Einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
In blauw de nog in Duitse handen zijnde gebieden bij de capitulatie van alle Duitse troepen

Het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa en de Duitse overgave vonden in het voorjaar van 1945 plaats.

Chronologisch verloop van de overgave[bewerken]

25 april 1945[bewerken]

Op 25 april 1945 maakten de geallieerden, troepen van de Sovjet-Unie en Amerika, aansluiting met elkaar, Duitsland werd daarbij in tweeën gesneden. De eerste eenheden die met elkaar aan de rivier de Elbe contact maakten, waren de 69e infanteriedivisie van het 1e leger van de V.S. en de 58e Sovjet-wachtdivisie van het 5e Wachtleger bij Torgau.

30 april 1945[bewerken]

Op 30 april 1945 pleegde Adolf Hitler, beseffende dat alles voor hem was verloren, zelfmoord in zijn bunker samen met Eva Braun, zijn minnares sinds lange tijd, die enkele uren voor hun gezamenlijke zelfmoord met hem trouwde. In zijn laatste testament benoemde Hitler zijn opvolgers Karl Dönitz als nieuwe Reichspräsident oftewel president van het Rijk (president van Duitsland) en Joseph Goebbels als nieuwe Reichskanzler oftewel kanselier van het Rijk (kanselier van Duitsland). Goebbels echter pleegde reeds op 1 mei 1945 zelfmoord, Dönitz daarmee alleen achterlatend om de onderhandelingen voor de overgave te orkestreren. Dönitz benoemde daarop Lutz Schwerin von Krosigk tot Leitender Minister (de facto Rijkskanselier) van het Kabinet-Schwerin.

1 mei 1945[bewerken]

Op 1 mei 1945 beval SS-generaal Karl Wolff, nadat hij niet-geautoriseerde onderhandelingen hervat had met de geallieerden samen met hoofdcommandant van het tiende Duitse leger generaal Heinrich von Vietinghoff, alle Duitse bewapende strijdkrachten in Italië de vijandelijkheden te staken en tekende een document van overgave dat inhield dat alle Duitse strijdkrachten in Italië zich onvoorwaardelijk moesten overgeven aan de geallieerden op 2 mei. De slag om Berlijn eindigde op 2 mei, toen commandant-generaal Helmuth Weidling de stad overgaf aan het Sovjetleger.

4 mei 1945[bewerken]

Op 4 mei 1945 accepteerde de Britse veldmaarschalk Bernard L. Montgomery de onvoorwaardelijke militaire overgave van groot-admiraal Hans-Georg von Friedeburg en van generaal Hans Kinzel voor alle Duitse strijdkrachten "in Holland, in Noordwest-Duitsland inclusief de Friese eilanden en Helgoland en alle andere eilanden, in Sleeswijk-Holstein en in Denemarken... alle marineschepen in deze gebieden inbegrepen". Gezien de operationele commandant van enkele van deze strijdkrachten groot-admiraal Dönitz was, gaf dat het einde van de Europese oorlog aan.

5 mei 1945[bewerken]

Op 5 mei 1945 gaf Dönitz opdracht aan alle onderzeeërs om hun offensieve operaties te beëindigen en naar hun bases terug te keren. Om 14:30 uur gaf generaal Hermann Foertsch alle strijdkrachten tussen de Boheemse bergen en de tivier de Boven Inn rivier over aan de Amerikaanse generaal Jacob L. Devers, commandant van de zesde Amerikaanse legergroep. Om 16:00 uur gaf Johannes Blaskowitz, de Duitse hoofd-commandant in Nederland zich over aan de Canadese generaal Charles Foulkes, in Wageningen, in aanwezigheid van Prins Bernhard (als Nederlands hoofdcommandant de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten vertegenwoordigend).

6 mei 1945[bewerken]

Graf van een onbekende Duitse soldaat, Unkel bij Remagen

Op 6 mei 1945 om 18:00 uur gaf generaal Hermann Niehoff, commandant van Breslau (een gefortificeerde stad omringd door bergen en maandenlang belegerd) zich over aan de Sovjets. Generaal Alfred Jodl kwam een half uur later te Reims (Frankrijk) aan en bood, instructies van Dönitz opvolgend, alle nog bewapende strijdkrachten aan voor overgave aan de westelijke geallieerden. Dit was precies dezelfde onderhandelingspositie die Von Friedburg innam richting Montgomery en, evenals Montgomery, dreigde de opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten, generaal Dwight D. Eisenhower, alle onderhandelingen te verbreken, tenzij de Duitsers instemden met een complete onvoorwaardelijke overgave. Jodl stuurde een bericht naar Dönitz, die als nieuwe president zetel hield in Flensburg, hem informerend over Eisenhowers standpunt. Kort na middernacht, stuurde Dönitz, berustend in het onvermijdelijke, een bericht naar Jodl met opdracht tot de volledige en totale overgave van alle Duitse strijdkrachten.

7 mei 1945[bewerken]

Wilhelm Keitel tekent de Duitse capitulatie aan de Sovjet-Unie in het hoofdkwartier van het Rode leger in Berlijn.

Om 02:41 uur in de ochtend van 7 mei 1945 tekende generaal Alfred Jodl in Reims de documenten voor onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse strijdkrachten aan de geallieerden. Het bevatte de frase: "Alle strijdkrachten onder Duits gezag staken hun actieve operaties om 23:01 uur centraal Europese tijd op 8 mei 1945." De volgende dag, kort voor middernacht, tekenden Duitse vertegenwoordigers onder aanvoering van generaal Wilhelm Keitel in Berlijn een gelijksoortig document, expliciet capitulerend aan de Sovjet strijdkrachten in aanwezigheid van generaal Georgi Zjoekov. Nieuws van de overgave bereikte de media in het Westen op 8 mei 1945 en er ontsprongen spontane feesten door geheel Europa. In de Verenigde Staten werden de Amerikanen wakker met het nieuws van de vorige dag en verklaarden zij 8 mei tot V-E-dag. Omdat de Sovjet-Unie ten oosten van Duitsland lag, duurde het tot 9 mei 1945 lokale tijd in Moskou totdat de Duitse militaire overgave officieel een feit was, waardoor Rusland en veel andere Europese landen ten oosten van Duitsland hun dag van overwinning vieren op 9 mei.

20 mei 1945[bewerken]

Ook de nog altijd voortdurende gevechten op het Waddeneiland Texel werden gestaakt toen bij de aankomst van Canadese militairen op het eiland de Opstand van de Georgiërs tegen de op het eiland gelegerde Duitse militairen werd beëindigd. Hiermee kwam definitief een einde aan alle gevechtshandelingen in Europa.

23 mei 1945[bewerken]

Karl Dönitz bleef optreden als staatshoofd, maar zijn Flensburgregering werd niet erkend door de geallieerde mogendheden en werd opgeheven toen haar leden gevangengenomen en gearresteerd werden door Britse strijdkrachten op 23 mei 1945. De geallieerden hadden het probleem dat men zich realiseerde dat, alhoewel de Duitse strijdkrachten zich onvoorwaardelijk hadden overgegeven, SHAEF (commandando van het Geallieerde Opperbevel) verzaakt had het juiste document te gebruiken dat opgesteld was door de Europese Advies Commissie en dit niet door een Duitse burgerregering was ondertekend. Dit werd als een zeer essentieel onderdeel beschouwd, omdat de geallieerden niet een toekomstig vijandig Duits regime een juridisch argument wilden geven om een oude vete te doen herleven, net zoals ooit de burgerlijke, maar niet militaire, overgave van 1918 door Hitler gebruikt werd om zijn dolkstoot in de rug-argument te maken. Uiteindelijk besloten zij om Dönitz niet te erkennen en een document van vier machten te ondertekenen (daarmee de Geallieerde Gezagsraad scheppend), welke het volgende inhield:

"De regeringen van de Verenigde Staten van Amerika, de Unie van de Socialistische Sovjet Republieken en het Verenigd Koninkrijk en de provisorische regering van de Franse republiek nemen hierbij volledige autoriteit over Duitsland, inclusief alle macht behorende bij de Duitse Regering, het Opperbevel en ieder vorm van bestuur of autoriteit, wereldlijk of lokaal. Het aannemen van genoemde autoriteit en macht, voor de doelen zoals hierboven gesteld, is niet van invloed op de annexatie van Duitsland." [Uit: Staatsdepartement van de V.S., Series van Verdragen en andere internationale Akten, No. 1520]

5 juli 1945[bewerken]

Op 5 juli 1945 tekenden de vier grootmachten het document in Berlijn en de de facto werd de de jure (wat op papier stond werd wet). Tijdens de Conferentie van Potsdam in juli/augustus 1945 bedachten de geallieerden plannen voor een nieuwe naoorlogse Duitse regering, heroverlegden territoriale afzettingen ten gevolge van de oorlog, droegen op tot demilitarisatie van Duitsland en denazificering en maakten afspraken voor herstel na de oorlog.

4 september 1945[bewerken]

Op 4 september 1945 gaf te Spitsbergen de Duitse commandant Wilhelm Dege zich over aan de kapitein van het Noorse robbenjachtschip Blaasel. Bij de capitulatie van mei 1945 waren de troepen op Spitsbergen vergeten en bleven zij weerberichten zenden naar het niet meer opererende Duitse opperbevel. Nadat zij ook de golflengten van de geallieerden gingen gebruiken werden ze opgemerkt. Met de capitulatie van Spitsbergen werd de Tweede Wereldoorlog definitief afgesloten.

15 maart 1991[bewerken]

Op 15 maart 1991 hadden de vier grootmachten (Frankrijk, UK, VS en USSR) en Duitsland het ondertekende document met betrekking tot de vrede met Duitsland en de soevereiniteit van Duitsland allemaal in bezit. Daardoor ging het dus ook van kracht en was de vrede met deze spelers uiteindelijk een feit. De naam van dit verdrag is Verdrag inzake de afsluitende regeling met betrekking tot Duitsland (Vertrag über die abschließende Regelung in Bezug auf Deutschland) of ook het Twee-plus-Vier-Verdrag.

16 januari 1992[bewerken]

Op 16 januari 1992 werden de verdragen deutsch-polnische Grenzvertrag[1] en deutsch-polnische Nachbarschaftsvertrag[2] van kracht. Deze beide verdragen regelen de wat de grens tussen Polen en Duitsland is en het vreedzaam samen bestaan van beide landen. Na het in werking treden van deze verdragen waren alle conflicten ontstaan door nazi-Duitsland vreedzaam opgelost.

Concentratiekampen en vluchtelingen[bewerken]

In de laatste maanden van de oorlog en direct na het einde ervan bevrijdden geallieerde soldaten een aantal concentratiekampen en andere locaties die door de nazi's gebruikt werden om een geschatte tien miljoen mensen op te sluiten en te vernietigen. De grootste groep in dit aantal vormden Joden (ongeveer de helft volgens de verhoren tijdens de processen van Neurenberg), maar ook zigeuners, Slaven, homoseksuelen en variërende minderheden en minderbedeelden, alsook verzetsstrijders en politieke vijanden van het naziregime (vooral communisten) behoorden tot de overigen. Het bekendst van deze kampen is het vernietigingskamp Auschwitz waarin ongeveer twee miljoen gevangenen zijn vermoord. De volkerenmoord door de nazi's, ofwel de Holocaust, werd vermoed op grond van vele aanwijzingen maar de grote schaal waarop en de vorm waarin ze was uitgevoerd, was voor de Geallieerden en Sovjets toch verbijsterend.

In totaal bevonden zich er aan het einde van de oorlog tussen de 6,5 en 12 miljoen burgers buiten hun landsgrenzen. Daarnaast werden 9 miljoen Duitse staatsburgers, nadat hun woongebieden door de Sovjet-Unie en Polen waren geannexeerd, als vreemdelingen gekwalificeerd en uitgewezen. De repatriëring van deze Displaced Persons is een proces dat lang in beslag heeft genomen; de meeste ex-concentratiekampbewoners en dwangarbeiders uit Noord-, West, en Zuid-Europa waren in september 1945 al weer terug in hun land van herkomst, maar veel ontheemden uit Oost-Europa zijn tot het begin van de jaren '50 in Displaced Persons-kampen gebleven. Een buiten Duitsland minder bekende verschrikking is die van de miljoenen Duitse vluchtelingen die tijdens en na de oorlog op de vlucht sloegen voor het Rode leger. Vele duizenden Duitse burgers stierven door uitputting, verhongering en door de kou terwijl zij naar het Westen vluchtten. Vluchtelingen vervoerende schepen in de Oostzee werden door Sovjet-onderzeeërs getorpedeerd. Veel burgers die in handen van de Sovjets vielen omdat ze niet op tijd hadden kunnen vluchten, werden geïnterneerd, vermoord, vernederd, en anderhalf miljoen vrouwen werden verkracht. Duitsers die voor de oorlog in Oost-Europa woonden, in grote enclaves met name in Joegoslavië, Hongarije en Roemenië, en langs de Duitse grenzen - Sudetenland - in het hedendaagse Tsjechië, moesten huis en haard verlaten en werden voor zover ze al niet gevlucht waren, naar het Westen uitgewezen. Na de oorlog werden de drie oostelijkste Duitse provincies geannexeerd, Oost-Pruisen door de Sovjet-Unie en Polen, en Pommeren en Silezië door Polen. Deze verdreven bewoners van voormalig Duitse gebieden moesten nu gehuisvest worden in het westen van Duitsland, voorlopig in opvangkampen totdat na enkele jaren nieuwe woonwijken konden worden gebouwd. Zie Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog.

Ook de bondgenoten van Duitsland moesten het ontgelden. In mei en juni 1945 werden tienduizenden vluchtelingen uit Joegoslavië, de Sovjet-Unie en Hongarije, waaronder vooral Sloveense en Kroatische nationale milities, geïnterneerd in Oostenrijk en overgedragen aan de Sovjets en Joegoslaven. Deze executeerden velen van hen geëxecuteerd (een voorbeeld is het bloedbad van Bleiburg). Ook het verslagen Finland en het neutrale Zweden werden onder druk gezet om Baltische vluchtelingen uit te wijzen. Op Texel geïnterneerde Georgische Sovjet-krijgsgevangen werden eveneens uitgeleverd aan de Sovjet-Unie, waar ze ondanks hun opstand tegen de Duitse kampleiding een strenge bestraffing hebben gekregen, zoals ook de andere Russische soldaten in Duitse krijgsgevangenschap. Vele burgers werden tijdens en na de bevrijding van de Midden-Europese staten door de Sovjets vermoord, of als dwangarbeiders gevorderd, met name betrof dat laatste vele tienduizenden Volksduitsers. Ook enkele honderdduizenden krijgsgevangenen genomen Duitse, Hongaarse, Roemeense, Kroatische en Slowaakse dienstplichtigen, die aan het oostfront aan Duitse zijde hadden moeten vechten en milities, die dat vrijwillig hadden gedaan, werden geïnterneerd en ingezet voor dwangarbeid om de oorlogsschade te helpen herstellen. Overigens werden door Duitsland als krijgsgevangenen geïnterneerde Sovjet-soldaten niet alleen bevrijd maar onmiddellijk ook in hechtenis genomen omdat hun verboden was zich krijgsgevangen te laten maken. Velen van hen zouden in de kampen omkomen en de overlevenden keerden pas in de jaren '50 terug naar huis in de Sovjet-Unie of in hun land van herkomst. De hogere officieren kregen lange gevangenisstraffen of de doodstraf, en met name Oekraïners, Russen en Balten die zich vrijwillig in Duitse dienst hadden begeven, kregen als landverraders de doodstraf of een zwaar kampgeregime. Joegoslavië bestrafte op gelijke wijze de fascistische Kroatische en Bosnische milities die aan Duitse zijde hadden gevochten en de monarchistische Servische tsjetniks die zich tegen de Tito-partizanen hadden gekeerd.

Verdeling[bewerken]

De bezettingszones in 1945

In mei 1945 waren de Amerikaanse en Britse troepen opgerukt naar gebieden tot (ver) achter de demarcatielijn die was afgesproken op de conferentie van Jalta. Dit had mede te maken met het feit dat de Duitsers zich heftig tegen de Russen verzetten, maar tegenover de westelijke geallieerden relatief weinig weerstand boden. Zo waren steden als Maagdenburg en Leipzig door de Amerikanen bezet, alsmede geheel Thüringen. Uiteindelijk trokken in juli 1945 de Britse en Amerikaanse troepen terug achter de demarcatielijn. President Harry S. Truman stond erop dat de geallieerden zich aan hun afspraak met Stalin hielden, premier Winston Churchill was tegen maar ging schoorvoetend akkoord. Het betekende voor de Duitse bevolking in deze gebieden dat de naar verhouding coulante Amerikanen vertrokken en de troepen van de minder coulante Sovjet-Unie alsnog het gebied binnentrokken. Dit werd ervaren als een bittere pil. Opgemerkt dient te worden dat Stalin de Westelijke geallieerden waarschijnlijk geen toegang zou hebben gegeven tot Berlijn als zij zich niet aan de afspraak van Jalta zouden hebben gehouden.

Het voormalige Derde Rijk werd verdeeld zoals eerder door de geallieerden overeengekomen. De Duitse provincie Oost-Pruisen werd verdeeld tussen Polen en de Sovjet-Unie. De andere Duitse provincies ten oosten van de rivieren Oder en Lausitzer Neisse werden toebedeeld aan Polen, dat zelf omvangrijke gebieden in het oosten moest afstaan aan de Sovjet-Unie. Deze herindeling resulteerde in de hardhandige verdrijving van de etnische Duitsers uit deze oostelijke gebieden, leidend tot negen miljoen verdrevenen en tussen de 300.000 en 2,5 miljoen Duitse burgerslachtoffers (voor de duidelijkheid: deze slachtoffers vielen dus na het eind van de oorlog in mei, 1945). Het nieuwe, overgebleven Duitsland (het gebied dat tegenwoordig Duits grondgebied is), exclusief Berlijn, werd verdeeld in vier militair bezette zones: Amerikaans, Brits, Frans en Sovjet.

Terwijl de spanningen opliepen in wat later bekend zou worden als de Koude Oorlog, werden de zones, gecontroleerd door de westerse geallieerden (de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk), in 1949 verenigd om de Federale Duitse Republiek (in het Duits Bundesrepublik Deutschland, algemeen bekend als West-Duitsland) te vormen om de Sovjet-Unie uit te sluiten. Als antwoord daarop werd de Sovjet-zone later dat jaar de Deutsche Demokratische Republik, buiten Duitsland algemeen bekend als "Oost-Duitsland".

Oostenrijk, dat een deel van het Derde Rijk was geworden in 1938 (zie Anschluss), werd herschapen en verdeeld op eenzelfde manier. In 1955 tekende Oostenrijk het Verdrag van de Oostenrijkse Staat en werd het land een volledig onafhankelijke soevereine republiek, onder de voorwaarde in de toekomst geheel neutraal te blijven.

Het zogenaamde Sudetenland kwam opnieuw onder Tsjecho-Slowakije en werd tot 1949 van Duitsers etnisch gezuiverd en herbevolkt met Tsjechen en zigeuners. De Tsjecho-Slowaakse regering vaardigde specifieke wetgeving uit ter onteigening van de bezittingen van Sudeten-Duitsers en hun verdrijving: de Benes-decreten. Slechts zij die deels van Tsjechische afstamming waren of aantoonbaar verzet hadden gepleegd mochten blijven. Veelal vertrokken de etnische Duitsers vrijwillig uit de gebieden buiten Duitsland, geïntimideerd door de lokale bevolking.

Het Saarland kwam onder Franse heerschappij, welke echter tijdelijk bleek te zijn.

Berlijn, ook verdeeld in vier zones, bleef onder militaire bezetting van formele aard tot 12 september 1990, toen het 'Verdrag inzake de afsluitende regeling met betrekking tot Duitsland' werd getekend door de vier grootmachten en de twee Duitse regeringen. Dit was het laatste vredesverdrag en het herstel van de Duitse soevereiniteit. Deze liet op zijn beurt de Duitse Hereniging plaatsvinden op 3 oktober 1990, en het herenigde land werd weer volledig soeverein op 15 maart 1991. De Bondsrepubliek Duitsland tekende hetzelfde jaar een apart verdrag met Polen waarin de Oder-Neissegrens - oorspronkelijk provisorisch van aard en tot dan toe omstreden - bevestigd werd als de officiële grens tussen de twee landen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties