen één moest sterven', waarbij de 't-' voor 'een' wordt weggelaten.
  3. Of: 'toch moet iedereen eens/ooit sterven'.

Publicaties[bewerken]

  • C. CARTON (ed.), Oud-Vlaemsche liederen en andere gedichten der XIVe en XVe eeuwen, Gent, C. Annoot-Braeckman, 1849
  • K. HEEROMA, m. m. v. C. W. H. LINDENBURG, Liederen en gedichten uit het Gruuthusehandschrift, Leiden, 1966.

Literatuur[bewerken]

  • Noël GEIRNAERT, Op zoek naar Egidius. Het laatmiddeleeuwse Brugge in het Gruuthusehandschrift, in: Frank WILLAERT (red.), Het Gruuthusehandschrift in woord en klank. Nieuwe inzichten, nieuwe vragen, 2010, Leuven.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Ilse DEGRYSE, De waanzinnige 14de eeuw. 'De tijd vroeg om experimenten', in: Knack, 27 maart 2013
  2. a b c Frits Van Oostrom, "Wereld in woorden", Bert Bakker, 2013
  3. Nieuw Netwerk Nederlands, Van In, Wommelgem, 2005
  4. J. Verdam, Middelnederlandsch Handwoordenboek.