Ei (dier)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor ei dat als voeding wordt gebruikt, zie Ei (voeding).
1. Kalkschaal
2. Schaalvlies
3. Binnenste schaalvlies
4. Hagelsnoer
5. Buitenste eiwit
6. Middelste eiwit
7. Dooiervlies
8. Dooier
9. Kiemvlek (of vormingsdooier)
10. Donkere eigeel
11. Klare eigeel
12. Binnenste eiwit
13. Hagelsnoer
14. Luchtkamer
15. Cuticula

Een ei is een door een vrouwelijk dier gemaakt product, dat na bevruchting door een zaadcel kan uitgroeien tot een nakomeling.

Het ei bestaat uit een dooier (de eicel) dat de zygote/embryo en veel vetachtige voedingsstoffen bevat, met daaromheen een beschermend omhulsel dat aan het eind van de ontwikkeling ook wordt opgesoupeerd: het wit van het ei (dat veel water bevat).

Dieren die eieren leggen zijn vissen, amfibieën, insecten, reptielen, vogels en monotreme zoogdieren. Zo vormt bijvoorbeeld kikkerdril de eieren van kikkers.

Eieren van vogels worden beschermd door een harde, kalkachtige schaal. Reptieleneieren hebben een zachtere, maar ook stevige schaal.

De eieren van kippen en ander pluimvee, en van sommige vissen, worden door de mens gegeten.

Vogeleieren[bewerken]

De eieren van vogels worden meestal in een nest gelegd, waarna ze door één of beide ouders bebroed worden. De eieren van verschillende soorten vogels zijn alle verschillend. Vroeger werd de kennis van de verschillen tussen deze eieren gebruikt als een methode om vogels te determineren. Daarnaast werd het verzamelen van eieren ook als hobby uitgeoefend.

In Nederland werd met de invoering van de Vogelwet op 23 september 1912 het “verboden eieren van beschermde vogels uit te halen, ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden, te verkoopen, af te leveren of te vervoeren.” Een uitzondering betrof het rapen van kievitseieren en van de eieren van enkele andere vogelsoorten. Alleen voor het aanleggen van wetenschappelijke collecties werden nog ontheffingen verleend. Dergelijke collecties treft men thans alleen nog in musea aan.

Recent werd de collectie van Albertus Adrianus Hey uit Hillegom (1905 – 1982), die terecht was gekomen in het bezoekerscentrum De Oranjekom in de Amsterdamse Waterleidingduinen te Vogelenzang, overgedragen aan het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis in Leiden. De collectie bevatte 382 eieren van 81 vogelsoorten en is naar alle waarschijnlijkheid in de late jaren veertig en vroege jaren vijftig van de 20ste eeuw tot stand gekomen. De eieren waren grotendeels afkomstig uit de Amsterdamse Waterleidingduinen en enkele gebieden in de Zaanstreek.[1]

Het grootste vogelei is dat van de struisvogel (tot 1,5 kg). Het ei van de ondertussen uitgestorven Aepyornis was echter nog groter. Het kleinste vogelei is met slechts 6 mm dat van de bijkolibrie.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vlek, Ruud & Antje Ehrenburg – Een bijzondere collectie vogeleieren uit Zuid-Kennemerland. in: Limosa, 81e jaargang, nr. 3 (2008), p. 102 – 106.