Eland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het motorfietsmerk met de naam Eland, zie Eland (motorfiets). Voor de plaats in Wisconsin, zie Eland (Wisconsin).
Eland
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
een elandstier
een elandstier
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Artiodactyla (Evenhoevigen)
Familie: Cervidae (Hertachtigen)
Geslacht: Alces
Soort
Alces alces
(Linnaeus, 1758)
Verspreidingsgebied eland
Verspreidingsgebied eland
Afbeeldingen Eland op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Eland op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De eland (Alces alces) is de grootste nog levende hertensoort: hij wordt minstens zo groot als een paard. Het is de enige nog levende soort uit het geslacht Alces.

Beschrijving[bewerken]

De eland is een zeer groot dier met een opmerkelijke snuit. De vacht is ruw en grijsbruin van kleur. De rui valt in de lente. De poten zijn lang, waardoor hij in de diepe sneeuw kan lopen, en zijn grijzig wit. Bij vrouwtjes (koeien) loopt deze kleur over tot bij de staart. Volwassen mannetjes (stieren) hebben een baard en een gewei. Elanden hebben een sterk ontwikkeld reuk- en gehoororgaan. Het zicht is echter beperkt.

De eland heeft een kop-romplengte van 200 tot 290 centimeter. Het vrouwtje is ongeveer 25% kleiner dan het mannetje. Het mannetje heeft een schofthoogte van 180 tot 220 centimeter en een lichaamsgewicht van 320 tot 800 kilogram, het vrouwtje een schoft van 150 tot 170 centimeter en een gewicht van 275 tot 375 kilogram. De staart is vrij klein, en wordt slechts 7 tot 10 centimeter lang. Het gewei kan gemakkelijk een spanwijdte bereiken van 2 meter.

Elandstieren hebben over het algemeen een breed, bladvormig schoffelgewei met korte uitsteeksels, maar er zijn ook individuen met een takvormig stanggewei. Het voorkomen van beide typen is geografisch bepaald: zo hebben stieren in Zuid-Scandinavië vaker een stanggewei en in Noord-Scandinavië vaker een schoffelgewei. Met name grote schoffelgeweien zijn geliefde jachttrofeeën. Het gewei wordt ieder jaar tussen december en maart afgeworpen. In april zal het weer aangroeien, en in augustus of september of oktober wordt de basthuid afgeschuurd.

Voedsel en leefgebied[bewerken]

In de natuurlijke leefomgeving (Noorwegen)

De eland leeft voornamelijk van scheuten en twijgen van bomen als de grove den. Ook eet hij de schors van bomen als wilg en ratelpopulier. 's Zomers bestaat het dieet grotendeels uit grotere kruiden, bladeren en waterplanten, in de herfst eet hij vaker granen. 's Winters eet een eland gemiddeld zo'n tien kilogram aan twijgen en scheuten.

De eland komt voornamelijk voor in naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor meer drassige streken als riviervalleien en meren. De eland is een uitstekende zwemmer en is regelmatig in het water te vinden. 's Winters komt hij in droger gebied voor.

Het verspreidingsgebied van de eland bestaat uit Noord-Amerika en het noordelijke deel van Europa en Azië. In Europa is hij te vinden in Scandinavië, de Baltische staten, Finland, Polen en Rusland. Recentelijk heeft de soort zich ook weer gevestigd in Duitsland. In Noord-Amerika is hij te vinden in het hele bosgebied van Canada en Alaska, in het Noordoosten van de Verenigde Staten en in de Noordelijke Rocky Mountains. Hij kan in bepaalde delen een gevaar vormen voor het verkeer, vooral in de bronsttijd, wanneer ze het agressiefst zijn. In bosrijke gebieden zijn om die reden waarschuwingsborden geplaatst.

In 1910 werden tien elanden vanuit Noord-Amerika geïntroduceerd in het Nationaal park Fiordland in Nieuw-Zeeland. Men nam lange tijd aan dat de dieren zonder nakomelingen stierven. Na meerdere onbevestigde waarnemingen in de loop der jaren, werd in 2002 door middel van haarvondsten aangetoond dat er nog steeds elanden leven in Nieuw-Zeeland, zij het in zeer kleine aantallen.

Sociaal gedrag en voortplanting[bewerken]

Elanden leven over het algemeen solitair. 's Winters kunnen ze zich echter verzamelen in kleine gemengde kudden. Een volwassen vrouwtje is in deze groepen de leider. De meeste elanden zullen niet wegtrekken, maar in Rusland kan het dier wel 150 kilometer reizen van de zomer- naar de wintergebieden. In de bronsttijd trekt een mannetje enkele dagen met een vrouwtje op.

De kalveren worden geboren na een draagtijd van 235 dagen. Jonge vrouwtjes krijgen meestal slechts één kalf, oudere vrouwtjes krijgen vaker tweelingen. Ook drielingen komen voor. Elandvrouwtjes kunnen nog drachtig zijn als ze twintig jaar oud zijn. Het kalf heeft een roodbruine vacht. Na twee tot drie dagen kan het jong zijn moeder volgen.

Het kalf weegt bij de geboorte zo'n 11 tot 16 kilogram. Binnen een maand verdubbelt het zijn lichaamsgewicht. Daarna groeit het één kilogram per dag. Aan het einde van de eerste herfst zal bij het mannetje het eerste gewei gaan groeien.

Het kalf blijft bij zijn moeder tot tien of vijftien dagen voordat de moeder het volgende kalf zal werpen. Dan zal de moeder haar jong wegjagen. De eland wordt over het algemeen in het tweede jaar geslachtsrijp. Hij kan maximaal 27 jaar oud worden.

De eland in Nederland[bewerken]

Vroeger kwam de eland ook in Nederland voor. Volgens een Drentse jachtvergunning zou de eland nog tot in 1025 in Nederland rondgelopen hebben.

De eland is een grote grazer, die gebruikt kan worden voor de begrazing.

In 2008 werd er een eland waargenomen in Duitsland op zo'n 250 kilometer van de Nederlandse grens, in de buurt van Kassel. Dit dier overleed in 2009.[2]

Mens en eland[bewerken]

Vroeger werd er net als op een paard op de eland gereden. De eland had een beter uithoudingsvermogen en het paard was voorbehouden aan de adel. Het berijden van een eland werd strafbaar. Er gebeuren geregeld ongelukken met overstekende elanden op autosnelwegen, vaak met dodelijke gevolgen. Onder andere in Zweden is sprake van grootschalige elandenjacht.

Fotogalerij[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Lardinois, Ruud (2005): Ze komen er aan: de elanden. Nieuwe Wildernis, 2005, nummer 36-37. Dieren. Bladzijden: 27-30. De geleidelijke terugkeer van elanden. Op twee plaatsen hebben zich onafhankelijk van elkaar opnieuw elanden in Duitsland gevestigd. Zij migreerden vanuit Polen, de andere uit het grensgebied tussen Hongarije en Oostenrijk.
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek