Eksel
|
|
|||
|
|
|||
| Provincie | |||
| Gemeente | Hechtel-Eksel | ||
| Coördinaten | 51°09'N 5°23'E | ||
|
|
|||
| Postcode | 3941 | ||
| Netnummer | 011 | ||
|
|||
Niet te verwarren met het Gelderse dorp Exel, dat vroeger als Eksel werd gespeld.
Eksel (vroegere spelling: Exel) is een deelgemeente van de gemeente Hechtel-Eksel in de Limburgse Kempen in België.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
Mogelijk liep de Romeinse Heirbaan Tongeren-Duurstede door Eksel. De straatnaam 'Heerstraat' herinnert hier mogelijk aan.
Van de vroeg-middeleeuwse (5de-8ste eeuw) Frankische landname bleven talrijke sporen in het landschap bewaard. Het Ekselse gehucht Hoksent of Hoxent aan de Dommel was oorspronkelijk een Frankische nederzetting. Deze oude landbouwlandschappen op plaggenbodems worden gekenmerkt door grote rechthoekige historisch stabiele percelen, met lengteas loodrecht op de straat. Op regelmatige afstand komen er plaatselijk langs de straat, oude rijhoeven voor met lengteas eveneens loodrecht op de weg. Eveneens een typisch Kempens landschapselement zijn de houtwallen als perceelsscheiding. Omgrachte schansen werden tijdens de middeleeuwen aangelegd ter beveiliging van de bevolking van de omliggende dorpen en gehuchten. Op het grondgebied van Eksel zijn nog steeds de overblijfselen van een dergelijke schans te bezichtigen.
De eerste vermelding van Eksel in geschiedkundige documenten dateert uit 700 toen de Heilige Lambertus en later Sint Willibrordus heel de Kempen bekeerden tot het Christelijk geloof. Van die tijd dateert ook de oud gekende benaming Ochinsala, de basisbenaming van het gehucht Hoksent aan de rivier de Dommel. Met Ochinsala wordt vermoedelijk bedoeld 'de woonplaats van Oko' (J. Mansion), hoewel anderen denken dat de etymologie teruggaat op 'agnis + lauha' (ekster + bosje op hoge zandgrond) (Gemeentekrediet). Op 27 juli 710 schonk de non Berthilindis al haar goederen, gelegen in het Hoksent, aan de H. Willibrordus die er een kapel bouwde. Mogelijk[1] stond er eerder op deze locatie een heidens heiligdom. Deze van oorsprong houten kapel zou het oudste kerkgebouw zijn geweest van Zonhoven tot Bergeyk (nu in Nederland). Omdat deze goederen werden overgemaakt aan de abdij van Echternach werd de kapel geen parochiekerk. De abdij van Sint-Truiden bezat sinds de 8e eeuw veel uitgestrekter goederen onder de heerlijkheid Ochinsala, waar nu het hedendaagse centrum van Eksel ligt.
In de 11e eeuw wordt Eksel vermeld als Ekinsala, in 1153 als Hecsele. Later behoort Eksel toe aan het graafschap Loon, daarna aan het prinsbisdom van Luik.
In het gehucht de Winner op de grens met Overpelt vestigde de in 1121 gestichte abdij van Floreffe in 1145 een uitgestrekte landbouwkolonie op gronden die door schenking waren verkregen. Na de ontginning werd het domein uitgebaat door werkbroeders onder leiding van een magister curiae (priester-rentmeester). De kolonie wordt in 12de-eeuwe bronnen omschreven als ville cuiusdam deserte, Escele nomine (1155), minoris Exele (1161), curtem de Exele (1179).[2]
In 1218 gaf abt Christiaan van de abdij van Sint-Truiden aan de heer van Eksel toestemming om een watermolen op te richten op de Dommel in het gehucht Hoksent. Arnold IV van Loon verkocht deze molen in 1259 aan de abdij van Floreffe, samen met de Bemvoortse Molen en de Wedelse Molen. De abdij van Floreffe behield de molen in bezit tot het einde van de 18de eeuw. Deze Kleine Molen ligt nu op het grondgebied van buurgemeente Overpelt.
Op 16 juni 1725 werd op de heide aan de grens nabij Ham Leyn Wecks, de laatste, uit Eksel afkomstige 'heks' van Limburg, gewurgd en verbrand. Wecks was de dochter van de ongehuwde Anna Cuypers[3]. In de legende leeft Leyn Wecks voort als de putheks van Heusden-Zolder. Het Suske en Wiske-album De mysterieuze mijn uit 1990 is hier gedeeltelijk op gebaseerd.
Vanaf 1762 maakten de Bokkenrijders de Kempen en ook Eksel onveilig. Deze bende leefde van diefstal, chantage door middel van brandbrieven en brandstichting. De bende werd bestreden met een ongemeen bloedige repressie, vooral in het noorden van Limburg, waar Drossaard Joannes Mathias Clerx (1759 - 1840) uit Overpelt, Luitenant-Drossaerd van het ambt Stokkem, meer mensen liet berechten dan er ooit Bokkerijders waren geweest (een vijfhonderdtal in totaal). Clercx woonde op het domein Hobos, op de grens tussen Eksel en het Overpeltse gehucht Lindelhoeven. Het domein bestaat nog altijd en de omgeving werd in 2000 beschermd als landschap[4]. In de bronnen wordt hij soms aangeduid als Drossaerd Clercx van Eeksel.
Dezelfde Clercx nam tijdens de Franse Revolutie de leiding op zich van het plattelandsverzet tegen de sansculotten.
In 1868 werd in Eksel een spoorweghalte geopend op de Spoorlijn 18 Winterslag - Eindhoven die in dienst bleef tot 1957. Het stationsgebouw werd in 1967 afgebroken. Goederentransport werd wel nog tot in 1986 uitgevoerd. Op 5 januari 1986 reed de laatste trein tussen Houthalen en Eksel. De sporen werden in 1988 opgebroken. Op de overgebleven spoorwegbedding werd een fietspad aangelegd. In het kader van het Spartacusplan van De Lijn en de NMBS wordt spoorlijn 18 mogelijk in 2014 heropend.
In 1977 fusioneerde Eksel met buurgemeente Hechtel tot Hechtel-Eksel. De wijk Kloosterbos van buurgemeente Overpelt werd toegevoegd aan het grondgebied van Eksel. Het oude wapenschild van Eksel wordt het wapenschild van de fusiegemeente[5]. Het wapenschild werd toegekend op 23 oktober 1905 en is gebaseerd op het gemeentezegel van 1625.
In 1985 werd de Nederlands-Belgische speelfilm Wildschut naar het boek van Felix Thijssen gedeeltelijk gefilmd in Eksel.
[bewerken] Bezienswaardigheden
- De laat-gotische Sint-Trudokerk is opgetrokken in Maaslandse stijl. Ze wordt voor het eerst vermeld in 1178. De middenbeuk, met afwisselende lagen baksteen en mergelsteen, dateert van het einde van de vijftiende eeuw. De kruisbeuk en de zijbeuken dateren van circa 1517. De oude kerkingang bevindt zich aan de zuidzijde. In 1905 werd de kerk vergroot met drie westelijke traveeën door architect H. Martens uit Stevoort. De nieuwe toren werd naast de kerk geplaatst. Sinds 1936 is de kerk beschermd monument[6][7].
- de Stermolen in de Windmolenstraat is een staakmolen die in 1901 werd opgericht door molenaar Eugène Bleukx-Driesen (tevens molenaar te Wijchmaal, vandaag een deelgemeente van het nabijgelegen Peer). De molen werd aangekocht in Henegouwen. Over de plaats waar de molen voorheen stond heeft men geen enkele zekerheid. Sinds 1973 is de molen een beschermd monument[8]. In 1977 werd de gemeente er eigenaar van. Op afspraak is de molen in werking te bezichtigen[9][10].
- de Sint-Antonius kapel in het gehucht Hoksent is toegewijd aan Sint-Antonius van Egypte (naamdag 17 januari), ook wel Sint-Antonis met het varken genoemd, patroonheilige ter bescherming tegen de pest. Daarnaast is ze ook toegewijd aan Onze Lieve Vrouw van Zeven Weeën. Van de Hoksent kapel is voor het eerst sprake in het jaar 710, als een non al haar goederen schenkt aan de Heilige Willibrordus, een Ierse Missionaris die hier is verzeild geraakt en de heideboertjes die hier in een vijftal schamele hutten (het gehucht Hoksent) wonen, komt bekeren en een houten kapel opricht. De huidige gotische kapel dateert uit begin 17de eeuw. In de 18de eeuw werd het portaal bijgevoegd. In 1956-1957 werd de kapel gerestaureerd. In het interieur zien we een renaissance-altaar van 1716 en een houten apostelbalk uit de 15de eeuw. Buiten is de kapel omzoomd door acht lindebomen rond een oud kerkhof. Zowel de kapel als de omgeving zijn sinds 1951 beschermd[11]. Na een diefstal van een Mariabeeld in 1977 werden de apostelbeelden in veiligheid gebracht. In 2006 werden de beelden op hun oorspronkelijk locatie teruggeplaatst. Mechanische en elektronische beveiligingen voor een totale kostprijs van 24.235,91 euro[12] moeten diefstal en vandalisme verhinderen[13].
- Het typische landschap rond de Dommel en Bolisserbeek (watering de Dommelvallei) tussen Eksel, Wijchmaal, Peer en Kleine-Brogel werd in 1987 beschermd[14][15].
- Hoeve Hobos en omgeving werd in 2000 beschermd[16] en ligt gedeeltelijk op het grondgebied van Eksel en gedeeltelijk op dat van Overpelt (Lindelhoeven). Het is 200 hectare groot.
- Het Provinciaal Natuurcentrum Pijnven strekt zich uit op het grondgebied van Hechtel-Eksel, Lommel en Overpelt en behoort tot Bosland, het grootste bos van Vlaanderen. Het is 1012 hectare groot en was eertijds een winningsgebied voor hout voor de Limburgse steenkoolmijnen. In de Kiefhoeksstraat in Eksel ligt het Bosmuseum Pijnven, van waaruit diverse wandelingen en fietstochten vertrekken (onder andere naar de zogenaamde IJzeren Paal, een oude grenspaal). Het museum is geopend op zondagnamiddag. De tentoonstelling geeft een beeld van de flora en de fauna van de Kempen. De nadruk ligt op het bos als levensgemeenschap en op de principes van de bosbouw. Er is eveneens een collectie houtsoorten te bezichtigen.
- Raadpleeg ook de lijst van het onroerend erfgoed in Hechtel-Eksel.
[bewerken] Geboren
- Joannes Mathias Clerx (4 december 1759), landdrost of drossaart
- Ludo Schildermans (9 september 1961), schrijver
- Dries Wuytens (18 maart 1991), voetballer
- Stijn Wuytens (8 oktober 1989), voetballer
[bewerken] Voetnoten
- ↑ Leylijnen & Wichelroede - Kapellen
- ↑ Bussels, Dr. M (april 1948). "Het Oude Land van Loon", jaargang III-afl. 4.
- ↑ Fernand Vanhemelryck, Het gevecht met de duivel. Heksen in Vlaanderen. Leuven: Davidsfonds)
- ↑ Landschapsatlas Vlaanderen
- ↑ Afbeelding wapenschild
- ↑ Erfgoed.net
- ↑ Meer informatie bij het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed.
- ↑ Erfgoed.net
- ↑ Robert Spelmans schreef een artikel over de geschiedenis van de Stermolen
- ↑ Meer informatie bij het VIOE
- ↑ Erfgoed.net
- ↑ Persbericht Minister Dirk Van Mechelen
- ↑ Meer informatie op de website van Raf Truyens en bij het VIOE
- ↑ Erfgoed.net
- ↑ Vlaamse landschapsatlas
- ↑ Vlaamse landschapsatlas