Egmontpaleis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Egmontpaleis

Het Egmontpaleis (Frans: Palais d'Egmont) is een stadspaleis gelegen aan de Wolstraat in Brussel. Het werd oorspronkelijk opgetrokken, vanaf 1560, in opdracht van Lamoraal van Egmont en zijn moeder Françoise van Luxemburg en heeft in de loop der tijden talrijke verbouwingen gekend.

Zoals het Egmontpaleis er in het begin van de 21ste eeuw bijligt, heeft het al een lange geschiedenis en ingrijpende verbouwingen achter de rug. Enkel de gevels van de oostelijke vleugel in Italiaanse Renaissancestijl zijn bewaard gebleven. De andere vleugels zijn het voortbrengsel van ingrijpende verbouwingen, onder meer na de grote brand van 1891.

Oorspronkelijk was het paleis het stadsverblijf van de Egmonts, vervolgens van de Arenbergs. Het paleis werd na de Eerste Wereldoorlog eigendom van de Stad Brussel. Het onderging een verregaande opknapbeurt nadat de Belgische staat het in 1964 had gekocht na een lange periode van verval en vernieling. In recentere tijden is er het ministerie van Buitenlandse Zaken ondergebracht.

Geschiedenis[bewerken]

In 1548 kocht de prinses van Gavere, Françoise van Luxemburg, een rij huisjes en tuinen op het hoogste deel van de Zavel en liet daar een ruim stadspaleis optrekken. Haar onfortuinlijke zoon, Lamoraal van Egmont, zette de werken voort en gaf in 1564 een prachtig steekspel op het plein dat zich voor zijn woning uitstrekte, de huidige Kleine Zavel. Het hotel, opgevat in Vlaamse stijl met Renaissancetrekken, werd het Kleine Egmont- of Luxemburghotel genoemd. Het werd gedeeltelijk vervangen door een bouw in klassieke stijl, die Leopold Filips Karel van Arenberg, getrouwd met de erfgename van de Egmonts, in 1753 liet optrekken; naar wordt aangenomen naar de plannen van Servandoni. Uit deze tijd stamt de rechtervleugel en de vleugel die de achterkant van de binnenplaats inneemt. De linkervleugel, gebouwd naar ontwerp van architect Suys in 1835, bevindt zich waar voorheen de Karmelietessenkerk stond. Nadat een brand in 1891 de rechtervleugel in de as had gelegd, werd het paleis weer opgebouwd, waarna het gotische gedeelte verdween dat tot dan bewaard was gebleven aan de ingang van de Wolstraat. Architect Octave Flanneau verwezenlijkte ook de westelijke gevel (1906/10). Het Egmontpaleis verkreeg zijn huidige omvang in de loop van de 19e eeuw na toevoeging van verschillende percelen en na omvangrijke uitbreidingswerken door de architecten Gh. Henry (Franse wijk), A. Cousin (boekerij en balzaal van de oostelijke vleugel) en T.F. Suys (stallen, manege, Hof van de Everzwijn, noordelijke vleugel, ...). Het park werd in 1901/02 onder toezicht van E. Galoppin heraangelegd. Het paleis is opgevat in klassieke stijl. De gevel is versierd met pilasters en Ionische zuilen met borstwering.

Links van het paleis ligt de Karmelietessenstraat, zo genoemd vanwege het in 1612 gestichte klooster van de ongeschoeide karmelietessen, tussen het paleis van de Egmonts en het verwoeste paleis van de Culemborgs. Dit klooster werd in 1811 afgebroken en in 1813 vervangen door een gevangenis, die de gevangenis van de Karmelietessen werd genoemd. Sindsdien werd de Kernstraat door de kloostereigendommen heen getrokken.

Na de Eerste Wereldoorlog onteigende de Belgische staat de toenmalige eigenaar, de Duitse familie Arenberg, waarna het geheel werd omgedoopt tot Egmontpaleis. Nu doet het dienst als ontvangst- en receptieruimte voor het ministerie van Buitenlandse Zaken.

In 1977 ondertekende de regering-Tindemans II in het paleis het Egmontpact over de Belgische staatshervorming. Het Egmontpaleis is vandaag de plaats waar buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders worden ontvangen wanneer zij het land bezoeken.

Het park van het paleis is onlangs gerenoveerd. De voormalige Oranjerie werd een eethuis.

Beschrijving van het gebouw[bewerken]

De binneninrichting heet opmerkelijk te zijn. Naast prachtige ontvangkamers met fraaie zolderingen in stucwerk of met houten wandbetimmering, bevat het Egmontpaleis onder meer:

  • een bijzondere eretrap, in 1906/10 gebouwd naar het model van de in de 18e eeuw afgebroken ambassadeurstrap van het kasteel van Versailles; 12 soorten marmer, een gewelfde zoldering, opgesmukt met stuc en een trompe-l'oeil, geschilderd door Léon-Charles Cardon, Brusselse wandtapijten van de 17e eeuw in de zuidelijke vleugel;
  • een Pompejaanse badkamer met wit en roos Numidisch marmer, in de oorspronkelijke staat hersteld (westelijke vleugel)
  • de boekerij, ingericht in 1822-1825 in Directoirestijl: de oorspronkelijke gerestaureerde wandbetimmering, vier glazen beschilderde panelen van Sophie Frémiet (de vrouw van beeldhouwer François Rude), die zinnebeeldige figuren voorstellen, verwijzend naar de inhoud van de boeken (oostelijke vleugel)
  • een spiegelgalerij die de gehele lengte van de gevel in beslag neemt: witte wandbetimmering in Régencestijl (1971) en parket uit de jaren 30 (oostelijke vleugel)
  • een plaasteren kopie van de Paradijspoort van Ghiberti, timmerwerk en eerste verdieping in de oorspronkelijke staat (noordelijke vleugel)

Waardering[bewerken]

Vanuit architectonisch oogpunt vertoont het gebouw verschillende stijlen (Renaissance, Neoclassicisme ...) van sinds de zestiende eeuw. Beroemde bouwmeesters zoals Giovanni Niccolò Servandoni, architect van de Sint-Sulpitiuskerk in Parijs, Tieleman Franciscus Suys, hofarchitect van het Huis Oranje-Nassau, of Octave Flanneau, betrokken bij de aanleg van het Palais-Royal, hebben over belangrijke bouwfasen toezicht gehouden.

Het bouwwerk is niet minder belangrijk vanuit een geschiedkundige en beleidsmatige invalshoek, aangezien het altijd al het zenuwpunt van diplomatieke ontwikkelingen in Brussel was. Het ontvangt vandaag nog steeds buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders en Belgische politici in zijn rijk uitgeruste salons. Tot de roem van het Egmontpaleis als een uniek beschermd geheel, hebben ook de rijkelijke versiering, de prachtige verzameling antiek, de wandtapijten en schilderijen en enkele opmerkelijke archeologische overblijfselen zoals de keldergewelven bijgedragen.

Opmerkelijke personen verbleven in het Arenbergpaleis, zoals koningin Christina I van Zweden (in 1655), koning Lodewijk XV van Frankrijk, markies de Prié, tsaar Peter de Grote, de familie Thurn und Taxis, kardinaal Antoine Perrenot de Granvelle, de graaf van Harrach, maarschalk Étienne Maurice Gérard, Jean-Baptiste Rousseau en Voltaire.

Door samenloop van omstandigheden werd dit stenen en marmeren werktuig van de Belgische diplomatie er ook een van de Europese en internationale diplomatie. Onder meer werden er de toetredingsverdragen tot de Europese Gemeenschap van Groot-Brittannië en enkele andere landen ondertekend.

Het Egmontpaleis vervult ook een sociale functie, sinds de opening in oktober 2001 van een kinderdagverblijf in de oude stallen aan de achterkant van het gebouw.

Literatuur[bewerken]

  • Walter D'HOORE, Le Palais d'Egmont-Arenberg à Bruxelles, éditions Duculot, 1991
Bronnen, noten en/of referenties
  • Gérard des Marez, Guide illustré de Bruxelles, Touring Club de Belgique, 1917, blz. 177-178