Elektrocardiogram

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Ontstaan van het elektrisch veld in het hart en daarmee het principe van het ecg
Ontstaan van het elektrisch veld in het hart en daarmee het principe van het ecg

Een elektrocardiogram of ecg (in Nederland in de volksmond vaak hartfilmpje genaamd) is een registratie van de elektrische activiteit van de hartspier. Een spiercel trekt samen onder invloed van natrium-, kalium- en calciumionen die door de celmembraan heen en weer worden getransporteerd. Het ladingstransport en de elektrische activiteit gaan vooraf aan de mechanische activiteit.

Het aan de buitenkant van het lichaam afgeleide ecg is een registratie van de resulterende som van al die afzonderlijke potentialen van alle hartspiercellen samen in de tijd. De gemeten elektrische spanning is in de orde van grootte van 1 millivolt, er is dus gevoelige apparatuur nodig; ook moet de patiënt goed stilliggen om de meting niet door de activiteit van andere spieren te storen.

Uit een ecg is veel informatie te krijgen over de werking van de hartspier, met name bij ritmestoornissen. Over de pompwerking van het hart geeft het echter alleen op indirecte wijze informatie. Bij zuurstoftekort van de hartspier zijn ook karakteristieke afwijkingen zichtbaar.

De Nederlandse arts Willem Einthoven heeft een zeer vooraanstaande rol gespeeld bij de ontwikkeling van de elektrocardiografie; het is niet overdreven te zeggen dat hij het ecg eigenlijk als diagnostisch instrument heeft uitgevonden. (Nobelprijs geneeskunde, 1924)

Inhoud

[bewerk] Elementen van het ecg

normaal schematisch ecg, afleiding I
normaal schematisch ecg, afleiding I

Het ecg wordt van links naar rechts gelezen. Een 'groot' hokje (vijf kleine hokjes) komt bij een registratiesnelheid van 25 mm per seconde overeen met 0,2 seconden; een klein hokje is dus 0,04 seconden. Een groot verticaal hokje (10 streepjes, 1 cm) komt overeen met 1 millivolt (mV). Op een ecg staat normaal gesproken een ijkstreep, omdat andere standen van de recorder mogelijk zijn, wat de juiste beoordeling kan verstoren als de beoordelaar zich daarvan niet bewust is.

Een serieus probleem bij het opnemen van een ecg is de meestal aanwezige stoorspanning van het lichtnet, die doorgaans groter is dan de te meten spanningen. Met een verschilversterker kan deze stoorspanning, die over het hele lichaam doorgaans ongeveer gelijk is, weggewerkt worden. Een deel van deze ten opzichte van het zeer laagfrequente ecg-signaal blijft herkenbaar in de 'dikte' van het ecg-signaal tussen de opeenvolgende QRS-complexen en is voor de beoordeling van hartfilmpjes inmiddels bijna onmisbaar, hoewel het met de huidige techniek eenvoudig is om het stoorsignaal helemaal te verwijderen.

Op het ecg zijn als belangrijkste elementen de 'P-golf', het 'QRS-complex' en de 'T-golf' te zien; na de T-golf volgt soms nog een zichtbare 'U-golf'. Zowel de grootte als de tijdsduur van en tussen deze elementen geven informatie, evenals de verschillen tussen metingen gedaan vanuit verschillende richtingen ten opzichte van het hart (afleidingen).

[bewerk] De afzonderlijke toppen

P-golf
De P-golf (het kleine eerste bobbeltje in de basislijn op de illustratie) is het resultaat van de depolarisatie van de hartboezems. Hierna wordt de depolarisatie een poosje opgehouden in de AV-knoop; deze is te klein om op het ecg direct waarneembaar te zijn. Na ongeveer een tiende seconde gaat de depolarisatie verder in het tussenschot (septum) tussen de hartkamers of ventrikels. Hier begint de hartspier van de kamers zelf te ontladen en samen te trekken. De depolarisatie is eerst via het septum naar de punt van het hart toe en daarna er weer vanaf over de kamerwanden, dus de elektrische activiteit poolt in het qrs-complex vaak om.
QRS-complex
De eerste naar beneden gerichte uitslag na de P-top heet q of Q (klein of groot), de tweede positieve uitslag r of R, de negatieve uitslag die daarna eventueel nog volgt heet s of S. Samen vormen deze het QRS-complex. Na de depolarisatie volgt weer een tijd van elektrische rust, waarna de T-top volgt die fysiologisch het gevolg is van het langzame transport van natrium- en kaliumionen om de potentiaal van de hartspiercellen weer te normaliseren, waarna de hartspier klaar is voor een volgende samentrekking. De soms waarneembare U-golf hangt samen met calcium- en magnesiumtransport.
PQ- en ST-segment
Tussen de zo aangeduide elektrische toppen en dalen bevinden zich het PQ-segment en het ST-segment. De PQ-tijd wordt gemeten vanaf het begin van de P-top tot het begin van de Q-top en kan bij hartritmestoornissen en problemen in de AV-knoop veranderd zijn. Bij het ST-segment is juist niet de duur, maar vooral de spanning van belang: is het ST-segment lager gelegen dan de basislijn, dan kan er sprake zijn van 'ischemie': zuurstoftekort van de hartspier; gaat hij juist omhoog, dan kan er een hartinfarct bestaan. Hierop zijn echter wat variaties mogelijk.
tijden
De afzonderlijke fasen van het ecg vallen normaal gesproken binnen bepaalde normen voor het tijdsverloop. Een QRS-complex mag niet langer dan 0,12 seconde duren, de PQ-tijd niet meer dan 0,22 seconde. Bij de beoordeling van de QT-tijd is ook de hartfrequentie van belang.

[bewerk] Afleidingen

Afleidingen van het ecg
Afleidingen van het ecg

De gemeten uitslagen wisselen sterk met de plaats op het lichaam waar de spanning wordt gemeten. Standaard worden elektroden aan de linker- en rechterarm en het linkerbeen bevestigd. Hiermee zijn de volgende afleidingen te maken: (LA = linkerarm etc.)

  • I (LA tov RA)
  • II (RA tov LB)
  • III (LA tov LB)
  • aVR (RA tov gecombineerde LA en LB)
  • aVL (LA tov gecombineerde RA en LB)
  • AVF (LB tov gecombineerde LA en RA)

en de zes precordiale afleidingen: langs een traject op de borstkas worden een zestal contacten gemaakt genaamd V1-V6. De anatomisch correcte plaatsen zijn:

Allerlei criteria voor ecg-beoordeling gaan uit van een correcte plaatsing van de elektroden.

Een ecg dat niet op de juiste wijze is gemaakt, kan niet betrouwbaar gebruikt worden bij de diagnostiek.

Tegenwoordig kan door ambulancepersoneel direct ter plaatse een 12 afleidingen-ecg worden gemaakt. Op basis van de bevindingen wordt de behandeling begonnen.

Het is overigens bij het hart mogelijk dat er wel elektrische activiteit bestaat, maar geen effectieve pompwerking (elektro-mechanische dissociatie). Dit duurt nooit lang, omdat in deze situatie de patiënt na enkele minuten overlijdt als correctie van de situatie niet mogelijk blijkt; het wordt vooral gezien tijdens reanimaties.

[bewerk] Zie ook

[bewerk] Externe links

 
Persoonlijke instellingen