Elihu

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Elihu (Mijn God is hij) is een naam uit de bijbel en heeft betrekking op vijf verschillende personen.

De metgezel van Job[bewerken]

William Blake - De toorn van Elihu (1805)

Elihu is de naam van een van de vier metgezellen die in gesprek waren met Job, nadat Satan hem had beproefd. Hij was de zoon van Baracheël, een Buziet uit het geslacht van Ram.[1]

Of Elihu bij het begin van de discussie aanwezig was, of dat hij later verscheen, is niet bekend.[2] In ieder geval luisterde hij eerst naar de raad die Elifaz[3], Bildad[4] en Zofar[5] aan Job gaf. Elihu was namelijk veel jonger dan de drie andere sprekers.[6] Deze drie sprekers bekritiseerden Job en zeiden dat het Jobs eigen schuld was dat hij nu door God gestraft werd. Pas nadat de drie metgezellen en Job uitgepraat waren, nam Elihu het woord.[7]

Interessant is dat Elihu de enige was die Job bij zijn naam aansprak.[8] Ook roemt hij God en geeft Elihu toe dat hijzelf de wijsheid van God had gekregen:

"Voorwaar, het is de Geest van God in de sterveling,
en de adem van de Almachtige, die hen verstandig maakt."'[9]

Elihu verzekert Job dat God hem uiteindelijk zal belonen en de slechte mensen zou straffen.[10] Hij wijst Job op Gods scheppingswerken en zegt Job dat hij God moet loven, in plaats van medelijden met zichzelf te hebben.[11] Elihu besloot zijn betoog met de woorden:

23 "...De Almachtige, wij kunnen Hem niet vinden;
Hij is groot van kracht en recht en hoogst rechtvaardig; Hij onderdrukt niet.
24 Daarom vrezen de mensen Hem;
maar alle eigenwijzen van hart ziet Hij niet aan."'[12]

Overige personen met de naam Elihu[bewerken]

In de bijbel is er nog sprake van vier andere personen met de naam Elihu.

  1. De zoon van Tohu en voorouder van de profeet Samuël.[13] In het boek 1 Kronieken wordt hij ook Eliab en Eliël genoemd. — [14]
  2. Een van de zeven legerhoofden van de stam Manasse, die bij Ziklag van koning Saul naar David overliepen.[15]
  3. Een andere naam voor koning Davids oudste broer Eliab.[16]
  4. Een nakomeling van Korach, uit de familie van Obed-Edom. Hij was poortwachter in de tempel tijdens de regering van koning David.[17]

Bronnen, noten en referenties

  1. Job 32:2, Genesis 22:20, 21
  2. In het verslag lezen we dat Elifaz, Bildad en Zofar waren verschenen en een aantal dagen zwegen. Misschien dat Elihu in die tijd zich bij het gezelschap voegde.
  3. Job 4, 5, 15, 22
  4. Job 8, 18, 25
  5. Job 11, 20
  6. Job 32:6
  7. Job 32-37
  8. Job 32:12
  9. Job 32:8, Herziene Statenvertaling
  10. Job 36
  11. Job 37
  12. Job 37:23, 24, Herziene Statenvertaling
  13. 1 Samuël 1:1
  14. 1 Kronieken 6:27, 34
  15. 1 Kronieken 12:20
  16. 1 Kronieken 27:18, 22, 1 Samuël 16:6
  17. 1 Kronieken 26:1, 4, 7, 8

Literatuur