Eigenerfde
Een eigenerfde of eigengeërfde was in de middeleeuwen en nieuwe tijd een grotere boer die zijn eigen grond bezat. Een eigenerfde was een vrije boer die zijn hoeve zonder tussenkomst van een leenheer kon (laten) bewerken. De eigenerfden hadden waardelen en die werden gemachtigd door de markegenoten, de inwoners van een marke, vormden het dagelijks bestuur van de marke.
Eigenerfde boeren die in het bezit waren van een paard en steek- of slagwapens werden weerboeren genoemd.
In de provincies Drenthe, Friesland en Groningen speelden de eigenerfden een grote rol in de staatsinrichting. Samen met de adel zaten zij in de ridderschappen van deze provincies. Bij edele heerden bezaten eigenerfden het collatierecht om een dominee te benoemen en ze konden ook andere functionarissen benoemen.
In het 'monsterproces van Faan', waarbij de beruchte Rudolf de Mepsche 22 mensen ter dood veroordeelde voor 'sodomie' (zie Faansche Gruwelen), speelde de positie van de eigenerfden een belangrijke rol.