Elisabeth van Brandenburg-Bayreuth

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Elisabeth van Brandenburg-Bayreuth

Elisabeth Frederika Sophia van Brandenburg-Bayreuth (Duits: Elisabeth Friederike Sophie von Brandenburg-Bayreuth) (Bayreuth, 30 augustus 1732 - Alten Schloss (Bayreuth), 6 april 1780) was het enige kind van markgraaf Frederik van Brandenburg-Bayreuth en zijn eerste echtgenote Wilhelmina van Bayreuth. Elisabeth Fredericka Sophie werd beschouwd als een der mooiste prinsessen van haar tijd. Casanova prees haar als de mooiste prinses van Duitsland. Zij trouwde in 1748 met Karel Eugenius van Württemberg. Tijden de grootse huwelijksfeestelijkheden werd ook het operahuis van Bayreuth geopend.

Het huwelijk begon gelukkig. Het 15-jarige meisje had geen invloed op de politiek van het hertogdom. De hertog begon echter het grootste deel van zijn tijd door te brengen bij zijn minnares, hetgeen tot onmin bij het paar leidde. In 1750 gaf Elisabeth Frederika Sophie het leven aan haar enig kind, een dochter, Frederika Wilhelmine Augusta Luisa Charlotte van Württemberg, die al in 1751 stierf. Het ontbreken van een mannelijke erfgenaam deed de ruzies van het jonge paar aanwakkeren. Wanneer in 1756 haar vriendin en kamerzangeres, Marianne Pirker zonder haar medeweten gearresteerd wordt, leidt dit tot de finale breuk van het echtpaar.

Tijdens de zevenjarige oorlog koos Karel Eugenius de zijde van Oostenrijk en Frankrijk tegen Pruisen en Engeland, waardoor zijn vriendschappelijke betrekkingen met de koning van Pruisen verbroken werden.

Bij het bezoek aan haar moeder in 1756, weigerde Elisabeth Frederika Sophie naar Württemberg terug te keren met haar echtgenoot. In 1759 kwamen Elisabeth Frederika Sophies vader en Karel Eugenius tot een vergelijk. Het huwelijk werd niet ontbonden en Elisabeth Frederika Sophie bleef hertogin van Württemberg. Karel Eugenius en de staten van Württemberg verbonden zich er toe jaarlijks 54.000 gulden te betalen voor haar onderhoud. Als tegensprestatie kreeg Karel Eugenius het recht haar huishouding in te richten.

Na de dood van haar vader in 1763 erfde zij het kasteel in opbouw bij Donndorf. De bouw werd in 1765 beëindigd en zij gaf het de naam Schloss Fantaisie. Zij stierf in het Oud Kasteel in Bayreuth en werd bij haar ouders begraven.