Ekofisk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ekofisk
Ekofisk
Ekofisk
Algemene gegevens
Land Noorwegen
Regio Centrale Noordzee
Coördinaten 56° 32′ NB, 3° 12′ OL
Blok(ken) 2/4, 2/7
Olie/ gas Olie en gas
On-/offshore Offshore
Operator ConocoPhillips
Concessiehouders Total E&P Norge 39,9%
ConocoPhillips 35,11%
Eni Norge 12,39%
Statoil 7,6%
Petoro 5%
Producerende formaties Laat-Krijt tot Paleoceen krijtgesteente (Krijtkalk Groep)
Reservoirdiepte 2900 - 3250 meter
Geschiedenis
Ontdekking December 1969
Begin productie Ekofisk 15 juni 1971,
Eldfisk 1979,
Embla 1993
Olieproductie
Huidige productie 127.000 vaten per dag (geschat 2012)
Aanvangreserves 563,3 miljoen Sm³
Huidige reserves 117,5 miljoen Sm³ (31-12-2013)
Gasproductie
Huidige productie 1,29 miljard Sm³
Aanvangreserves 161,6 miljard Sm³
Huidige reserves 19,1 miljard Sm³ (31-12-2013)
Platforms/ installaties
Platforms Ekofisk-complex: Ekofisk 2/4 J, Ekofisk 2/4 X, Ekofisk 2/4 M, Ekofisk 2/4 H, Ekofisk 2/4 C, Ekofisk 2/4 Q, Ekofisk 2/4 FTP
Ekofisk 2/4 K-B
Ekofisk 2/4 VA
Ekofisk 2/4 A
Waterdiepte 70 - 80 meter
Het Ekofisk-complex. Het deel links is nog in gebruik. Rechts de buiten gebruik zijnde tank en enkele jackets die verwijderd zijn of worden.
Het Ekofisk-complex. Het deel links is nog in gebruik. Rechts de buiten gebruik zijnde tank en enkele jackets die verwijderd zijn of worden.
Het Eko 2/4R jacket na neerzetten door het kraanschip Thialf op de bak H-627 bij Mekjarvik.
Het Eko 2/4R jacket na neerzetten door het kraanschip Thialf op de bak H-627 bij Mekjarvik.

Ekofisk is een olieveld dat gelegen is in het Noorse gedeelte van de Noordzee. Het reservoir werd samen met de olievelden Montrose en Forties in 1969 aangeboord en is nog steeds een van de grootste oliereservoirs in de Noordzee. De commerciële uitbating begon in 1971 na de bouw van een aantal boorplatforms door het bedrijf Phillips Petroleum. Door de enorme voorraad van het reservoir is productie gepland tot minstens 2050, afgezien van mogelijke toekomstige economische ontwikkelingen.
Het complex meet meerdere platforms, is ongeveer een kilometer lang en weegt circa 30.000 ton.

Ontdekking[bewerken]

De Suezcrisis van 1956 maakte de kwetsbaarheid voor olie vanuit het Midden-Oosten zichtbaar.[1] Oliemaatschappijen gingen wereldwijd op zoek naar alternatieve bronnen. In 1959 was in Nederland het grote aardgasveld van Slochteren aangeboord en de geologische structuur van het veld liep door onder de Noordzee. In 1962 was een topbestuurder van Phillips Petroleum in Groningen op vakantie en zag de boortorens op het land.[1] Terug in Bartlesville werd nader onderzoek gedaan.[1]

In oktober 1962, verzocht Philips Petroleum de Noorse autoriteiten naar olie te mogen boren in het continentaal plat voor de Noorse kust.[2] Het bedrijf was bereid $160.000 per maand te betalen voor dit recht.[2] De Noorse regering zag dit als een poging exclusieve rechten voor het hele gebied te verwerven en sloeg het aanbod van Phillips af. In mei 1963 werd in een wet vastgelegd dat de Staat eigenaar was van alle grondstoffen in de grond van het Noorse continentaal plat. Alleen de regering kon vergunningen verlenen voor de exploratie en productie.[2] Overigens werd pas in 1965 de grenzen van het Noorse deel vastgelegd in overeenkomsten met Denemarken en het Verenigd Koninkrijk.[2] De eerste licentieronde werd aangekondigd op 13 april 1965 en 22 vergunningen werden verstrekt voor 78 blokken.[2]

In 1969 waren de behaalde resultaten teleurstellend, geen enkel olieveld van voldoende omvang was aangetroffen. Phillips besloot te stoppen, maar beschikte nog over een booreiland, de Ocean Viking, en liet deze een laatste boring uitvoeren voor het huurcontract afliep. In november 1969 boorde het olie aan van hoge kwaliteit in blok 2/4 in het Ekofisk-veld aan de Noorse zijde van de zeegrens.[1]

Reservoir[bewerken]

Het Ekofisk-veld produceert uit paleocene krijtgesteente-afzettingen. Door de lage permeabiliteit en het feit dat het een olieveld is, zijn er veel injectieputten nodig. Anno 2006 was het aantal productie- en injectieputten 236.

Ekofisk was het grootste olie- en gasveld op het Noorse continentaal plat en werd pas ingehaald door de ontdekking van het Troll veld in 1979.[3] Bij de start van de productie had Ekofisk geschatte olie- en gasreserves van in totaal 753 miljoen Sm³.[3] Statfjord, het op een na grootste veld, had reserves van 700 miljoen Sm³ en de aanvangreserves voor Troll zijn getaxeerd op 1756 miljoen Sm³.[3] Op 31 december 2013 werden de resterende reserves in het Ekofisk-veld geschat op 140 miljoen Sm³.[3]

Ekofisk B blow-out[bewerken]

Op 22 april 1977 vond er een ongeluk plaats op het Ekofisk B-platfrom.[4] Bij het verwijderen van de boorbuis kwam er olie naar boven. De medewerkers werden geëvacueerd met reddingsboten en opgepikt door een bevoorradingsschip. De oliestroom werd getaxeerd op 28.000 vaten per dag en tot het gat werd gedicht was ruim 200.000 vaten olie uit de bron gekomen.[4] Tot zo’n 40% van alle olie was verdampt en de rest, tussen de 80.000 en 126.000 vaten, was in zee terecht gekomen. De bron werd afgedekt na zeven dagen op 30 april 1977.[4] Het officiële onderzoek naar de blow-out concludeerde dat de oorzaak een menselijke fout was en het falen van een verkeerd geïnstalleerde veiligheidsklep. Het was de eerste grote Noordzee olieramp al kwam nergens olie aan de kust. Dat er geen doden en gewonden zijn gevallen was vooral te danken aan het feit dat de olie niet in brand is gevlogen.[4]

Verhoging platforms[bewerken]

Sinds de start van de productie in 1971 waren de platforms meer dan vier meter gezakt.[5] De zeebodem bestaat uit krijtgesteente en dit zakt in wanneer er olie wordt geproduceerd.[5] De overige velden in de Noordzee staan veelal op een steviger ondergrond van kalksteen wat dit probleem minder kent. Het dek van de Ekofisk-platforms kwam daarmee te dicht bij de zee en de bemanning en installaties liepen gevaar bij zware stormen. In 1987 werden de zes onderling verbonden platforms omhooggebracht.[5] Enorme hydraulische cilinders werden aan de beide zijden van de 40 stalen pijlers van het frame geplaatst. De cilinders namen het gewicht van de platforms over en de poten werden doorgesneden. Nadat alle poten waren doorgesneden werden de platforms gelijktijdig 6,5 meter opgetild. Stalen tussenstukken werden geplaatst tussen platform en poten. De cilinders zakten en werden verwijderd. Ekofisk stond 6 meter hoger. De kosten van deze operatie bedroegen $600 miljoen (ruim een miljard gulden).[5]

Ekofisk Cessation Project[bewerken]

Met het in gebruik nemen van Ekofisk-II werden oudere platforms buiten gebruik gesteld. Het verwijderen hiervan vindt plaats gedurende een periode van een aantal jaren.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d (en) The Prize, Daniel Yergin, p. 668-669, Uitgeverij Simon & Schuster, New York, 1992, ISBN 0 671 79932 0
  2. a b c d e (en) Facts The Norwegian Petroleum Sector 2014, p. 10, geraadpleegd op 30 juli 2014
  3. a b c d Facts The Norwegian Petroleum Sector 2014, Table 2.3, p. 69-70, geraadpleegd op 30 juli 2014
  4. a b c d (en) Oil Rig Disasters Ekofisk Bravo, geraadpleegd op 27 juli 2014
  5. a b c d (en) New York Times Jack-Up Project Saves Sinking North Sea Rigs, 19 augustus 1987, geraadpleegd op 27 juli 2014